Spring naar inhoud

Jaarrekening

1. Balans per 31 december 2023

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

  Ref.   31-12-23     31-12-22
Vaste activa            
Materiële vaste activa 8.1          
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie   3.316      4.254   
      3.316      4.254 
Vastgoedbeleggingen            
DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 2.337.262      2.447.717   
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 177.766      191.022   
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.3 1.050      1.530   
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.3 3.431      911   
      2.519.509      2.641.180 
Financiële vaste activa 8.4          
Deelnemingen   18      18   
Latente belastingvordering(en)   20.439      24.662   
Leningen u/g   699      691   
Overige vorderingen   105.872      106.144   
      127.028      131.515 
Vlottende activa            
Voorraden 8.5          
Vastgoed bestemd voor de verkoop   150      93   
      150      93 
Vorderingen 8.6          
Huurdebiteuren   431      388   
Gemeenten       -  
Vorderingen op groepsmaatschappijen   1.093      1.093   
Overige vorderingen   1.463      1.247   
Overlopende activa   1.268      1.252   
      4.256      3.980 
             
Liquide middelen 8.7   11.657      26.120 
             
      2.665.916      2.807.142 

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

  Ref.   31-12-23     31-12-22
Eigen vermogen            
Herwaarderingsreserve 8.8 1.129.828      1.281.365   
Overige reserves 8.9 904.650      802.115   
Resultaat boekjaar   -142.422      -49.002   
      1.892.056      2.034.478 
             
Voorzieningen 8.10          
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   6.472      15.814   
Overige voorzieningen   1.209      1.155   
      7.681      16.969 
             
Langlopende schulden 8.11          
Schulden aan overheid   3.066      3.451   
Schulden aan kredietinstellingen   700.770      706.879   
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   594      594   
Marktwaarde embedded derivaten       6.781   
      704.430      717.705 
             
Kortlopende schulden 8.12          
Schulden aan kredietinstellingen   31.714      10.225   
Schulden aan leveranciers   11.074      7.465   
Belastingen en premies sociale verzekeringen   6.146      9.024   
Overige schulden   1.723      1.510   
Overlopende passiva   11.092      9.766   
      61.749      37.990 
      2.665.916      2.807.142 

2. Winst- en verliesrekening over 2023

(bedragen x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
Huuropbrengsten 9.1 126.588  124.809 
Opbrengsten servicecontracten 9.2 5.285  5.538 
Lasten servicecontracten 9.3 -/- 5.253  -/- 5.363 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten 9.4 -/- 13.336  -/- 11.776 
Lasten onderhoudsactiviteiten 9.5 -/- 63.927  -/- 48.280 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 9.6 -/- 7.390  -/- 16.193 
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   41.967  48.735 
       
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 9.7.1 10.657  10.848 
Verkoopopbrengst kavels   212  803 
Toegerekende organisatiekosten   -/- 165  -/- 331 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille en kavels 9.7.2 -/- 8.125  -/- 9.963 
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   2.579  1.357 
       
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.8.1 -/- 13.570  -/- 37.451 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.8.2 -/- 136.279  -/- 44.979 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   -/- 149.849  -/- 82.430 
       
Opbrengsten overige activiteiten 9.9 1.262  2.370 
Netto resultaat overige activiteiten   1.262  2.370 
       
Overige organisatiekosten 9.10 -/- 6.308  -/- 4.874 
Leefbaarheid 9.11 -/- 3.117  -/- 2.351 
       
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten 9.12.1 -/- 23  11.964 
Opbrengst van vorderingen vaste activa en van effecten   29  25 
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   733  59 
Rentelasten en soortgelijke kosten 9.12.2 -/- 21.827  -/- 19.961 
Saldo financiële baten en lasten   -/- 21.088  -/- 7.913 
       
Resultaat voor belastingen   -/- 134.554  -/- 45.106 
       
Belastingen 9.13 -/- 7.868  -/- 3.896 
Resultaat na belastingen   -/- 142.422  -/- 49.002 

