Spring naar inhoud

Jaarrekening

1. Balans per 31 december 2024

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

  Ref.   31-12-24     31-12-23
Vaste activa            
Materiële vaste activa 8.1          
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie   3.245      3.316   
      3.245      3.316 
Vastgoedbeleggingen            
DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 2.541.940      2.337.262   
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 192.529      177.766   
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.3 1.212      1.050   
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.3 3.346      3.431   
      2.739.027      2.519.509 
Financiële vaste activa 8.4          
Deelnemingen       18   
Latente belastingvordering(en)   18.013      20.439   
Leningen u/g   715      699   
Overige vorderingen   107.240      105.872   
      125.968      127.028 
Vlottende activa            
Voorraden 8.5          
Vastgoed bestemd voor de verkoop   152      150   
      152      150 
Vorderingen 8.6          
Huurdebiteuren   464      431   
Gemeenten   13       
Vorderingen op groepsmaatschappijen   -     1.093   
Belastingen en premies sociale verzekeringen   809      -  
Overige vorderingen   1.731      1.463   
Overlopende activa   1.023      1.268   
      4.040      4.256 
             
Liquide middelen 8.7   8.122      11.657 
             
      2.880.554      2.665.916 

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

  Ref.   31-12-24     31-12-23
Eigen vermogen            
Herwaarderingsreserve 8.8 1.299.717      1.129.828   
Overige reserves 8.9 592.339      904.650   
Resultaat boekjaar   199.917      -142.422   
      2.091.973      1.892.056 
             
Voorzieningen 8.10          
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   8.862      6.472   
Overige voorzieningen   1.261      1.209   
      10.123      7.681 
             
Langlopende schulden 8.11          
Schulden aan overheid   2.674      3.066   
Schulden aan kredietinstellingen   726.126      700.770   
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   594      594   
Marktwaarde embedded derivaten        
      729.394      704.430 
             
Kortlopende schulden 8.12          
Schulden aan kredietinstellingen   26.036      31.714   
Schulden aan leveranciers   5.878      11.074   
Belastingen en premies sociale verzekeringen   3.910      6.146   
Overige schulden   2.261      1.723   
Overlopende passiva   10.979      11.092   
      49.064      61.749 
      2.880.554      2.665.916 

2. Winst- en verliesrekening over 2024

(bedragen x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
Huuropbrengsten 9.1 129.638  126.588 
Opbrengsten servicecontracten 9.2 5.311  5.285 
Lasten servicecontracten 9.3 -/- 5.611  -/- 5.253 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 9.4 -/- 14.046  -/- 13.336 
Lasten onderhoudsactiviteiten 9.5 -/- 54.438  -/- 63.927 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 9.6 -/- 8.537  -/- 7.390 
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   52.317  41.967 
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 9.7.1 12.537  10.657 
Verkoopopbrengst bedrijfsruimtes en kavels   716  212 
Toegerekende organisatiekosten   -/- 179  -/- 165 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille en kavels 9.7.2 -/- 9.361  -/- 8.125 
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   3.713  2.579 
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.8.1 -/- 38.230  -/- 13.570 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.8.2 216.647  -/- 136.279 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   178.417  -/- 149.849 
       
Opbrengsten overige activiteiten 9.9 1.226  1.262 
Netto resultaat overige activiteiten   1.226  1.262 
       
Overige organisatiekosten 9.10 -/- 6.241  -/- 6.308 
Leefbaarheid 9.11 -/- 4.024  -/- 3.117 
       
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten 9.12.1 857  -/- 23 
Opbrengst van vorderingen vaste activa en van effecten   31  29 
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   325  733 
Rentelasten en soortgelijke kosten 9.12.2 -/- 22.458  -/- 21.827 
Saldo financiële baten en lasten   -/- 21.245  -/- 21.088 
       
Resultaat voor belastingen   204.163  -/- 134.554 
       
Belastingen 9.13 -/- 4.332  -/- 7.868 
       
Resultaat uit deelnemingen   86  -
       
Resultaat na belastingen   199.917  -/- 142.422 

3. Kasstroomoverzicht 2024

(bedragen x € 1.000)

  Ref. 2024 2023
(A) Operationele activiteiten      
Ontvangsten:      
Huren   129.851  126.861 
Vergoedingen   6.495  6.491 
Overige bedrijfsontvangsten   999  1.113 
Renteontvangsten   328  734 
Saldo ingaande kasstromen   137.673  135.199 
Uitgaven:      
Erfpacht   19  17 
Lonen en salarissen   11.490  10.339 
Sociale lasten   1.975  1.745 
Pensioenlasten   1.580  1.590 
Onderhoudsuitgaven 9.5 49.746  60.952 
Overige bedrijfsuitgaven 9.10 28.053  22.403 
Rente-uitgaven 9.12 21.190  19.875 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat   383  1.143 
Verhuurderheffing   - 25 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden   1.328  1.096 
Vennootschapsbelasting   3.854  7.350 
Saldo uitgaande kasstromen   119.618  126.535 
Kasstroom uit operationele activiteiten   18.055  8.664 
       
(B) (Des)investeringsactiviteiten      
Verkoopontvangsten bestaande huur   13.746  11.351 
Verkoopontvangsten grond   134  223 
Verkoopontvangsten overige   - -
Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen   13.880  11.574 
Nieuwbouw huur   17.297  12.995 
Verbeteruitgaven   31.587  27.100 
Sloopuitgaven 8.2 3.593  1.238 
Investeringen overig 8.1 1.174  343 
Externe kosten bij verkoop   443  303 
Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom   54.094  41.979 
Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen   -/- 40.214  -/- 30.405 
FVA      
Ontvangsten overig 8.4 1.185  -
Uitgaven overig 8.4 - -
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   1.185  -
Kasstroom uit (des)investeringen   -/- 39.029  -/- 30.405 
(C) Financieringsactiviteiten      
Ingaand      
Nieuwe geborgde leningen   81.300  35.000 
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen   -/- 63.861  -/- 27.722 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 8.11 17.439  7.278 
       
Mutatie liquide middelen   -/- 3.535  -/- 14.463 
       
Liquide middelen per 1-1   11.657  26.120 
Liquide middelen per 31-12   8.122  11.657 

4. Algemene grondslagen

Algemeen

Elkien is een stichting met de status “toegelaten instelling volkshuisvesting”. Zij heeft specifieke toelating in de regio Friesland. De statutaire vestigingsplaats is Leeuwarden, het bezoekadres is De Opslach 69, 8448 GV te Heerenveen. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de verhuur van woningen aan de sociale doelgroep en de daarvoor benodigde investeringen in vastgoed. Elkien staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Friesland onder nummer 01031575.

4.1 Continuïteit

Bij de waardering van de activa en passiva in deze jaarrekening wordt uitgegaan van continuïteit van de corporatie.

4.2 Groepsverhoudingen

Per ultimo 2024 heeft Elkien geen deelneming meer. 

Per ultimo 2023 had Elkien een deelneming in Elkien Holding B.V. (100%), welke op haar beurt 100% eigenaar was van Elkien CPS B.V. die een 33 1/3% deelneming had in V.O.F. Oppenhuizerweg. In 2024 is Elkien CPS B.V. uit de V.O.F. getreden en zijn Elkien CPS B.V. en Elkien Holding B.V. geliquideerd.

4.3 Stelselwijzigingen

Er hebben in 2024 geen stelselwijzigingen plaatsgevonden.

4.4 Schattingswijzigingen

Tot en met boekjaar 2023 werd de beleidswaarde van het vastgoed door middel van de zogenaamde waterval afgeleid vanuit de berekende marktwaarde in verhuurde staat. Met ingang van 2024 is de methodiek van berekenen aangepast en is deze gebaseerd op de uitgangspunten zoals beschreven in hoofstuk 5.3.2, paragraaf 'bepaling beleidswaarde (ten behoeve van toelichting)' van de jaarrekening. Daarmee voldoet deze berekening aan de uitgangspunten zoals beschreven in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’. De berekening van de beleidswaarde 2024 is gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en een voortdurende exploitatie (60 jaar). Daarmee is de opzet van de berekening en de uitkomst dusdanig afwijkend ten opzichte van de beleidswaarde tot en met 2023 dat het kwantitatieve effect van het verschil niet kan worden bepaald.

4.5 Presentatiewijzigingen

Er hebben in 2024 geen presentatiewijzigingen plaatsgevonden.

4.6 Oordelen en schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening 2024 vormt het bestuur van Elkien zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening 2024 opgenomen jaarrekeningposten. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

4.7 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ultimo 2024 is hier geen sprake van.

Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook het bestuur, andere sleutelfunctionarissen in het management van Elkien en nauwe verwanten, zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

4.8 Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele-, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten). De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

4.9 Gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB

Elkien heeft gekozen voor een administratieve scheiding tussen haar DAEB en niet-DAEB bezit. De volgende redenen lagen hieraan ten grondslag:

  • De portefeuillestrategie van Elkien richt zich uitsluitend op de primaire doelgroep;
  • Elkien is en blijft uitsluitend werkzaam in één woningmarktregio; te weten Friesland;
  • Elkien bouwt haar niet-DAEB activiteiten af en wordt niet extern gefinancierd voor de niet-DAEB activiteiten.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht voor zowel de DAEB als de niet-DAEB te komen, wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. Direct toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het dd. 22 november 2017 goedgekeurde scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB- dan wel aan de niet-DAEB activiteiten toegerekend. Voor niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht, wordt uitgegaan van een aantal uitgangspunten. De belangrijkste uitgangspunten betreffen:

Grondslag voor scheiding Posten in gescheiden verantwoording
Directe scheiding op VHE-niveau. De opbrengsten/kosten en kasstromen van individuele transacties worden rechtstreeks toegerekend aan de individuele VHE die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB. Balans:
- Vastgoedbeleggingen.
- Voorraden: vastgoed bestemd voor de verkoop.
- Vorderingen: huurdebiteuren en overige vorderingen.
- Liquide middelen.
- Voorziening onrendabele investeringen.
- Interne lening.
- Kortlopende schulden: crediteuren en overlopende passiva.

Winst- en verliesrekening:
- Huuropbrengsten.
- Opbrengsten en kosten servicecontracten.
- Verkoopopbrengsten en -lasten.
- (Niet-) gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.
- Lasten leefbaarheid.
- Directe exploitatielasten (o.a. onderhoudslasten, verzekeringen, WOZ-belasting, rioolrechten, heffingen).
- Financiële baten en lasten.

Kasstroomoverzicht:
- Huurontvangsten.
- Ontvangsten en uitgaven m.b.t. servicecontracten.
- Uitgaven leefbaarheid.
- Directe exploitatie-uitgaven (o.a. onderhoud, verzekeringen, WOZ-belasting, rioolrechten, heffingen).
- Financiële ontvangsten en uitgaven.
- Verkoopontvangsten en -uitgaven.
- Investeringskasstromen in materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen.
- Financieringskasstromen.
Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB/ niet-DAEB tak van Elkien op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB. De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is 95% / 5%. Balans:
- Belastinglatenties.
- Overlopende activa en passiva.

Winst- en verliesrekening:
- Lasten verhuur- en beheeractiviteiten.
- Opbrengsten en kosten overige activiteiten.
- Toegerekende organisatiekosten.

Kasstroomoverzicht:
- Personeelsuitgaven.
- Overige bedrijfsuitgaven.

5. Grondslagen voor waardering van activa en passiva

5.1 Regelgeving

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2015, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting op posten in de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht in de jaarrekening.

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

5.3 Materiële vaste activa

Algemene uitgangspunten

Tenzij bij de afzonderlijke balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten.
 

5.3.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Op grond wordt niet afgeschreven.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie, worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.

Verplichtingen tot herstel

Voor verplichtingen tot herstel na afloop van het gebruik van het actief (ontmantelingskosten) wordt een voorziening getroffen voor het verwachte bedrag op het moment van activering. Dit bedrag wordt verwerkt als onderdeel van de vervaardigingsprijs van het materieel vast actief.

5.3.2 Vastgoedbeleggingen

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Op grond wordt niet afgeschreven.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie, worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.


Verwerking van groot onderhoud

Elkien verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde indien wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief, wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activaregistratie zijn te herleiden wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.


DAEB vastgoed in exploitatie & niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Verwerking verbetering vastgoed in exploitatie

Uitgaven in het vastgoed in exploitatie na eerste verwerking worden verwerkt als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed in exploitatie indien deze betrekking hebben op een verbetering. Dit is het geval indien:

De werkzaamheden dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen.

Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:

  • Het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak;
  • De nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen;
  • Herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen, en
  • Een ingrijpende verbouwing.

We beschouwen de ingrijpende verbouwing (renovatie) als een investering wanneer wordt voldaan aan minstens drie van de volgende vier criteria:

  1. De energetische prestaties verbeteren wezenlijk (meerdere labelstappen) waardoor het bezit vanwege de ingrijpende verbouwing ook vanuit energetisch perspectief voor de langere termijn verhuurbaar is;
  2. Gevelrenovatie of dakrenovatie (inclusief isolatie) maakt op een zodanige manier deel uit van de aanpak waardoor deze op een niveau vergelijkbaar met dat van nieuwgebouwde objecten wordt gebracht;
  3. De werkzaamheden aan de onroerende zaak zijn mede gericht op het brengen dan wel houden van de kwaliteit van de badkamers, toiletten en keukens op het technische en functionele niveau dat in redelijkheid minimaal in nieuwgebouwde objecten mag worden verwacht;
  4. Installatievoorzieningen van de verhuurbare eenheden, dan wel complexen zijn als gevolg van de werkzaamheden toekomstbestendig in de zin dat ze niet binnen 10 jaar hoeven te worden aangepakt.

Overige onderhoudslasten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt. Dit betreffen de werkzaamheden die naar hun aard dienen om een verhuurbare eenheid, dan wel complex – in vergelijking met de toestand waarin die zich bij stichting of latere verandering bevond – in bruikbare staat te herstellen en aldus de ingetreden achteruitgang op te heffen; dit ongeacht de omvang van de uitgaven.

Typering

DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed in exploitatie die volgens het op dd. 22 november 2017 definitief goedgekeurde scheidingsvoorstel van Elkien als DAEB vastgoed classificeerden. Hierbij is rekening gehouden met mutaties in de DAEB portefeuille sinds die datum.

Over het algemeen zijn dit woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Elkien voornemens is om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren en maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners.

Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten die niet voldoen aan het criterium van DAEB vastgoed.

Kwalificatie

Elkien richt zich op het realiseren van volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met inachtneming van haar taak als sociale volkshuisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. Elkien waardeert haar vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de RTIV.

De marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Elkien past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 toe. 
De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze waarbij een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte: 10% plus dan wel 10% minus de waarde.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 vindt waardering op waarderingscomplex niveau plaats. Alle verhuureenheden in exploitatie van Elkien maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van deze methodiek zijn als volgt:

  • de aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op, indien van toepassing, de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • de overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
  • feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen (zoals bijvoorbeeld afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatie afspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed, maar zijn onderdeel van de niet uit de balans blijkende verplichtingen;
  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet contant worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar (de zogenaamde exit yield).

Het inschatten van ontvangsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan.

In beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht.

Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip “marktwaarde in verhuurde staat”, zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.

Het inschatten van de ontvangsten en uitgaven wordt op basis van marktconforme uitgangspunten gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerkosten;
  • bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Elkien heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. De belangrijkste uitgangspunten hiervan zijn in de volgende tabellen opgenomen (leegwaardestijging alleen 2023 en 2024 volgens handboek, daarna Best Practice).

Parameters woongelegenheden 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
                 
Prijsinflatie 3,80% 3,60% 3,20% 2,70% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Loonstijging 5,90% 6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging   6,60% 4,30% 3,80% 3,80% 3,80% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging overig 6,33% 7,78% 6,00% 3,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Vastgoed Vrijheidsgraad Toelichting
Woongelegenheden    
  Splitsingskosten Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Onderhoud (mutatie, EGW en MGW) Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Beheerkosten EGW Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Beheerkosten MGW Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
    Verhuurderheffing in % WOZ (1e jaar)
    Huurderving
    Mutatieleegstandsduur DAEB (in mnd)
    Mutatieleegstandsduur niet-DAEB (in mnd)
    Taxatiewaarde gemiddeld (alle woningen)
    Taxatiewaarde gemiddeld (standing woningen)
    Leegwaarde/m2 gemiddeld (alle woningen)
    Contracthuur
     
Parkeergelegenheden    
  Exit yield Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Onderhoud (algemeen) Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
    Taxatiewaarde gemiddeld (alle parkeergelegenheden)
    Leegwaarde/m2 gemiddeld (alle parkeergelegenheden)
    Kosten koper (geen vrijheidsgraad)
    Maanden leegstand voor verkoop
     
BOG/MOG/ZOG    
  Onderhoud bij mutatie BOG Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Onderhoud bij mutatie ZOG Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Technische splitsingskosten Deze vrijheidsgraad is niet toegepast (nvt: BOG wordt altijd als doorexploitatievariant meegenomen)
  Bijzondere omstandigheden Beheerskosten (geen vrijheidsgraad)
    Taxatiewaarde /m2 vvo
    Gemiddelde van Exploitatielasten/th.huur

De externe taxateur kan de vrijheidsgraden voor wat betreft exit yield en onderhoud hier wel hebben toegepast.

Onder toepassing van de full-versie heeft Elkien voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bij woongelegenheden 6 afwijkende standpunten ingenomen en bij parkeergelegenheden 4, zoals in de volgende tabel weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Elkien opereert.

Vastgoed Vrijheidsgraad Toelichting Gemiddeld 2024 Laagste 2024 Hoogste 2024 Gemiddeld 2023 % verschil gem. 2024/2023
Woongelegenheden              
  Markthuur /vhe (en stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Als basis dient een tabel uit 'Best practices' (advies vanuit gezamenlijke groep taxateurs, accountants, gebruikers en overheid)  883   256   1.557   821  7,6%
  Leegwaarde (stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau juist, referenties geraadpleegd.  224.315   31.070   481.061   199.129  12,6%
  Disconteringsvoet Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. Als basis dient (opnieuw) dit jaar een methodiek voor bepaling uit 'Best practices'. 7,87% 5,70% 10,76% 7,35% 7,1%
  Exit yield Deze vrijheidsgraad is toegepast bij volledige taxaties. Extern taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. Als basis dient (opnieuw) dit jaar een methodiek voor bepaling uit 'Best practices'. 5,09% 2,2% 13,7% 5,70% -10,7%
  Mutatie- en verkoopkans Deze vrijheidsgraad is toegepast. Als basis dient (opnieuw) dit jaar 5 jrs gemiddelde volgens (gelijk aan basisversie), en een tabel voor aanpassing uit 'Best practices'. 8,6% 4,0% 16,0% 9,0% -3,9%
  Onderhoud (algemeen) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2022 beter passend.  1.179   534   2.294   1.106  6,6%
               
Parkeergelegenheden              
  Markthuur /vhe (en stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. 58,15 25 105 53,62 8,4%
  Leegwaarde (stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau juist, referenties geraadpleegd.  14.213   5.000   27.500   14.266  -0,4%
  Disconteringsvoet Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. 7,3% 4,5% 9,0% 6,6% 10,2%
  Mutatie en verkoopkans Deze vrijheidsgraad is toegepast. 9,8% 5,0% 13,0% 9,2% 6,3%
BOG/MOG/ZOG              
  Markthuur /m2 (en stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau referenties geraadpleegd. 118,25 40 353,5 113,47 4,2%
  Exit yield Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. 9,83% 5,7% 21,6% 9,70% 1,3%
  Disconteringsvoet Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend.
Alle complexen worden door een extern taxateur gewaardeerd.
6,74% 4,8% 12,5% 7,30% -7,7%
  Onderhoud / instandhouding Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. (prijs / m2) 9,77 5,34 12,57 8,23 18,7

Het generieke deel van de disconteringsvoet is dit jaar niet verhoogd.

Gehanteerde werkwijze taxaties

Jaarlijks wordt de waardering van 1/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie door externe onafhankelijke taxateurs gevalideerd door middel van gevel/zichttaxatie. Daarbij vindt een toets op de waardering plaats op basis van beschikbare referentietransacties. Bij woningen wordt het overige 2/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie intern gewaardeerd. Bij BOG wordt dit gedaan middels een externe markttechnische update.

In alle gevallen wordt tevens rekening gehouden met de contractuele verplichtingen van Elkien, zoals lopende huurcontracten. De in 2024 gebruikte markthuurtabel is gebaseerd op een markthuurverkenning van een externe partij, die door meerdere corporaties als ‘Best Practice’ in de waardering wordt gebruikt. De werkelijke huur bij mutatie kan op grond van beleidskeuzes van de corporatie lager uitvallen. De uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op marktconforme parameters en kengetallen. Dit geldt zowel voor onderhouds- als beheerkosten

Mutatie marktwaarde verhuurde staat

Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van vastgoed in exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille”.

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve wordt bepaald als het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) en onder aftrek van (latente) belastingverplichtingen.

Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)

De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van Elkien. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die derhalve schattingsonzekerheden in zich heeft. De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat. 

Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2025 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’).

De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed. 
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum. 
  • De gehanteerde disconteringsvoet bedraagt 4,17% voor het DAEB bezit en 4,7% voor het niet-DAEB bezit. 
  • In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een door exploiteer-scenario), derhalve wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie. 
  • De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders. 
  • Het inrekenen van de toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen meerjarenonderhoudsplanning (MJOP), waarbij geldt dat: 
  1. de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding. De hierdoor ontstaande meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) is beleidsarm. Hierin wordt geen rekening gehouden met sloop, verkoop en woningverbeteringen. Eventuele activeringen door ingrijpende verbouwingen zijn hier ook niet in opgenomen. Naast dat deze MJOP wordt opgenomen in de beleidswaarde, vormt deze MJOP ook de basis voor het opstellen van de Financiële Meerjarenbegroting (FMJB). In de vastgestelde FMJB wordt deze beleidsarme MJOP verrijkt met het effect door sloop, nieuwbouw, verkoop en woningverbetering. Het onderhoud in de FMJB is daarmee niet een op een te vergelijken met de MJOP. 
  2. de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerlasten op basis van een gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de functionele winst- en verliesrekening. 

Elkien heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans. 

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten. Elkien heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:

  Ultimo 2024 Ultimo 2023
Streefhuur als % van de maximaal redelijke huur 72% 73%
Onderhoud € 3.138 € 2.665
Beheer € 1.169 € 1.140
Disconteringsvoet DAEB 4,17% 7,16%
Disconteringsvoet niet-DAEB 4,70% 6,20%

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Elkien heeft in het verleden woningen verkocht onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de reële marktwaarde kreeg. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. Elkien onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen, en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.

Als gerealiseerde verkoop kwalificeren:
Verkopen waarbij Elkien een plicht tot terugkoop heeft tegen (verwachte) reële waarde na het verstrijken van een aanzienlijk deel van de geschatte levensduur. Van deze verkopen wordt het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde op moment van verkoop als resultaat verantwoord onder de post ‘Netto gerealiseerd verkoopresultaat vastgoedportefeuille’.

Als financieringstransactie kwalificeren:
Verkopen waarbij Elkien een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Deze als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:

  • de betreffende onroerende zaken worden direct, voorafgaand aan de verkoop, gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs;
  • de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de post ‘Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’. De (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen onder de post ‘Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’ (eerste waardering).
  • de woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waardemutaties worden verwerkt onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille'.

De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op het bedrag dat Elkien verschuldigd zou zijn indien op balansmoment het actief tegen de overeengekomen contractvoorwaarden teruggekocht zou moeten worden. Eventuele mutaties in deze verplichtingen worden in het resultaat verwerkt onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, wordt de verplichting onder de post ‘Kortlopende schulden’ op de balans verantwoord.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Typering

Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde en inclusief transactiekosten (zoals overdrachtsbelasting, notariskosten en andere transactiekosten).

5.4 Financiële vaste activa

5.4.1 Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, wordt ervan uitgegaan dat er invloed van betekenis is.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de betreffende deelneming.
Indien de waarde van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op € nihil gewaardeerd. Indien en voor zover Elkien in deze situatie geheel of ten dele instaat voor de schulden van de deelneming respectievelijk het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen wordt een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering.

5.4.2 Latente belastingvordering

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd opgenomen voor (tijdelijke) verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de (boek-)waarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt op basis van de belastingtarieven die per einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekening kan worden benut.

De netto gehanteerde effectieve vermogenskostenvoet bedraagt 2,36% (2023: 2,38%). Dit percentage is afgeleid uit de voor de Elkien geldende rente voor langlopende leningen op 31 december 2024 van 3,18% (2023: 3,21%), onder aftrek van het gemiddelde nominale belastingtarief over de periode 2024-2037. Het geldende tarief voor de vennootschapsbelasting bedraagt voor 2024 en verder 25,8%.