3. Kasstroomoverzicht 2023

(bedragen x € 1.000)

  Ref. 2023 2022
(A) Operationele activiteiten      
Ontvangsten:      
Huren   126.861  124.914 
Vergoedingen   6.491  6.354 
Overige bedrijfsontvangsten   1.113  2.377 
Renteontvangsten   734  -
Saldo ingaande kasstromen   135.199  133.645 
Uitgaven:      
Erfpacht   17  16 
Lonen en salarissen   10.339  9.610 
Sociale lasten   1.745  1.556 
Pensioenlasten   1.590  1.519 
Onderhoudsuitgaven 9.5 60.952  43.508 
Overige bedrijfsuitgaven 9.10 22.403  22.968 
Rente-uitgaven 9.12 19.875  18.816 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat   1.143  467 
Verhuurderheffing   25  8.362 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden   1.096  971 
Vennootschapsbelasting   7.350  -
Saldo uitgaande kasstromen   126.535  107.793 
Kasstroom uit operationele activiteiten   8.664  25.852 
       
(B) (Des)investeringsactiviteiten      
Verkoopontvangsten bestaande huur   11.351  11.177 
Verkoopontvangsten grond   223  876 
Verkoopontvangsten overige   - -
Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen   11.574  12.053 
Nieuwbouw huur   12.995  6.760 
Verbeteruitgaven   27.100  27.096 
Sloopuitgaven 8.2 1.238  895 
Investeringen overig 8.1 343  1.173 
Externe kosten bij verkoop   303  390 
Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom   41.979  36.314 
Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen   -/- 30.405  -/- 24.261 
FVA      
Ontvangsten overig 8.4 - 30.465 
Uitgaven overig 8.4 - -
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   - 30.465 
Kasstroom uit (des)investeringen   -/- 30.405  6.204 
       
(C) Financieringsactiviteiten      
Ingaand      
Nieuwe geborgde leningen   35.000  38.000 
Uitgaand      
Aflossing geborgde leningen   -/- 27.722  -/- 54.121 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 8.11 7.278  -/- 16.121 
       
Mutatie liquide middelen   -/- 14.463  15.935 
       
Liquide middelen per 1-1   26.120  10.185 
Liquide middelen per 31-12   11.657  26.120 

4. Algemene grondslagen

Algemeen

Elkien is een stichting met de status “toegelaten instelling volkshuisvesting”. Zij heeft specifieke toelating in de regio Friesland. De statutaire vestigingsplaats is Leeuwarden, het bezoekadres is De Opslach 69, 8448 GV te Heerenveen. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de verhuur van woningen aan de sociale doelgroep en de daarvoor benodigde investeringen in vastgoed. Elkien staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Friesland onder nummer 01031575.

4.1 Continuïteit

Bij de waardering van de activa en passiva in deze jaarrekening wordt uitgegaan van continuïteit van de corporatie.

4.2 Groepsverhoudingen

Elkien functioneert als hoofd van een groep. De enige deelneming die Elkien per ultimo 2023 heeft, is Elkien Holding B.V. (100%), welke op haar beurt 100% eigenaar is van Elkien CPS B.V. en een 33 1/3% deelneming heeft in V.O.F. Oppenhuizerweg.

Gezien het niet-materiële belang in deze deelneming is geen geconsolideerde jaarrekening opgesteld.

4.3 Stelselwijzigingen

Er hebben in 2023 geen stelselwijzigingen plaatsgevonden.

4.4 Schattingswijzigingen

Waardering DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

In het kader van de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn diverse schattingswijzigingen doorgevoerd in de parameters en berekeningsmethodieken die nader uiteen zijn gezet in paragraaf 5.3.2.

4.5 Presentatiewijzigingen

Er hebben in 2023 geen presentatiewijzigingen plaatsgevonden.