5.4.3 Leningen u/g

De leningen u/g worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van de lening. Vervolgens vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele bijzondere waardevermindering. Indien er bij de verstrekking van leningen sprake is van disagio of agio, wordt dit gedurende de looptijd ten gunste respectievelijk ten laste van het resultaat gebracht als onderdeel van de effectieve rente. Ook transactiekosten worden verwerkt in de eerste waardering en als onderdeel van de effectieve rente ten laste van het resultaat gebracht.

5.4.4 ​​​​​​Overige vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

​​​​​​5.4.5 Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Elkien op balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Elkien de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst- en verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.
Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.

5.5 Voorraden

5.5.1 Vastgoed bestemd voor de verkoop

Opgeleverd vastgoed beschikbaar en bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten.

De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

5.6 Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.
Een voorziening voor oninbaarheid, gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum, wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.7 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder de post ‘Schulden aan kredietinstellingen’ (onderdeel van de post ‘Kortlopende schulden’). Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

5.8 Eigen vermogen

5.8.1 Herwaarderingsreserve

Onder de post ‘Herwaarderingsreserve’ worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van het vastgoed in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de Herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde vastgoed in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Omdat de waardevermeerdering van vastgoed in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht – en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd – is verwerking van de daaropvolgende realisatie ten gunste van de winst- en verliesrekening niet toegestaan.

5.9 Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor 1) in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en 2) verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

5.9.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens Elkien zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Elkien rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerpfase en afgeleid, het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen in nieuwbouw en in woningverbeteringsprojecten worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd.

5.9.2 Overige voorzieningen

De Overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij hieronder anders is aangegeven. Elkien onderkent de volgende Overige voorzieningen:

  • de Voorziening jubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. De disconteringsvoet bedraagt 3,1% (2023: 3,1%);
  • de Voorziening opleidingen wordt opgenomen tegen de contante waarde van de opgebouwde rechten. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met opgebouwde rechten en de blijfkans. De disconteringsvoet bedraagt 3,1% (2023: 3,1%).

5.10 Langlopende schulden

Langlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de bij die transactie horende economische werkelijkheid. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de winst- en verliesrekening als interestlast verwerkt. Met boeten, verschuldigd voor vervroegde aflossing, dient rekening gehouden te worden indien en voor zover die vervroegde aflossing bij de schuldeiser is aangekondigd of op andere wijze vaststaat.

De aflossingsverplichting van de langlopende schulden voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

In leningen besloten derivaten worden afgesplitst en separaat verantwoord indien er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico's van het basiscontract. Voor de waardering en resultaatbepaling van deze embedded derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.12.

5.11 Leasing

Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Elkien ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.12 Afgeleide financiële instrumenten (derivaten)

Elkien maakt gebruik van rentederivaten en heeft embedded derivaten welke zijn afgescheiden van het basiscontract. Deze worden tegen geamortiseerde kostprijs opgenomen. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financiële instrument is afhankelijk van of er met het afgeleide financiële instrument kostprijs hedge accounting wordt toegepast. Indien er geen kostprijs hedge accounting wordt toegepast, wordt er door Elkien een schuld opgenomen voor een eventuele negatieve reële waarde van het derivaat.

Bij het toepassen van kostprijs hedge accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Dit betekent dat Elkien derivaten tegen kostprijs waardeert omdat de afgedekte leningen ook tegen kostprijs in de balans worden verwerkt.

Het ineffectieve deel van de hedge relatie wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt indien het hedge-instrument een negatieve reële waarde heeft.

5.13 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

6.1 Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin ze zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.
Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Omdat Elkien naast verhuuractiviteiten tevens activiteiten verricht op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een ander inzicht dan de categoriale indeling.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Elkien. Voorbeelden zijn: huuropbrengsten, verkoopopbrengsten en opbrengsten servicecontracten.
Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden rechtstreeks verantwoord aan de betreffende activiteiten. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels.
 
Direct toerekenbare kosten

Dit is bij Elkien ruim 90% van alle kosten en is als volgt bepaald:
Alle kosten die direct kunnen worden toegerekend aan de voorgeschreven activiteiten zijn direct toegerekend. Voorbeelden hiervan zijn: onderhoudskosten, waardeveranderingen, lasten servicecontracten en het saldo van de financiële baten en lasten.

Niet direct toerekenbare kosten

Nadat de directe toerekenbare opbrengsten en kosten zijn toegerekend, resteert de categorie ‘niet direct toerekenbare kosten’. Dit is bij Elkien minder dan 10% van het totaal.

Bij de toerekening van de ‘niet direct toerekenbare kosten’ kiest Elkien voor de zogenaamde opslagmethode. Dat wil zeggen het hanteren van een opslag op de directe kosten om de indirecte kosten te dekken.

Voor de toerekening van indirecte kosten wordt gebruik gemaakt van een verdeelsleutel op basis van de directe toegerekende lonen en salarissen en/of de FTE’s.

6.2 Bedrijfsopbrengsten

6.2.1 Opbrengstverantwoording algemeen

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

6.2.2 Huuropbrengsten

De jaarlijkse reguliere huurverhoging is vastgesteld op basis van de gemiddelde CAO-loonstijging. Deze was gemiddeld 5,8% in de periode december 2022 tot december 2023. De reguliere huren zijn verhoogd met 5,3%, dit is gelijk aan de huursom in 2024 (loonstijging minus 0,5%). Vervolgens zijn deze huren afgetopt op de streefhuur. Er is een inkomensafhankelijke huurverhoging doorgevoerd voor de huurders die een hoger inkomen hebben, deze verhoging was maximaal 9,8%, of maximaal € 50,00 voor de hoge middeninkomens of maximaal € 100,00 voor de hoge inkomens. De geliberaliseerde contracten zijn verhoogd met 5,5%. Daarnaast waren er 54 contracten die een huur lager dan € 300 euro hadden, waarbij de huur met een vast bedrag van € 25,00 verhoogd is. Tenslotte hebben 750 huurders geen huurverhoging gekregen, omdat Elkien besloten heeft deze huren te bevriezen, bijvoorbeeld wanneer de bestemming sloop is. 

Huursombenadering 2024

De huursombenadering betekent dat de gemiddelde huurontwikkeling op corporatieniveau is gemaximeerd. Het gaat hierbij om alle zelfstandige huurwoningen met een gereguleerd contract die zowel op 1 januari 2024 als op 1 januari 2025 zijn verhuurd. De huursomstijging voor 2024 is gelijk aan de CAO-loonontwikkeling minus 0,5%. Dit is 5,3%, zoals de minister van BZK op 22 december 2023 bekendmaakte.

In 2024 vallen buiten de huursom:

  • Woningen die opnieuw worden verhuurd met een aangepaste huurprijs (= huurharmonisatie) en woningen met een hogere huurprijs na verbetering of verduurzaming.
  • De tijdelijke huurkorting (huurbevriezing en huurverlaging) en de eventuele huurstijging terug naar de oorspronkelijke huur, wanneer de periode van tijdelijke huurkorting afloopt.
  • De woningen die in 2024 een eenmalige huurverlaging krijgen voor huurders met een inkomen lager dan 120% van het sociaal minimum.

6.2.3 Opbrengsten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

6.2.4 Wijzigingen in voorraad bestemd voor de verkoop

Onder deze post worden de wijzigingen opgenomen in de post ‘Vastgoed bestemd voor de verkoop’ (opgenomen onder de Voorraden). Bij realisatie van een verkoop wordt de boekwaarde direct voorafgaand aan de verkoop teruggenomen op deze regel.

6.2.5 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Onder deze rubriek worden de volgende verkoopresultaten opgenomen

  • boekresultaat van gerealiseerde verkopen van Vastgoed in exploitatie.
  • netto verkoopopbrengst bij levering van Vastgoed bestemd voor de verkoop.

De boekwinst van gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde. Resultaten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

De opbrengst uit woningen verkocht onder voorwaarden wordt alleen als verkoopopbrengst verantwoord als alle belangrijke economische rechten zijn overgedragen aan de koper.

6.3 Bedrijfslasten

6.3.1 Lastenverantwoording algemeen

Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct en indirect toe te rekenen kosten.

6.3.2 Afschrijvingen materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen

De afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden. Op grond en op reële waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.

Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Afschrijvingen worden via verdeelsleutels toegerekend aan de afzonderlijke activiteiten.

6.3.3 Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het storings- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst- en verliesrekening zijn de kosten van de eigen dienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een levensduurverlenging en/of waardeverhoging van het actief.

6.3.4 Lonen, salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.

6.3.5 Pensioenlasten

Elkien kent de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties.
Elkien heeft voor bijna al haar medewerkers een verplichtingenbenadering. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren.
De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van het personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Elkien betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt.

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2024 129,0% (ultimo 2023: 128,7%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2024 130,3% (ultimo 2023 131,5%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. De dekkingsgraad is ook hoger dan de vereiste dekkingsgraad van 126,4%. Er is daarom ook geen sprake van een reservetekort.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Elkien. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Naast de premiebetalingen bestaan er geen andere verplichtingen.

6.3.6 Leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen, niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Elkien, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

6.3.7 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten

Waardevermeerderingen op effecten worden verwerkt op basis van de gerealiseerde resultaten bij verkoop. Voor aandelen, verantwoord onder effecten, worden waardevermeerderingen eerst verantwoord via het eigen vermogen. Het cumulatieve resultaat dat voorheen in het eigen vermogen was opgenomen wordt overgeboekt naar de winst- en verliesrekening op het moment dat de desbetreffende aandelen niet langer in de balans worden verwerkt.
(Bijzondere) waardeverminderingen op effecten worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord.

6.3.8 ​​​​​​Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

Dividend te ontvangen van niet op nettovermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen en aandelen, verantwoord onder effecten, worden verantwoord zodra Elkien het recht hierop heeft verkregen. Koersverschillen op effecten worden verantwoord onder ‘waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten’.

6.3.9 Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

6.3.10 Overige bedrijfslasten

De overige bedrijfslasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

6.4 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

6.4.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

6.4.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’ hebben betrekking op waardemutaties van op actuele waarde gewaardeerde activa.

6.4.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post ‘Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’ als de post ‘Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’.

6.4.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Dit betreffen waardeveranderingen die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd voor de verkoop in het lopende verslagjaar. Vrijgevallen gerealiseerde herwaarderingen worden ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

6.5 Resultaat deelnemingen

Het resultaat deelnemingen is het bedrag waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat voor zover dit aan Elkien wordt toegerekend.

6.6 Belastingen

Vanaf 1 januari 2008 is Elkien integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

7. Financiële instrumenten en risicobeheersing

7.1 Beheersingskader

Bij de besluitvorming en uitvoering van treasuryactiviteiten wordt gebruik gemaakt van de volgende treasurykaderdocumenten: Treasurystatuut, Treasurybeleid en Treasury AO/IC. Het Treasurybeleid is nader uitgewerkt door het opstellen van een Financieringsstrategie. Jaarlijks wordt een Treasuryjaarplan opgesteld, vastgesteld door het Bestuur en goedgekeurd door de RvC, waarmee de jaarlijkse treasury activiteiten mandaat en richting krijgen. De Treasurycommissie heeft een adviserende functie ten behoeve van het Bestuur. De Treasurycommissie adviseert over het Treasuryjaarplan, transactievoorstellen en wijzigingen van het Treasurystatuut, Treasurybeleid, Financieringsstrategie en Treasury AO/IC.

7.2 Renterisico

Als kapitaalintensief bedrijf is sprake van een materiële vreemd vermogenspositie. Over dat vreemde vermogen moet rente betaald worden, die van invloed is op de operationele kasstroomruimte.

Renterisico’s voortvloeiende uit bestaande financieringsposities en nieuwe financieringen worden beheerst door gebruik te maken van renterisiconormen en sturing op financiële ratio’s. Elkien maakt gebruik van de diensten van Zanders B.V. op het vlak van treasury-advies.

7.3 Liquiditeitsrisico

Een (beperkt) deel van de vastgoedportefeuille is variabel gefinancierd. Het renterisico is hierbij gehedged door gebruik te maken van renteswaps. Hierbij is geen sprake van onderpandverplichtingen en/of break clausules.

7.4 Herfinancieringsrisico

Het risico dat Elkien geen aflossingen kan doen op gewenste momenten is afgenomen door hogere investeringsuitgaven de eerstkomende jaren. Hierdoor is sprake van een materiële toename van de financieringsbehoefte.

Het herfinancieringsrisico wordt beheerst door voldoende spreiding aan te brengen in de aflosmomenten van de leningenportefeuille.  Het beschikbaarheidsrisico is beperkt door de aanwezigheid van de sectorbanken BNG Bank en NWB Bank.

7.5 Reële waarde van leningen en afgeleide instrumenten

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken.

De in de toelichting op de jaarrekening vermelde reële waarde van de leningen is berekend op basis van de contante waarde methode. Hierbij maakt Elkien gebruik van het treasurypakket van Aareon.

7.6 Risicobeoordeling Aw en WSW

Vanaf 1 januari 2019 is sprake van een gezamenlijk beoordelingskader Aw/WSW. Dit is een voortvloeisel van de intensievere samenwerking tussen Autoriteit woningcorporaties (Aw) en Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om het toezicht op de corporatiesector effectiever en efficiënter te maken. Gedeelde toetsingsonderwerpen zijn: Financiële continuïteit, Bedrijfsmodel en Governance & Organisatie. Daarnaast toetst Aw de beoordelingsonderwerpen Integriteit en Rechtmatigheid.

Elkien werkt binnen de door Aw en WSW gestelde kaders. Dit betekent onder andere dat sprake is van gezonde financiële ratio’s en beheerste business risks. Elkien stuurt op een “laag” risicoprofiel en het verkrijgen van een jaarlijks adequaat borgingsplafond.

7.7 Verzekering & zekerheden

Elkien handelt bij de uitvoering van schade- en verzekeringsactiviteiten binnen het kader van het in 2023 vastgestelde Verzekeringsbeleid & AO/IC. Gebruik wordt gemaakt van de diensten van Raetsheren van Orden B.V. voor wat betreft advisering, risico- en assurantiebeheer en schadebehandeling.

Elkien is onder meer voor brand- en stormschade verzekerd. Bij schade aan woningen wordt de werkelijk geleden schade vergoed. Bij het overige bezit is sprake van een verzekerde som die gebaseerd is op de onderliggende herbouwwaarden, waaraan taxatierapporten ten grondslag liggen.

Het onroerend goed (voor zover gefinancierd met vreemd vermogen) is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met kapitaalmarktleningen onder WSW borgstelling. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven. Wel is een zgn. volmacht DAEB van toepassing. Hiermee verleent Elkien aan WSW volmacht om rechten van hypotheek en pand te vestigen. WSW kan zijn rechten van hypotheek en pand aanspreken indien Elkien op enig moment niet voldoet aan haar betalingsverplichtingen tegenover WSW.

8. Toelichting op de balans

8.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de materiële vaste activa zijn in het navolgende schema samengevat

(bedragen x € 1.000)

  Bedrijfs-gebouwen en terreinen Andere vaste bedrijfs-middelen ICT Investe-ringen Totaal
Stand per 1 januari 2024        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 1.684  682  4.842  7.208 
Cumulatieve waardeverminderingen -/- 502  -/- 341  -/- 3.049  -/- 3.892 
Boekwaarde 1 januari 2024 1.182  341  1.793  3.316 
         
Mutaties        
Investeringen 89  90  1.084  1.263 
Desinvesteringen -/- 82  -/- 133  -/- 3.086  -/- 3.301 
Afschrijvingen -/- 172  -/- 123  -/- 1.039  -/- 1.334 
Afschrijvingen desinvesteringen 82  133  3.086  3.301 
Totaal mutaties -/- 83  -/- 33  45  -/- 71 
         
Stand per 31 december 2024        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 1.691  639  2.840  5.170 
Cumulatieve waardeverminderingen -/- 592  -/- 331  -/- 1.002  -/- 1.925 
Boekwaarde 31 december 2024 1.099  308  1.838  3.245 

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd: 

  • bedrijfsgebouwen en terreinen - lineair - 10 jaar
  • andere vaste bedrijfsmiddelen - lineair - 5 jaar
  • ICT ERP-systeem - lineair - 5 jaar
  • ICT apparatuur - lineair - 3 jaar

Met betrekking tot de inventaris is sprake van een uitgebreide brandverzekering met een verzekerde som van € 2,6 miljoen.

8.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

De mutaties van de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat

(bedragen x € 1.000)

    DAEB vastgoed in exploitatie   Niet-DAEB vastgoed in exploitatie   Totaal vastgoed in exploitatie
Stand per 1 januari 2024 2023 2024 2023 2024 2023
Verkrijgingsprijzen 1.304.208  1.258.065  135.078  135.445  1.439.286  1.393.510 
Herwaarderingen 1.074.645  1.222.130  47.872  59.235  1.122.517  1.281.365 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -/- 41.591  -/- 32.478  -/- 5.184  -/- 3.658  -/- 46.775  -/- 36.136 
Boekwaarde 1 januari 2.337.262  2.447.717  177.766  191.022  2.515.028  2.638.739 
             
Mutaties            
Investeringen overboekingen nieuwbouw 14.480  8.513  - - 14.480  8.513 
Investeringen direct 28.462  30.528  242  452  28.704  30.980 
Desinvesteringen verkoop -/- 7.968  -/- 6.799  -/- 1.300  -/- 1.327  -/- 9.268  -/- 8.126 
Desinvesteringen sloop -/- 9.786  -/- 813  -/- 375  - -/- 10.161  -/- 813 
Herclassificatie - - - - - -
Afboeking directe investeringen -/- 20.632  -/- 17.838  -/- 167  -/- 291  -/- 20.799  -/- 18.129 
Waardemutatie bestaand bezit 200.122  -/- 124.046  16.363  -/- 12.090  216.485  -/- 136.136 
Totaal mutaties marktwaardering 204.678  -/- 110.455  14.763  -/- 13.256  219.441  -/- 123.711 
             
Stand per 31 december            
Verkrijgingsprijzen 1.339.403  1.304.208  133.224  135.078  1.472.627  1.439.286 
Herwaarderingen 1.237.514  1.074.645  62.204  47.872  1.299.718  1.122.517 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -/- 34.977  -/- 41.591  -/- 2.899  -/- 5.184  -/- 37.876  -/- 46.775 
Boekwaarden 31 december 2.541.940  2.337.262  192.529  177.766  2.734.469  2.515.028 

DAEB vastgoed in exploitatie

In de post DAEB vastgoed in exploitatie zijn totaal 18.457 eenheden verantwoord.

Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

In de post niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 1.282 eenheden verantwoord.

Verklaring waardemutaties

De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

(bedragen x € 1.000)

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Boekwaarden per 1 januari 2024 2.337.262  177.766  2.515.028 
       
Voorraadmutaties      
Verkoop/sloop -/- 17.774  -/- 1.675  -/- 19.449 
Nieuwbouw 13.531  - 13.531 
Herclassificatie - - -
       
Objectgegevens      
Mutatie huur en maximaal redelijke huur 35.331  956  36.287 
Mutatie markthuur 14.659  1.435  16.094 
Mutatie leegwaarde 132.966  14.092  147.058 
Mutatie oppervlak - - -
       
Parameterwijzigingen      
Onderhoud -/- 10.906  -/- 611  -/- 11.517 
Disconteringsvoet -/- 91.705  -/- 10.739  -/- 102.444 
Exit yield 43.986  4.660  48.646 
Overdrachtskosten 9.991  -/- 1.067  8.924 
Inflatiecijfers 2.344  188  2.532 
Vrije verkoopwaardestijging 84.119  6.799  90.918 
Mutatiekans -/- 9.346  1.009  -/- 8.337 
Belastingen -/- 2.284  -/- 164  -/- 2.448 
Beheerkosten -/- 234  -/- 120  -/- 354 
       
       
Marktwaarde per 31 december 2024 2.541.940  192.529  2.734.469 

Gevoeligheidsanalyse marktwaardering

Over het gehele bezit van Elkien per eind 2024 is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd ten aanzien van de marktwaarde. De uitkomsten hiervan zijn als volgt:

Parameter Gehanteerd in marktwaarde 31/12/24 Effect wijziging parameter Nieuwe parameter Effect op marktwaarde (€ 1.000.000) Effect op marktwaarde %
Disconteringsvoet 7,8% 1% 8,8% -/- 222  -/- 8%
  7,8% -/- 1% 6,5% 328  12%
Gemiddelde markthuur € 883 1% € 891 0,1%
  € 883 -/- 1% € 874 -/- 3  -/- 0,1%
Mutatiegraad 8,1% 1% 9,1% 73  3%
  8,1% -/- 1% 7,1% -/- 84  -/- 3%
Leegwaarde € 4.268 miljoen 1% € 4.311 miljoen 16  0,6%
  € 4.268 miljoen -/- 1% € 4.244 miljoen -/- 16  -/- 0,6%

Beleidswaarde

De beleidswaarde ultimo 2024 voor Elkien bedraagt € 1.688 miljoen. 

De opbouw van de beleidswaarde per 31 december 2024 is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Marktwaarde per 31 december 2024 2.541.940  192.529  2.734.469 
       
Beschikbaarheid -/- 312.088  -/- 38.164  -/- 350.252 
Betaalbaarheid -/- 547.157  -/- 16.339  -/- 563.496 
Kwaliteit -/- 508.064  -/- 27.976  -/- 536.040 
Beheer -/- 155.971  -/- 3.321  -/- 159.292 
Disconteringsvoet 522.425  40.381  562.806 
Maatschappelijke bestemming -/- 1.000.855  -/- 45.419  -/- 1.046.274 
       
Beleidswaarde per 31 december 2024 1.541.085  147.110  1.688.195 

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

Uitgangspunten DAEB niet-DAEB
Streefhuur per maand € 658 per woning € 994 per woning
Beheerlasten per jaar € 1.169 per woning € 1.169 per woning
Onderhoudslasten per jaar € 3.116 per woning € 3.628 per woning
Aantal woningen met EFG-labels 2.098 woningen 6 woningen
Streefhuur

Tot en met 2018 werd door Elkien de markthuur gevolgd als streefhuur. Vanaf 2019 stegen de markthuren echter dusdanig dat ervoor is gekozen om deze streefhuren te verhogen met prijsinflatie. Daarnaast werden woningen die door een aftoppingsgrens zouden gaan hieronder bevroren. Vanaf 2023 is ervoor gekozen om de streefhuren van de woningen met een EFG-label te bevriezen. Jaarlijks worden de nieuwe streefhuren vastgesteld. 

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten zijn opgebouwd op basis van de directe en indirecte lasten die gerelateerd zijn aan de ‘lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst- en verliesrekening.  

De directe onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen: 

  • Reparatieonderhoud- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud
  • Overig onderhoud (bijdrage in het onderhoud van de vve’s, tekenwerk, ketensamenwerking, indirecte onderhoudslasten, narenovaties, dynamisch onderhoud en extra onderhoud voor specifieke projecten) 

De indirecte lasten bestaan voornamelijk uit de toerekening van onderhoudsgerelateerde personeels- en bedrijfskosten zoals bijvoorbeeld de personele lasten van de eigen onderhoudsdienst en de afschrijvingslasten van de bedrijfsmiddelen. 

De in de door het Bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde Financiële Meerjarenbegroting 2025-2029 (FMJB) opgenomen geschatte lasten inzake reparatie- alsmede mutatieonderhoud zijn gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex. 

Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties. 

Het planmatig onderhoud is gebaseerd op de beleidsvrije meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) van Elkien. De MJOP gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden. 

Elkien beschikt over een door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde FMJB met een doorkijk naar 2035. Hierin is uitgegaan van de MJOP. Deze MJOP is vervolgens beleidsrijk gemaakt. Na verkoop en sloop wordt immers geen onderhoud meer uitgevoerd. Daarnaast wordt bij een woningverbetering, het onderhoud 4 jaar voorafgaand aan de woningverbetering alsook het onderhoud gepland in de eerste 6 jaar erna, geclusterd, zodat dit meegenomen kan worden bij de woningverbetering. Indien dit een ingrijpende verbouwing betreft, wordt dit als investering geclassificeerd. Hierdoor wijkt de onderhoudslast in het vastgestelde FMJB op jaarniveau af van de onderhoudslast in de MJOP. Voor de beleidswaarde wordt conform het Handboek marktwaarde uitgegaan van de MJOP. 

De opgestelde MJOP gaat uit van prijspeil 31-12-2024. De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid. 

De MJOP is beleidsarm opgesteld voor 40 jaar. Uitgangspunten hierbij zijn: 

  • Doorgaande (eeuwige) exploitatie
  • Geen rekening gehouden met woningverbeteringen, ingrijpende verbouwingen, EFG-labels
  • Sloop, nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten. 

Zoals hiervoor aangegeven kent de MJOP een horizon van 40 jaar. Voor de prognosejaren waar geen MJOP voor beschikbaar is, wordt het gemiddelde onderhoud van het betreffende complex genomen als onderhoudsnorm voor de horizon van 41 tot en met 60 jaar.