4.6 Oordelen en schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening 2023 vormt het bestuur van Elkien zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening 2023 opgenomen jaarrekeningposten. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

4.7 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ultimo 2023 zijn dit Elkien Holding B.V. en Elkien CPS B.V.

Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook het bestuur, andere sleutelfunctionarissen in het management van Elkien en nauwe verwanten, zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

4.8 Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele-, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten). De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

4.9 Gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB

Elkien heeft gekozen voor een administratieve scheiding tussen haar DAEB en niet-DAEB bezit. De volgende redenen lagen hieraan ten grondslag:

  • De portefeuillestrategie van Elkien richt zich uitsluitend op de primaire doelgroep;
  • Elkien is en blijft uitsluitend werkzaam in één woningmarktregio; te weten Friesland;
  • Elkien bouwt haar niet-DAEB activiteiten af en wordt niet extern gefinancierd voor de niet-DAEB activiteiten.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht voor zowel de DAEB als de niet-DAEB te komen, wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. Direct toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het dd. 22 november 2017 goedgekeurde scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB- dan wel aan de niet-DAEB activiteiten toegerekend. Voor niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht, wordt uitgegaan van een aantal uitgangspunten. De belangrijkste uitgangspunten betreffen:

Grondslag voor scheiding Posten in gescheiden verantwoording
Directe scheiding op VHE-niveau. De opbrengsten/kosten en kasstromen van individuele transacties worden rechtstreeks toegerekend aan de individuele VHE die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB. Balans:
- Vastgoedbeleggingen.
- Voorraden: vastgoed bestemd voor de verkoop.
- Vorderingen: huurdebiteuren en overige vorderingen.
- Liquide middelen.
- Voorziening onrendabele investeringen.
- Interne lening.
- Kortlopende schulden: crediteuren en overlopende passiva.

Winst- en verliesrekening:
- Huuropbrengsten.
- Opbrengsten en kosten servicecontracten.
- Verkoopopbrengsten en -lasten.
- (Niet-) gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille.
- Lasten leefbaarheid.
- Directe exploitatielasten (o.a. onderhoudslasten, verzekeringen, WOZ-belasting, rioolrechten, heffingen).
- Financiële baten en lasten.

Kasstroomoverzicht:
- Huurontvangsten.
- Ontvangsten en uitgaven m.b.t. servicecontracten.
- Uitgaven leefbaarheid.
- Directe exploitatie-uitgaven (o.a. onderhoud, verzekeringen, WOZ-belasting, rioolrechten, heffingen).
- Financiële ontvangsten en uitgaven.
- Verkoopontvangsten en -uitgaven.
- Investeringskasstromen in materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen.
- Financieringskasstromen.
Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB/ niet-DAEB tak van Elkien op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB. De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is 95% / 5%. Balans:
- Belastinglatenties.
- Overlopende activa en passiva.

Winst- en verliesrekening:
- Lasten verhuur- en beheeractiviteiten.
- Opbrengsten en kosten overige activiteiten.
- Toegerekende organisatiekosten.

Kasstroomoverzicht:
- Personeelsuitgaven.
- Overige bedrijfsuitgaven.

5. Grondslagen voor waardering van activa en passiva

5.1 Regelgeving

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2015, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting op posten in de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht in de jaarrekening.

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.

5.3 Materiële vaste activa

Algemene uitgangspunten

Tenzij bij de afzonderlijke balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten.
 

5.3.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Op grond wordt niet afgeschreven.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie, worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.

Verplichtingen tot herstel

Voor verplichtingen tot herstel na afloop van het gebruik van het actief (ontmantelingskosten) wordt een voorziening getroffen voor het verwachte bedrag op het moment van activering. Dit bedrag wordt verwerkt als onderdeel van de vervaardigingsprijs van het materieel vast actief.

5.3.2 Vastgoedbeleggingen

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Op grond wordt niet afgeschreven.

Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie, worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.


Verwerking van groot onderhoud

Elkien verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde indien wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief, wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activaregistratie zijn te herleiden wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.


DAEB vastgoed in exploitatie & niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Verwerking verbetering vastgoed in exploitatie

Uitgaven in het vastgoed in exploitatie na eerste verwerking worden verwerkt als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed in exploitatie indien deze betrekking hebben op een verbetering. Dit is het geval indien:

De werkzaamheden dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen.

Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:

  • Het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak;
  • De nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen;
  • Herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen, en
  • Een ingrijpende verbouwing.

We beschouwen de ingrijpende verbouwing (renovatie) als een investering wanneer wordt voldaan aan minstens drie van de volgende vier criteria:

  1. De energetische prestaties verbeteren wezenlijk (meerdere labelstappen) waardoor het bezit vanwege de ingrijpende verbouwing ook vanuit energetisch perspectief voor de langere termijn verhuurbaar is;
  2. Gevelrenovatie of dakrenovatie (inclusief isolatie) maakt op een zodanige manier deel uit van de aanpak waardoor deze op een niveau vergelijkbaar met dat van nieuwgebouwde objecten wordt gebracht;
  3. De werkzaamheden aan de onroerende zaak zijn mede gericht op het brengen dan wel houden van de kwaliteit van de badkamers, toiletten en keukens op het technische en functionele niveau dat in redelijkheid minimaal in nieuwgebouwde objecten mag worden verwacht;
  4. Installatievoorzieningen van de verhuurbare eenheden, dan wel complexen zijn als gevolg van de werkzaamheden toekomstbestendig in de zin dat ze niet binnen 10 jaar hoeven te worden aangepakt.

Overige onderhoudslasten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt. Dit betreffen de werkzaamheden die naar hun aard dienen om een verhuurbare eenheid, dan wel complex – in vergelijking met de toestand waarin die zich bij stichting of latere verandering bevond – in bruikbare staat te herstellen en aldus de ingetreden achteruitgang op te heffen; dit ongeacht de omvang van de uitgaven.

Typering

DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed in exploitatie die volgens het op dd. 22 november 2017 definitief goedgekeurde scheidingsvoorstel van Elkien als DAEB vastgoed classificeerden. Hierbij is rekening gehouden met mutaties in de DAEB portefeuille sinds die datum.

Over het algemeen zijn dit woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Elkien voornemens is om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren en maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners.

Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten die niet voldoen aan het criterium van DAEB vastgoed.

Kwalificatie

Elkien richt zich op het realiseren van volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met inachtneming van haar taak als sociale volkshuisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. Elkien waardeert haar vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de RTIV.

De marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Elkien past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023 toe. 
De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze waarbij een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte: 10% plus dan wel 10% minus de waarde.

Complexindeling

Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023 vindt waardering op waarderingscomplex niveau plaats. Alle verhuureenheden in exploitatie van Elkien maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen.

Waarderingsmethode

De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van deze methodiek zijn als volgt:

  • de aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op, indien van toepassing, de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
  • de overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
  • feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen (zoals bijvoorbeeld afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatie afspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed, maar zijn onderdeel van de niet uit de balans blijkende verplichtingen;
  • het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet contant worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar (de zogenaamde exit yield).

Het inschatten van ontvangsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan.

In beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht.

Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip “marktwaarde in verhuurde staat”, zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.

Het inschatten van de ontvangsten en uitgaven wordt op basis van marktconforme uitgangspunten gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerkosten;
  • bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Elkien heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2023 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. De belangrijkste uitgangspunten hiervan zijn in de volgende tabellen opgenomen (leegwaardestijging alleen 2021 en 2022 volgens handboek, daarna Best Practice).

Parameters woongelegenheden 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 e.v.
                 