In de FMJB is een jaarlijkse besparing van het onderhoud ingerekend van € 4 miljoen. Deze besparing kan worden behaald door optimalisaties in het onderhoud. Echter dit kan ook worden behaald door het activeren van onderhoud in woningverbeteringsprojecten. Aangezien niet zeker is dat deze € 4 miljoen wordt behaald in het deel wat betrekking heeft op de beleidswaarde, is er vanuit voorzichtigheid gekozen om deze nog niet in de beleidswaarde mee te nemen.

EFG-labels

Elkien heeft ultimo 2024 nog 2.104 woningen waarop een EFG-label van toepassing is. De verduurzaming is niet meegenomen in de MJOP, dus hoeft hierin niet te worden gecorrigeerd. In de beleidswaarde worden hiervoor de normbedragen meegenomen vanuit het Handboek modelmatig waarderen.

Achterstallig onderhoud

In de marktwaarde en beleidswaarde is voor € 3,7 miljoen aan uitgaven opgenomen voor het wegwerken van achterstallig onderhoud. Dit betreft funderingsproblematiek, brandveiligheidsproblematiek en inventarisatie rondom asbest binnen geplande projecten. Dit is niet verwerkt in de MJOP.
Van bovengenoemde € 3,7 miljoen heeft € 2,2 miljoen betrekking op funderingsproblematiek. Dit bedrag is ingerekend voor complexen waar deze problematiek duidelijk aan de orde is en waarvoor een indicatie is gemaakt van de herstelkosten. Daarnaast is er een aantal complexen die wel in de risicocategorie vallen, maar waar nog geen duidelijke signalen zijn en/of schade is. Voor deze complexen is nog geen bedrag ingerekend voor funderingsproblematiek.

Beheerlasten

De beheerlastennorm is gebaseerd op de functionele winst- en verliesrekening vanuit de FMJB. De beheerlastennorm is gebaseerd op de bedragen uit deze begroting voor de eerstvolgende 15 jaar.

Gevoeligheidsanalyse

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2024:

Uitgangspunten DAEB niet-DAEB
€ 25 lagere streefhuur € 130 miljoen lager (-/- 8%) € 5 miljoen lager (-/- 3%)
€ 50 hoger onderhoud per vhe € 36 miljoen lager (-/- 2%) € 1 miljoen lager (-/- 1%)
€ 50 hogere beheerkosten € 36 miljoen lager (-/- 2%) € 1 miljoen lager (-/- 1%)
1% lagere mutatiegraad € 19 miljoen lager (-/- 1%) € 2 miljoen lager (-/- 1%)
1% hogere disconteringsvoet € 276 miljoen lager (-/- 18%) € 24 miljoen lager (-/- 17%)

8.3 Overige vastgoedbeleggingen

De mutaties in de overige vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

(bedragen x € 1.000)

    Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Stand per 1 januari 2024 2023 2024 2023
Verkrijgingsprijzen 682  1.018  8.532  4.268 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen 368  512  -/- 5.101  -/- 3.357 
Boekwaarden per 1 januari 1.050  1.530  3.431  911 
         
Mutaties        
Investeringen - - 24.104  16.769 
Desinvesteringen - -/- 336  -/- 507  -/- 1.270 
Waardeveranderingen 162  -/- 144  -/- 18.027  -/- 8.246 
Overboeking voorziening - - 8.825  3.780 
Overboeking naar vastgoed in exploitatie - - -/- 14.480  -/- 8.513 
Totaal mutaties 162  -/- 480  -/- 85  2.520 
         
Stand per 31 december        
Verkrijgingsprijzen 682  682  11.738  8.532 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen 530  368  -/- 8.392  -/- 5.101 
Boekwaarden per 31 december 1.212  1.050  3.346  3.431 

In de post Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 5 eenheden opgenomen (2023: 5 eenheden). Deze 5 eenheden zijn allen verkocht met een terugkoopverplichting. Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de Minister BZK hebben. Elkien biedt geen mogelijkheid meer tot (ver)kopen onder voorwaarden.

8.4 Financiële vaste activa

Het verloop van de financiële vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1.000)

  Deel-nemingen Latente belasting- vordering(en) Leningen u/g Overige vorderingen Totaal
Stand per 1 januari 2024 18  20.439  699  105.872  127.028 
Investeringen / vermeerderingen - 2.913  22  5.114  8.049 
Desinvesteringen / verminderingen -/- 18  - -/- 6  -/- 3.746  -/- 3.770 
Waardeverminderingen - -/- 5.339  - - -/- 5.339 
Overige mutaties - - - - -
Stand per 31 december 2024 - 18.013  715  107.240  125.968 
           
Inbegrepen in de stand per 31 december 2024 zijn:          
- looptijd korter dan één jaar - 2.497  285  - 2.782 

8.4.1 Deelnemingen

De deelneming betreft:

(bedragen x € 1.000)

  Aandeel Netto-vermogenswaarde 31/12/23 Netto-vermogenswaarde 31/12/24
Elkien Holding B.V. te Heerenveen 100% 18 0

De deelneming Elkien Holding B.V. is in 2024 geliquideerd.

8.4.2 Latente belastingvordering

De belastinglatentie is als vordering opgenomen voor het tijdelijke verschil tussen de fiscale waardering en de waardering in de jaarrekening van de onroerende zaken, de langlopende schulden, verrekenbare verliezen en derivaten. De latentie zal naar verwachting voor € 2,5 miljoen binnen één jaar worden gerealiseerd.

(bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Verrekenbare verliezen 36.990  40.266 
Onroerende zaken en afschrijvingspotentieel 4.115  6.078 
Langlopende schulden 50  118 
Derivaten 101  133 
Herstructurering derivatenportefeuille -/- 12.481  -/- 14.617 
Voorziening onderhoud -/- 10.762  -/- 11.539 
Totaal 18.013  20.439 

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde. De netto gehanteerde effectieve vermogenskostenvoet bedraagt 2,36% (2023: 2,38%). Dit percentage is afgeleid uit de voor de Elkien geldende rente voor langlopende leningen op 31 december 2024 van 3,18% (2023: 3,21%), onder aftrek van het gemiddelde nominale belastingtarief over de periode 2024-2037. Het geldende tarief voor de vennootschapsbelasting bedraagt voor 2024 en verder 25,8%.

Verrekenbare verliezen € 36.990k
Van de compensabele verliezen is de verwachting dat deze gecompenseerd worden binnen de daarvoor beschikbare termijn van verliescompensatie binnen de fiscale wetgeving hierover.

Bij het bepalen van de verrekenbare verliezen is rekening gehouden met de vastgestelde aangiften tot en met boekjaar 2018. Van 2019 tot en met 2021 is sprake van nog lopende bezwaarprocedures omtrent de renteaftrekbeperking, namelijk welke mutaties wel en niet als rente in de zin van de ATAD-renteaftrekbeperking kwalificeren. Dit leidt tot een mogelijke correctie. In de berekening van de verrekenbare verliezen zijn we uitgegaan van het voor ons meest ongunstige scenario.

Onroerende zaken en afschrijvingspotentieel € 4.115k
In 2020 is een actieve latentie gevormd voor het fiscale afschrijvingspotentieel. Deze bedraagt nominaal € 20 miljoen en loopt in 2075 af.

Langlopende schulden € 50k
De latentie bedraagt nominaal € 0,4 miljoen en loopt in 2036 af.

Derivaten € 101k
De latentie bedraagt nominaal € 0,8 miljoen en loopt in 2037 af.

Herstructurering derivatenportefeuille -/- € 12.481k
Deze latentie is gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen tussen de fiscale waardering en de waardering van de geactiveerde kosten herstructurering derivatenportefeuille € 12,4 miljoen (2023: € 14,6 miljoen). De latentie bedraagt € 92,8 miljoen (2023: € 96,9 miljoen) en loopt in 2061 af.

Voorziening onderhoud -/- € 10.762k
In 2022 heeft Elkien een vaststellingsovereenkomst afgesloten met de belastingdienst voor de vorming van een onderhoudsvoorziening in het jaar 2018. Deze voorziening bedraagt nominaal € 45,8 miljoen. Over de vorming van deze voorziening loopt nog een landelijke gerechtelijke procedure. Wij zijn voorzichtigheidshalve van het scenario uitgegaan dat deze uitspraak in ons nadeel uitvalt en daarmee de voorziening in 2028 vrijvalt.

8.4.3 Leningen u/g

(bedragen x € 1.000)

Geldnemer Rente Restant looptijd in jaren Saldo 31/12/24 Saldo 31/12/23
Social Finance SRR n.v.t. 18  31  37 
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting n.v.t. 20  684  662 
Totaal     715  699 

8.4.4 Overige vorderingen

Onder de overige vorderingen zijn de volgende posten opgenomen: 

(bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Geactiveerde kosten herstructurering derivaten 39.973  41.373 
Geactiveerde marktwaarde derivaten 67.267  64.499 
Totaal 107.240  105.872 

Geactiveerde kosten herstructurering derivaten

Het negatieve resultaat van afgekochte renteswaps in 2010, 2014 en 2020 wordt jaarlijks afgeschreven naar rato van de looptijd van de afgekochte swaps. De afschrijving naar rato van de oorspronkelijke looptijd geldt zolang de oorspronkelijk ingedekte leningen er nog zijn.

De afschrijving voor 2024 is circa € 1,4 miljoen (2023: circa € 1,4 miljoen). De afschrijving is verantwoord in de resultatenrekening onder de post rentelasten en soortgelijke kosten.

Geactiveerde marktwaarde derivaten

In 2018, 2019, 2021, 2022, 2023 en 2024 zijn renteswaps bij een vijftal derivatenbanken doorgezakt in nieuw afgesloten langlopende leningen. Deze leningen zijn gepassiveerd tegen marktwaarde. Als gevolg hiervan ontstaat een agio. Op dit agio wordt jaarlijks afgeschreven conform de effectieve interestmethode waarmee een rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. De marktwaarde van deze afgewikkelde renteswaps is geactiveerd en hierop wordt jaarlijks eveneens afgeschreven conform de effectieve interestmethode, waarmee een rentelast tot hetzelfde bedrag als de rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. Per saldo hebben deze mutaties in de winst- en verliesrekening financieel geen impact, maar zijn om verslaggevingstechnische redenen voorgeschreven.

8.5 Voorraden

(bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Vastgoed bestemd voor de verkoop 152  150 
Totaal 152  150 

Het vastgoed bestemd voor de verkoop bestaat uit de volgende kavels:
Wons Noorderlaan
Gorredijk De Miente
Grou Groene Kruis
Sneek Hein Doekesstraat
Tersoal Buorren

8.6 Vorderingen

(bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Huurdebiteuren 464  431 
Gemeenten 13 
Vorderingen op groepsmaatschappijen - 1.093 
Belastingen en premies sociale verzekeringen 809  -
Overige vorderingen 1.731  1.463 
Overlopende activa 1.023  1.268 
Totaal 4.040  4.256 

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Huurdebiteuren (bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Vorderingen op zittende huurders 669  640 
Af: voorziening wegens oninbaarheid -/- 205  -/- 209 
Totaal 464  431 

Vorderingen op groepsmaatschappijen (bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Elkien CPS B.V. - 1.093 
Totaal - 1.093 

Overige vorderingen (bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Vorderingen op niet-huurders 68  118 
Vorderingen op vertrokken huurders 1.203  1.070 
Overige vorderingen 1.522  1.242 
Af: voorziening wegens oninbaarheid -/- 1.062  -/- 967 
Totaal 1.731  1.463 

Overlopende activa (bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Vooruitbetaalde facturen 990  1.162 
Overige 33  106 
Totaal 1.023  1.268 

8.7 Liquide middelen

Dagelijks opvraagbare liquide middelen (bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
BNG Bank 7.991  11.600 
Rabobank 131  57 
Totaal liquide middelen 8.122  11.657 
     
Ultimo 2024 heeft Elkien de volgende kredietfaciliteiten:    
(bedragen x € 1.000)    
BNG Bank 2.000 10.000

De liquide middelen zijn vrij aanwendbaar.

8.8 Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Stand per 1 januari 1.129.828  1.281.365 
Realisatie door sloop -/- 6.428  -/- 511 
Realisatie door verkoop -/- 5.399  -/- 4.748 
Overboeking vanwege herijking herwaarderingsreserve 181.716  -/- 146.278 
Stand per 31 december 1.299.717  1.129.828 

Overeenkomstig artikel 3 van de statuten van Elkien dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet te worden besteed.

Ultimo 2024 is in totaal circa € 1.300 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen inbegrepen (2023: circa € 1.130 miljoen). In 2024 is € 11,8 miljoen (2023: € 5,2 miljoen) onttrokken aan de ongerealiseerde herwaardering wegens sloop en verkopen ten gunste van de overige reserves. De waardering van het vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten, geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (€ 1.689 miljoen) in relatie tot de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie (€ 2.734 miljoen) is een bedrag van € 1.045 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Elkien niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Elkien. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van Elkien is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Elkien.

8.9 Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Stand per 1 januari 904.650  802.115 
Resultaat voorgaand boekjaar -/- 142.422  -/- 49.002 
Overboeking vanwege herijking herwaarderingsreserve -/- 169.889  151.537 
Stand per 31 december 592.339  904.650 

Aan het resultaat van de stichting mag statutair geen andere bestemming worden gegeven dan het bevorderen van het doel van de stichting. Elkien stelt zich tot doel uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn in de regio Friesland. Voorgesteld wordt dan ook om het gehele resultaat van het boekjaar 2024 van € 199 miljoen positief aan de overige reserves, als onderdeel van het totale eigen vermogen, toe te voegen.

8.10 Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  Stand per 1/1/24 Dotaties Onttrek-kingen Vrijval Stand per 31/12/24
Onrendabele investeringen en herstructureringen nieuwbouw 3.780  8.825  -/- 3.780  - 8.825 
Onrendabele investeringen en herstructureringen WVB 2.692  37  -/- 2.692  - 37 
Jubilea/gratificaties 696  107  -/- 42  - 761 
Opleidingen (opgebouwde rechten) 513  23  -/- 36  - 500 
Totaal 7.681  8.992  -/- 6.550  - 10.123 

Van de voorzieningen is een bedrag van circa € 1,3 miljoen als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken.
 

8.10.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

De voorziening voor onrendabele investeringen in nieuwbouw en woningverbeteringen betreft het per saldo verlieslatende deel van (toekomstige) contracten ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwbouw en woningverbeteringen van huurwoningen waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt (en geactiveerd) om het verlies daarop in mindering te brengen.

8.11 Langlopende schulden

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na de afloop van het boekjaar, zoals hierboven toegelicht, zijn opgenomen onder de kortlopende schulden op korte termijn.

(bedragen x € 1.000)

  Stand 31/12/24 exclusief aflossings-verplichting Aflossings-verplichting 2025 Stand 31/12/24 inclusief aflossings-verplichting Resterende looptijd > 1 jaar Resterende looptijd > 5 jaar
Schulden aan overheid totaal 2.674  392  3.066  3.066  2.943 
           
Leningen 631.821  25.644  657.465  634.965  550.669 
Agio herstructurering derivatenportefeuille 67.267  - 67.267  - -
Agio voormalige extendible leningen 18.384  - 18.384  - -
Agio genoveerde Vestia-ruillening 8.654  - 8.654  - -
Schulden aan kredietinstellingen totaal 726.126  25.644  751.770  634.965  550.669 
           
Totaal leningen 728.800  26.036  754.836  638.031  553.612 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 594  - 594  - -
Marktwaarde Embedded derivaten - - - - -
Totaal 729.394  26.036  755.430  638.031  553.612 

Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende 5 jaar is hieronder weergegeven:

(bedragen x € 1.000)

  Aflosbaar over 2 jaar Aflosbaar over 3 jaar Aflosbaar over 4 jaar Aflosbaar over 5 jaar
Schulden aan overheid 400  340  344  348 
Schulden aan kredietinstellingen 37.543  28.548  17.445  7.193 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden - - - -
Marktwaarde Embedded derivaten - - - -
Totaal 37.943  28.888  17.789  7.541 

De posten marktwaarde embedded derivaten en agio leningen hebben geen impact op de kasstromen, maar zijn verantwoord om verslaggevingstechnische redenen.

Schulden aan overheid en kredietinstellingen

De mutaties in 2024 van de leningen overheid en kredietinstellingen kunnen als volgt worden toegelicht:

(bedragen x € 1.000)

  Schulden overheid Schulden krediet- instellingen Totaal
Stand per 1 januari 2024 3.451  639.494  642.945 
Bij: nieuwe leningen - 67.500  67.500 
Af: Aflossingen -/- 385  -/- 49.529  -/- 49.914 
Stand per 31 december 2024 3.066  657.465  660.531 
Schulden aan overheid

Hieronder zijn opgenomen leningen welke zijn verstrekt door de gemeenten Opsterland, Leeuwarden en Súdwest-Fryslân. Deze leningen hebben de volgende kenmerken:

Vastrentende leningen (bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 3.066 3.451
Gemiddelde rente 1,30% 1,36%
Gemiddelde looptijd 9 jr. 10 jr.
Reële waarde 2.942 3.271
Schulden aan kredietinstellingen

Hieronder zijn begrepen leningen van verschillende kredietinstellingen. Deze leningen hebben de volgende kenmerken:

Vastrentende leningen (bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 582.965 528.514
Gemiddelde rente 3,07% 3,02%
Gemiddelde looptijd 27 jr. 28 jr.
Reële waarde 671.900 587.777

Leningen met variabele rente (bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 74.500 110.980
Gemiddelde rente 3,22% 4,01%
Gemiddelde looptijd 9 jr. 13 jr.
Reële waarde 75.013 111.899

De financieringsrente van de portefeuille inclusief effecten derivaten bedraagt ultimo 2024 3,2% (2023: 3,2%) en de duration 18. De gemiddelde liquiditeits- c.q. rente typische looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2024 25 jaar respectievelijk 25 jaar. 

De totale leningenportefeuille bedraagt ultimo 2024 € 661 miljoen (2023: € 643 miljoen). Hiervan is € 10 miljoen niet door het WSW geborgd (2023: € 11  miljoen). Van de leningen verstrekt door de overheid en kredietinstellingen is een totaalbedrag van € 651 miljoen (2023: € 632 miljoen) opgenomen waarvoor WSW borging is verkregen. Dit is 98% van de totale leningenportefeuille. De hieraan gekoppelde onroerende zaken zijn vrij van hypotheek. Op deze zaken kan op verzoek van het WSW een hypotheekrecht gevestigd worden. In een dergelijk geval zal een financier het WSW wel moeten aanspreken.

De marktwaarde van de leningen bedraagt per 31 december 2024 € 750 miljoen (2023: € 703 miljoen). Hierbij zijn de cashflows contant gemaakt op basis van de Euro Swaps Curve.

Basisrenteleningen

Van de totale leningenportefeuille ultimo 2024 ad € 661 miljoen bestaat € 118 miljoen uit basisrenteleningen. De door Elkien afgesloten basisrenteleningen zijn verstrekt door de BNG Bank en de NWB Bank. Op deze leningen wordt een vaste basisrente betaald van gemiddeld 3,6% (2023: 3,6%). De credit spread die op deze leningen wordt betaald, wordt periodiek herzien. Voor de huidige leningen is de gemiddelde credit spread 0,2%.

Essentie basisrenteleningen

Een basisrentelening kan gezien worden als een combinatie van een renteswap en een roll-over lening. Het voordeel van een basisrentelening is dat geen sprake is van margin call verrekening (mogelijke storting van onderpand) en dat voor zeer lange looptijden gekozen kan worden. De basisrentelening bestaat uit een basisrente verhoogd met een kredietopslag voor een bepaalde periode. Nieuwe basisrenteleningen komen alleen onder specifieke voorwaarden in aanmerking voor WSW borging.

Risico creditspread

Bij een basisrentelening is het risico dat de geldgever bij een kredietopslag herzieningsmoment een niet marktconforme opslag biedt. Indien de geldnemer deze opslag niet accepteert vindt afwikkeling tegen marktwaarde plaats. Deze kan hoger liggen dan de nominale waarde van de lening. Elkien typeert dit risico als beperkt, omdat de basisrenteleningenportefeuille niet verstrekt is door commerciële partijen, maar door de sectorbanken. Bij hoge kredietopslagen kan Elkien opteren voor een korte(re) looptijd.

Marktwaarde derivaten

Alle derivaten met een startdatum voor 31 december 2024 zijn gekoppeld aan een variabele lening, waardoor het renterisico voortvloeiende uit de variabele lening afgedekt is door het derivaat. 

Van de variabel rentende leningen is voor een nominale waarde van € 35 miljoen aan renteswaps afgesloten om het variabel rente risico op deze leningen af te dekken. Dit zijn renteswaps met als tegenpartij de BNG Bank, waarmee een Raamovereenkomst Financiële derivaten (RFD) zonder CSA (Credit Support Annex) - waarin onderpandsverplichtingen zijn opgenomen - is afgesloten.  

Daarnaast is geen sprake van breakclausules. 

De marktwaarde van deze renteswaps is eind 2024 € 10,7 miljoen negatief (2023: € 16,8 miljoen negatief). In 2024 is voor nominaal € 22,5 miljoen renteswaps (met CSA) doorgezakt.

Embedded derivaten

Een embedded derivaat is een derivaat dat deel uitmaakt van een contract; het zogenaamde basiscontract. Elkien waardeert haar derivaten tegen kostprijs en moet volgens de RJ 290 de embedded derivaten, die niet nauw verbonden zijn met het basiscontract, gescheiden waarderen.  

Er is geen sprake van derivaten die nog uitgeoefend kunnen worden door partijen.

Kengetallen
  2024 2023
ICR 2,1 1,7
Solvabiliteit marktwaarde 72% 71%

Bovenstaand zijn twee ratio's opgenomen, specifiek ten behoeve van de BNG Bank. De ratio’s zijn als volgt berekend:

ICR (Interest Coverage Ratio)
Gecorrigeerde som der bedrijfsopbrengsten / jaarlijkse bruto rentelasten

Solvabiliteit marktwaarde
Gecorrigeerd eigen vermogen / gecorrigeerd balanstotaal

8.12 Kortlopende schulden

(bedragen x € 1.000)

  31-12-24 31-12-23
Schulden aan kredietinstellingen 26.036  31.714 
Schulden aan leveranciers 5.878  11.074 
Belastingen en premies sociale verzekeringen 3.910  6.146 
Overige schulden 2.261  1.723 
Overlopende passiva 10.979  11.092 
Totaal 49.064  61.749 

De kortlopende schulden hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de schulden benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan. Met boeten verschuldigd voor vervroegde aflossing dient rekening gehouden te worden indien en voor zover die vervroegde aflossing bij de schuldeiser is aangekondigd of op andere wijze vaststaat.

Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.

8.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Huurverplichtingen

Het jaarlijks bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal circa € 2,8 miljoen (2023: circa € 0,8 miljoen). Hiervan heeft circa € 2,2 miljoen een looptijd van meer dan een jaar.

Van de huurverplichtingen ultimo 2024 zijn geen huurbetalingen in 2024 in de winst- en verliesrekening verwerkt. In 2024 is € 575k aan huren betaald.

Operationele lease

Leasecontracten waarbij de voor- en nadelen geheel of nagenoeg geheel verbonden zijn aan Elkien, maar het eigendom niet bij Elkien ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

Eind 2024 heeft Elkien ten aanzien van haar wagen- en fietspark leaseverplichtingen ter grootte van circa € 1,6 miljoen (2023: circa € 0,9 miljoen). Deze leaseverplichting is in onderstaande tabel nader toegelicht:

(bedragen x € 1.000)

  < 1 jaar > 1 jaar < 5 jaar > 5 jaar Totaal
Leaseverplichting 452 1.098 67 1.617

Gedurende het verslagjaar zijn in de winst- en verliesrekening verwerkt:

(bedragen x € 1.000)

Minimale leasebetalingen 627 
Voorwaardelijke leasebetalingen 96 
Totaal 723 
Investerings- en onderhoudsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor investeringen en onderhoud tot een bedrag van circa € 32 miljoen (2023: circa € 12 miljoen).

Ultimo boekjaar is Elkien onderhoudsverplichtingen aangegaan voor een totaal bedrag van circa € 10 miljoen waarvan de uitvoering nog ter hand moet worden genomen. Dit betreft onderhoudsafspraken met betrekking tot opgeleverde nieuwbouwwoningen in 2017 t/m 2019 door en met de ketenpartners voor de komende 25 jaar na oplevering.

Per 1 januari 2016 is Elkien de Ketensamenwerking aangegaan met zes partners uit de bouwwereld. De overeenkomsten zijn getekend voor meerjarige afspraken over het planmatig onderhoud en de woningverbeteringen van zo’n 20.000 woningen in Friesland.

Obligolening

Als deelnemer van het WSW is sprake van een obligoverplichting. Deze bestaat uit het Jaarlijks Obligo en het Gecommitteerd Obligo. Het Jaarlijks Obligo vormt het eerste middel voor WSW om het Risicovermogen aan te vullen. Wanneer het Jaarlijks Obligo onvoldoende is, doet WSW voor het resterende deel een beroep op het Gecommitteerde Obligo. Dit betreft een door het WSW geborgde variabele hoofdsomlening afgesloten bij de BNG Bank groot € 18,3 miljoen ultimo 2024. Ultimo 2024 is niet getrokken op deze obligolening.

Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid

Stichting Elkien vormt met Elkien Holding B.V. en Elkien CPS B.V. een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Op grond van de Invorderingswet zijn de vennootschap en de met haar gevoegde dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting. Verrekening vindt plaats via de rekening-courant.
Elkien Holding B.V. en Elkien CPS B.V. zijn per 19 december 2024 geliquideerd.

9. Toelichting op de winst- en verliesrekening

9.1 Huuropbrengsten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Woningen en woongebouwen 126.290  122.576 
Vastgoed niet zijnde woningen 6.388  6.530 
  132.678  129.106 
Af:    
Huurderving wegens leegstand -/- 2.744  -/- 2.280 
Huurderving wegens oninbaarheid -/- 296  -/- 238 
Totaal 129.638  126.588 

De "te ontvangen netto-huur" is gewijzigd ten opzichte van 2023 als gevolg van:

  • Verhoging van de huren wegens algemene huurverhoging en harmonisatie € 4,2 miljoen;
  • Het in exploitatie komen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen € 0,5 miljoen;
  • Kortingen, verkopen en sloop van woningen in exploitatie -/- € 1,1 miljoen.

9.2 Opbrengst servicecontracten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Overige goederen, leveringen en diensten 6.268  6.505 
Af: te verrekenen met huurders -/- 796  -/- 1.080 
Af: vergoedingsderving wegens leegstand -/- 161  -/- 140 
Totaal 5.311  5.285 

9.3 Lasten servicecontracten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Onderhoudskosten exploitatie levering & diensten 2.153  2.194 
Verwarmingskosten 1.408  1.104 
Elektrakosten 1.191  1.058 
Waterkosten 124  131 
Kosten / premie glasverzekering 383  383 
Overige directe exploitatiekosten -
Subtotaal 5.259  4.872 
Toegerekende organisatiekosten 352  381 
Totaal 5.611  5.253 

9.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Toegerekende organisatiekosten 14.046  13.336 
Totaal 14.046  13.336 

9.5 Lasten onderhoudsactiviteiten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Onderhoudsuitgaven (cyclisch) 37.774  51.061 
Onderhoudsuitgaven (niet-cyclisch) 16.664  12.866 
Totaal 54.438  63.927 

De onderhoudsuitgaven zijn te verdelen in:

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Planmatig onderhoud 37.304  50.150 
Mutatie-onderhoud 4.645  3.318 
Klachtenonderhoud 6.397  5.377 
Toegerekende organisatiekosten 6.092  5.082 
Totaal 54.438  63.927 

De toegerekende organisatiekosten aan onderhoudskosten zijn gebaseerd op de gehanteerde verdeelsleutels zoals deze in paragraaf 6.1 zijn opgenomen. Deze kosten bestaan uit bedrijfskosten en lonen en salarissen welke verband houden met het onderhoud van vastgoed in exploitatie.

9.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Gemeentelijke heffingen 7.636  6.635 
Verzekeringskosten 802  644 
Overige sectorheffingen 81  69 
Verhuurderheffing - 25 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 18  17 
Totaal 8.537  7.390 

9.7 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

9.7.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Voormalige huurwoningen 12.537  10.657 
Bedrijfsruimtes en kavels 716  212 
Totaal 13.253  10.869 

De verkoopopbrengst betreft 65 woningen, 5 BOG-eenheden en 1 kavel (2023: 51 woningen en 1 kavel(ruil)). De door de verkoop in 2024 gerealiseerde waardedaling begrepen in de herwaarderingsreserve bedraagt € 5,4 miljoen.

9.7.2 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Boekwaarde huurwoningen 8.893  8.125 
Boekwaarde bedrijfsruimtes en kavels 468  -
Totaal 9.361  8.125 

9.8 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

9.8.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Afwaardering woningverbeteringen naar marktwaarde huidig jaar 18.107  2.391 
Afwaardering woningverbeteringen naar marktwaarde volgend jaar 37  2.692 
Marktwaarde gesloopt bezit 5.425  483 
Projecten opgeleverd in boekjaar en grondquote -/- 818  861 
Projecten opgeleverd vóór boekjaar - -/- 1.379 
Dotatie aan voorziening 15.479  8.522 
Totaal 38.230  13.570 

9.8.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
DAEB Vastgoedbeleggingen in exploitatie 200.122  -/- 124.046 
Niet-DAEB Vastgoedbeleggingen in exploitatie 16.363  -/- 12.090 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 162  -/- 143 
Totaal 216.647  -/- 136.279 

9.9 Opbrengsten overige activiteiten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Vergoeding EPV en PV-panelen 835  735 
BTW ProRata en suppletieaangiften - 172 
Opbrengst administratiekosten servicekosten 150  171 
Overige baten 241  184 
Totaal 1.226  1.262 

9.10 Overige organisatiekosten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Toegerekende afschrijvingen 249  223 
Toegerekende personele lasten 3.523  2.988 
Toegerekende bedrijfslasten 2.167  2.023 
Toegerekende heffingen 302  1.074 
Totaal 6.241  6.308 

Onder de post worden de organisatiekosten opgenomen die niet rechtstreeks aan de primaire activiteiten toegerekend kunnen worden. Het betreffen hier o.a. de personele, facilitaire en huisvestingskosten voor de ondersteunende afdelingen van de organisatie (o.a. HRM, Communicatie, Strategie, Control en Financiën).

9.11 Leefbaarheid

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Vastgoed gerelateerde leefbaarheid 729  421 
Sociaal gerelateerde leefbaarheid 697  662 
Toegerekende organisatiekosten 2.598  2.034 
Totaal 4.024  3.117 

9.12 Saldo financiële baten en lasten

9.12.1 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Waardeverandering embedded derivaten - -/- 877 
Vrijval geactiveerde rente 857  854 
Totaal 857  -/- 23 

9.12.2 Rentelasten en soortgelijke kosten

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Rente langlopende schulden:    
- Leningen overheid en kredietinstellingen 20.964  20.342 
- Afschrijving herstructurering derivatenportefeuille ‘10-‘14 en '20 1.399  1.399 
- Afschrijving herstructurering derivatenportefeuille ‘18, '19 en '21 2.346  2.218 
- Afschrijving gepassiveerde agio leningen -/- 2.346  -/- 2.218 
- Borgstellingsvergoeding- en bereidstellingsprovisie 178  231 
- Vrijval agio Vestia ruillening -/- 211  -/- 210 
- Overige rentekosten 128  65 
Totaal 22.458  21.827 

De hiervoor vermelde rentelast van langlopende schulden leningen kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
- Rentelasten van leningen met een vaste rente 16.943  15.587 
- Rentelasten van leningen met een variabele rente 3.711  4.005 
- Rentelasten / (baten) van rentederivaten met een effectieve hedge relatie 310  750 
Totaal rente langlopende schulden 20.964  20.342 

9.13 Belastingen

De belastingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Te betalen vennootschapsbelasting boekjaar 2.672  1.540 
Te betalen vennootschapsbelasting vorig boekjaar -/- 766  2.105 
Mutatie latentie verliescompensatie resultaat boekjaar (incl. correcties voorgaande jaren) 3.276  -/- 2.282 
Mutatie latentie voorziening onderhoud -/- 777  237 
Overige mutaties latente belastingen -/- 73  6.268 
Totaal 4.332  7.868 

De acute belastinglast over 2024 is als volgt bepaald:

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
     
Resultaat voor belastingen volgens de jaarrekening 204.163  -/- 134.554 
     
Bij: fiscaal niet-aftrekbare kosten    
Bijzondere waardeverminderingen 38.230  13.570 
Geactiveerde kosten herstructurering derivaten 1.399  769 
Geactiveerde rente nieuwbouw 149  122 
Oort 45  40 
Totaal 39.823  14.501 
     
Af: fiscaal aftrekbare kosten    
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 216.647  -/- 136.279 
De-activering niveauverbetering 18.912  13.542 
Afschrijvingen MVA ie 2.168  3.302 
Agio herstructurering renteswaps -/- 2.139  -
Mutatie derivaten beginbalans 393  393 
Doorzak derivatenportefeuille -/- 801  2.898 
Mutatie embedded derivaten - -/- 877 
Afschrijving embedded derivaten - 854 
Afschrijving disagio op leningen o/g en derivaten - -
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek 18  -
Fiscaal resultaat verkochte woningen en kavels 3.892  -
Totaal 239.090  -/- 116.167 
     
Belastbaar bedrag boekjaar voor ATAD 4.896  -/- 3.886 
     
Afschrijvingen 3.502  4.708 
Werkelijke rentelasten 23.214  21.417 
Correctie i.v.m. negatieve werkelijke rentelasten - -
Geactiveerde rente correctie -/- 149  -/- 122 
Grondslag fiscale rentelasten = EBITDA 31.463  22.117 
     
Maximale renteaftrek m.i.v. 2022 van de EBITDA 6.293  4.423 
     
Huidige rentelasten 23.065  21.295 
Correctie op fiscaal resultaat -/- 6.293  -/- 4.423 
     
Belastbaar bedrag boekjaar na ATAD 21.817  12.986 
Toe te rekenen winst aan compensabel verlies 11.409  7.053 
     
Te betalen belasting (kasstroom) 2.672  1.540 
Mutatie belastinglatentie 2.426  4.223 
Te betalen vennootschapsbelasting vorig boekjaar -/- 766  2.105 
Belastingen in resultatenrekening 4.332  7.868 

Het gemiddelde wettelijke belastingtarief bedraagt voor 2024 25,8%. De effectieve belastingdruk wordt berekend door de opgegeven vennootschapsbelasting te delen door het nettoresultaat vóór belasting, waarop correcties hebben plaatsgevonden en bedraagt in 2024 2,1% (2023: 5,8%).

Aangiftes vennootschapsbelasting zijn tot en met 2020 definitief geregeld. Vanwege de in 2022 gewijzigde fiscale regelgeving is Elkien met ingang van 2022 vennootschapsbelasting verschuldigd. Per saldo zijn we niet méér vennootschapsbelasting verschuldigd, maar het wordt uitgespreid over een eerdere en langere periode.

9.14 Afschrijvingen (im)materiële vaste activa en onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Afschrijving onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 1.334  1.301 
Totaal 1.334  1.301 

9.15 Lonen en salarissen

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Lonen en salarissen 11.220  10.080 
Sociale lasten 1.929  1.701 
Pensioenpremies 1.543  1.550 
Overige personeelskosten 3.621  2.805 
Totaal 18.313  16.136 

9.16 Gemiddeld aantal FTE's

Gedurende het jaar 2024 had Elkien gemiddeld 170 fte’s in dienst (2023: 166), verdeeld over de afdelingen:

  2024
Bestuur/Directie 3
Concern control 3
Bestuursondersteuning 3
Omgeving & Organisatie 16
Financiën & Middelen 22
Informatisering & Automatisering 8
Klant & Wonen 52
Vastgoed Realisatie & Onderhoud 53
Vastgoedsturing 10
Totaal 170 

Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2023: 0).

9.17 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:

(bedragen x € 1.000 en inclusief BTW)

  2024 2023
Controle van de jaarrekening 199  191 
Andere controlewerkzaamheden 14  13 
Fiscale advisering - -
Andere niet-controlediensten - -
Totaal 213  204 

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Elkien zijn uitgevoerd door BDO Audit & Assurance B.V., als zijnde de onafhankelijke externe accountant zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria zijn inclusief BTW en hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2024, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. Er is geen sprake van kosten voor fiscaal advies of overige niet-controlewerkzaamheden.

9.18 Gebeurtenissen na balansdatum

Tot en met de datum van opmaken van de jaarrekening 2024 hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.

10. Gescheiden verantwoording DAEB/ niet-DAEB

10.1 Enkelvoudige gescheiden balans DAEB

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-24     31-12-23
Vaste activa          
Materiële vaste activa          
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 3.245      3.316   
    3.245      3.316 
Vastgoedbeleggingen          
DAEB vastgoed in exploitatie 2.541.940      2.337.262   
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.212      1.050   
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 3.346      3.431   
    2.546.498      2.341.743 
Financiële vaste activa          
Netto-vermogenswaarde niet-DAEB 190.987      172.397   
Latente belastingvordering(en) 17.143      19.447   
Leningen u/g 715      699   
Interne lening niet-DAEB     5.339   
Overige vorderingen 107.240      105.872   
    316.085      303.754 
Vlottende activa          
Voorraden          
Vastgoed bestemd voor de verkoop 152      150   
    152      150 
Vorderingen          
Huurdebiteuren 442      410   
Gemeenten 12       
Belastingen en premies sociale verzekeringen 770       
Overige vorderingen 1.645      1.392   
Overlopende activa 975      1.207   
    3.844      3.010 
           
Liquide middelen   8.122      11.657 
    2.877.946      2.663.630 

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-24     31-12-23
Eigen vermogen          
Herwaarderingsreserve 1.299.717      1.129.828   
Overige reserves 592.339      904.650   
Resultaat boekjaar 199.917      -142.422   
    2.091.973      1.892.056 
           
Voorzieningen          
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 8.862      6.472   
Overige voorzieningen 1.200      1.150   
    10.062      7.622 
           
Langlopende schulden          
Schulden aan overheid 2.674      3.066   
Schulden aan kredietinstellingen 726.126      700.770   
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 594      594   
Marktwaarde embedded derivaten      
    729.394      704.430 
           
Kortlopende schulden          
Schulden aan kredietinstellingen 26.036      31.714   
Schulden aan leveranciers 5.594      10.537   
Belastingen en premies sociale verzekeringen 3.721      5.848   
Overige schulden 2.152      1.639   
Overlopende passiva 9.014      9.784   
    46.517      59.522 
    2.877.946      2.663.630 

10.2 Enkelvoudige gescheiden winst- en verliesrekening DAEB

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Huuropbrengsten 121.437  118.487 
Opbrengsten servicecontracten 5.035  4.968 
Lasten servicecontracten -/- 5.331  -/- 4.977 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -/- 13.277  -/- 12.618 
Lasten onderhoudsactiviteiten -/- 51.567  -/- 61.335 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -/- 7.932  -/- 6.861 
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 48.365  37.664 
     
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 11.120  8.869 
Verkoopopbrengst kavels 153 
Toegerekende organisatiekosten -/- 169  -/- 156 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -/- 8.061  -/- 6.798 
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 3.043  1.918 
     
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 37.221  -/- 13.570 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 200.122  -/- 124.045 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 162.901  -/- 137.615 
     
Opbrengsten overige activiteiten 1.219  1.257 
Netto resultaat overige activiteiten 1.219  1.257 
     
Overige organisatiekosten -/- 5.914  -/- 6.024 
Leefbaarheid -/- 3.815  -/- 2.958 
     
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten 857  -/- 23 
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 31  29 
Rentebaten interne lening 98  205 
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 325  733 
Rentelasten en soortgelijke kosten -/- 22.458  -/- 21.827 
Saldo financiële baten en lasten -/- 21.147  -/- 20.883 
     
Resultaat voor belastingen 184.652  -/- 126.641 
     
Belastingen -/- 4.123  -/- 7.487 
Aandeel in het resultaat van niet-geconsolideerde ondernemingen waarin wordt deelgenomen 19.388  -/- 8.294 
Resultaat na belastingen 199.917  -/- 142.422 

10.3 Enkelvoudig gescheiden kasstroomoverzicht DAEB

(directe methode) (bedragen x € 1.000)

  2024 2023
(A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten:    
Huren 121.667  118.750 
Vergoedingen 6.227  6.177 
Overige bedrijfsontvangsten 992  1.100 
Renteontvangsten 426  939 
Saldo ingaande kasstromen 129.312  126.966 
     
Uitgaven:    
Erfpacht 18  16 
Lonen en salarissen 10.915  9.821 
Sociale lasten 1.877  1.658 
Pensioenlasten 1.501  1.510 
Onderhoudsuitgaven 47.338  58.593 
Overige bedrijfsuitgaven 26.551  21.148 
Renteuitgaven 21.190  19.875 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 374  1.136 
Verhuurderheffing - 24 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 1.269  1.044 
Vennootschapsbelasting 3.661  6.985 
Saldo uitgaande kasstromen 114.694  121.810 
Kasstroom uit operationele activiteiten 14.618  5.156 
     
(B) (Des)investeringsactiviteiten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 11.991  9.156 
Verkoopontvangsten grond
Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen 11.993  9.163 
     
Nieuwbouw huur 17.297  12.995 
Verbeteruitgaven 31.447  27.100 
Aankoop - -
Sloopuitgaven 3.417  1.238 
Investeringen overig 1.174  343 
Externe kosten bij verkoop 396  284 
Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom 53.731  41.960 
FVA    
Ontvangen aflossing interne lening 5.339  5.900 
Ontvangsten overig 807  -
Uitgaven overig - -
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 6.146  5.900 
Kasstroom uit (des)investeringen -/- 35.592  -/- 26.897 
     
(C) Financieringsactiviteiten    
Ingaand    
Nieuwe geborgde leningen 81.300  35.000 
Uitgaand    
Aflossing geborgde leningen -/- 63.861  -/- 27.722 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 17.439  7.278 
     
Mutatie liquide middelen -/- 3.535  -/- 14.463 
     
Liquide middelen per 1-1 11.657  26.120 
Liquide middelen per 31-12 8.122  11.657 

10.4 Enkelvoudige gescheiden balans niet-DAEB

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-24     31-12-23
Vaste activa          
Vastgoedbeleggingen          
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 192.529      177.766   
    192.529      177.766 
Financiële vaste activa          
Deelnemingen     18   
Latente belastingvordering(en) 870      992   
    870      1.010 
Vlottende activa          
Voorraden          
Vastgoed bestemd voor de verkoop -     -  
    -     -
Vorderingen          
Huurdebiteuren 22      21   
Gemeenten     -  
Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen     1.093   
Belastingen en premies sociale verzekeringen 39       
Overige vorderingen 86      71   
Overlopende activa 48      61   
    196      1.246 
           
Liquide middelen   -     -
           
    193.595      180.022 

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-24     31-12-23
Eigen vermogen          
Herwaarderingsreserve 62.204      47.872   
Overige reserves 109.395      132.819   
Resultaat boekjaar 19.388      -8.294   
    190.987      172.397 
           
Voorzieningen          
Overige voorzieningen 61      59   
    61      59 
           
Langlopende schulden          
Interne lening DAEB     5.339   
        5.339 
           
Kortlopende schulden          
Schulden aan leveranciers 284      537   
Belastingen en premies sociale verzekeringen 189      298   
Overige schulden 109      84   
Overlopende passiva 1.965      1.308   
    2.547      2.227 
    193.595      180.022 

10.5 Enkelvoudige gescheiden winst- en verliesrekening niet-DAEB

(bedragen x € 1.000)

  2024 2023
Huuropbrengsten 8.201  8.101 
Opbrengsten servicecontracten 276  317 
Lasten servicecontracten -/- 280  -/- 277 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -/- 769  -/- 718 
Lasten onderhoudsactiviteiten -/- 2.871  -/- 2.591 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -/- 605  -/- 529 
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 3.952  4.303 
     
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.417  1.788 
Verkoopopbrengst kavels 563  209 
Toegerekende organisatiekosten -/- 10  -/- 9 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -/- 1.300  -/- 1.327 
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 670  661 
     
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 1.009  -
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 16.525  -/- 12.234 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 15.516  -/- 12.234 
     
Opbrengsten overige activiteiten
Netto resultaat overige activiteiten
     
Overige organisatiekosten -/- 327  -/- 284 
Leefbaarheid -/- 209  -/- 159 
     
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten - -
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten - -
Rentelasten en soortgelijke kosten -/- 98  -/- 205 
Saldo financiële baten en lasten -/- 98  -/- 205 
     
Resultaat voor belastingen 19.511  -/- 7.913 
     
Belastingen -/- 209  -/- 381 
Resultaat uit deelnemingen 86  -
Resultaat na belastingen 19.388  -/- 8.294 

10.6 Enkelvoudig gescheiden kasstroomoverzicht niet-DAEB

(directe methode) (bedragen x € 1.000)

  2024 2023
(A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten:    
Huren 8.184  8.111 
Vergoedingen 268  314 
Overige bedrijfsontvangsten 13 
Saldo ingaande kasstromen 8.459  8.438 
     
Uitgaven:    
Erfpacht
Lonen en salarissen 575  518 
Sociale lasten 98  87 
Pensioenlasten 79  80 
Onderhoudsuitgaven 2.408  2.359 
Overige bedrijfsuitgaven 1.502  1.255 
Rente-uitgaven interne lening 98  205 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat
Verhuurderheffing -
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 59  52 
Vennootschapsbelasting 193  365 
Saldo uitgaande kasstromen 5.022  4.930 
Kasstroom uit operationele activiteiten 3.437  3.508 
     
(B) (Des)investeringsactiviteiten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 1.755  2.194 
Verkoopontvangsten grond 132  217 
(Des)Investeringsontvangsten overige - -
Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen 1.887  2.411 
     
Verbeteruitgaven 140  -
Sloopuitgaven 176  -
Investeringen overig - -
Externe kosten bij verkoop 47  19 
Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom 363  19 
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen 1.524  2.392 
     
FVA    
Ontvangsten overig 1.185  -
Uitgaven overig -/- 807  -
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 378  -
Kasstroom uit (des)investeringen 1.902  2.392 
     
(C) Financieringsactiviteiten    
Uitgaand    
Aflossing interne lening -/- 5.339  -/- 5.900 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten -/- 5.339  -/- 5.900 
     
Mutatie liquide middelen - -
     
Liquide middelen per 1-1 - -
Liquide middelen per 31-12 - -

11. Overige informatie

11.1 Bestuurders en commissarissen

Per ultimo 2024 wordt het bestuur gevormd door twee directeuren-bestuurders die benoemd zijn voor bepaalde tijd. Voor het inkomensbeleid voor het bestuur volgt Elkien de aanbevelingen van de Beloningscode VTW (Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties). Voor de honorering van commissarissen volgt de raad de code voor honorering van commissarissen in woningcorporaties, welke geldt vanaf 1 juli 2010 en onderdeel is van de vernieuwde Governance Code Woningcorporaties.

11.2 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector (WNT)

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Elkien van toepassing zijnde regelgeving: Het WNT-maximum voor de woningbouwcorporaties, klasse G.

Het bezoldigingsmaximum in 2024 voor Stichting Elkien is € 218.000. Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. Uitzondering hierop is het WNT-maximum voor de leden van de Raad van Commissarissen; dit bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum van de bestuurder.

11.2.1 Bezoldiging topfunctionarissen
 

Leidinggevende topfunctionarissen

(bedragen x € 1)

Gegevens 2024 drs. P.W. van de Weg RA ir. C. Droste
Functiegegevens Directeur-bestuurder Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-01/31-12 01-01/31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 189.251 189.026
Beloningen betaalbaar op termijn 27.535 27.535
Subtotaal 216.786 216.561
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 218.000 218.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 216.786 216.561
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.

(bedragen x € 1)

Gegevens 2023 drs. P.W. van de Weg RA ir. C. Droste
Functiegegevens Directeur-bestuurder Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01/31-12 01-06/31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 180.379 181.276
Beloningen betaalbaar op termijn 25.612 25.612
Subtotaal 205.991 206.888
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 209.000 209.000
Bezoldiging 205.991 206.888
Toezichthoudende topfunctionarissen

(bedragen x € 1)

Gegevens 2024 mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra J.N.M. Haerkens drs. E. Hepping
Functiegegevens Voorzitter Vice-voorzitter Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-01/31-12 01-01/31-12 01-01/31-12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 26.160 17.440 17.440
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 32.700 21.800 21.800
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 26.160 17.440 17.440
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.

(bedragen x € 1)

Gegevens 2023 mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra J.N.M. Haerkens drs. E. Hepping
Functiegegevens Lid Vice-voorzitter / Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01/31-12 29-11 t/m 31-12 / 01-01 t/m 28-11 01-01/31-12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 25.080 16.720 16.720
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 31.350 20.900 20.900

(bedragen x € 1)

Gegevens 2024 J.C. Lens drs. ing. H.J. Venema
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01-01/31-12 01-01/31-12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 17.440 17.440
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 21.800 21.800
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 17.440 17.440
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.

(bedragen x € 1)

Gegevens 2023 J.C. Lens drs. ing. H.J. Venema
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 15-06/31-12 24-11/31-12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 9.198 1.718
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 11.452 2.176

11.2.2 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

12. Ondertekening

Heerenveen, 25 juni 2025
Stichting Elkien

Bestuur, Raad van Commissarissen,  
     
     
     
drs. P.W. van de Weg RA mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra J.N.M. Haerkens (MIB)
Directeur-bestuurder Voorzitter Vice-voorzitter
     
     
     
ir. C. Droste drs. E. Hepping ir. drs. J.C. Lens
Directeur-bestuurder Lid Lid
     
     
     
  drs. ing. H.J. Venema  
  Lid