Prijsinflatie 10,0% 3,9% 3,8% 2,4% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Loonstijging 3,1% 5,8% 5,6% 4,1% 4,1% 4,1% 3,3% 2,5%
Bouwkostenstijging   5,8% 5,6% 4,1% 4,1% 4,1% 3,3% 2,5%
Leegwaardestijging overig -2,9% 6,3% 0,0% 1,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
Vastgoed Vrijheidsgraad Toelichting
Woongelegenheden    
  Splitsingskosten Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Onderhoud (mutatie, EGW en MGW) Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Beheerkosten EGW Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Beheerkosten MGW Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
    Verhuurderheffing in % WOZ (1e jaar)
    Huurderving
    Mutatieleegstandsduur DAEB (in mnd)
    Mutatieleegstandsduur niet-DAEB (in mnd)
    Taxatiewaarde gemiddeld (alle woningen)
    Taxatiewaarde gemiddeld (standing woningen)
    Leegwaarde/m2 gemiddeld (alle woningen)
    Contracthuur
     
Parkeergelegenheden    
  Exit yield Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Onderhoud (algemeen) Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
    Taxatiewaarde gemiddeld (alle parkeergelegenheden)
    Leegwaarde/m2 gemiddeld (alle parkeergelegenheden)
    Kosten koper (geen vrijheidsgraad)
    Maanden leegstand voor verkoop
     
BOG/MOG/ZOG    
  Onderhoud bij mutatie BOG Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Onderhoud bij mutatie ZOG Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.
  Technische splitsingskosten Deze vrijheidsgraad is niet toegepast (nvt: BOG wordt altijd als doorexploitatievariant meegenomen)
  Bijzondere omstandigheden Beheerskosten (geen vrijheidsgraad)
    Taxatiewaarde /m2 vvo
    Gemiddelde van Exploitatielasten/th.huur

De externe taxateur kan de vrijheidsgraden voor wat betreft exit yield en onderhoud hier wel hebben toegepast.

Onder toepassing van de full-versie heeft Elkien voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 14 afwijkende standpunten ingenomen, zoals in de volgende tabel weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Elkien opereert.

Vastgoed Vrijheidsgraad Toelichting Gemiddeld 2023 Laagste 2023 Hoogste 2023 Gemiddeld 2022 % verschil gem. 2023/2022
Woongelegenheden              
  Markthuur /vhe (en stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Als basis dient een tabel uit 'Best practices' (advies vanuit gezamenlijke groep taxateurs, accountants, gebruikers en overheid)  821   367   1.485   799  2,8%
  Leegwaarde (stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau juist, referenties geraadpleegd.  199.129   59.129   457.156   194.039  2,6%
  Disconteringsvoet Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. Als basis dient (opnieuw) dit jaar een methodiek voor bepaling uit 'Best practices'. 7,35% 5,51% 8,75% 6,77% 8,6%
  Exit yield Deze vrijheidsgraad is toegepast bij volledige taxaties. Extern taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. Als basis dient (opnieuw) dit jaar een methodiek voor bepaling uit 'Best practices'. 5,70% 2,7% 12,7% 5,18% 10,0%
  Mutatie- en verkoopkans Deze vrijheidsgraad is toegepast. Als basis dient (opnieuw) dit jaar 5 jrs gemiddelde volgens (gelijk aan basisversie), en een tabel voor aanpassing uit 'Best practices'. 9,0% 4,0% 20,0% 8,6% 5,0%
  Onderhoud (algemeen) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2022 beter passend.  1.106   553   2.039   1.045  5,8%
               
Parkeergelegenheden              
  Markthuur /vhe (en stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. 53,62 15 100 52,41 2,3%
  Leegwaarde (stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau juist, referenties geraadpleegd.  14.266   3.000   27.500   11.898  19,9%
  Disconteringsvoet Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. 6,6% 4,5% 8,5% 6,2% 7,6%
  Mutatie en verkoopkans Deze vrijheidsgraad is toegepast. 9,2% 5,0% 12,0% 8,7% 5,9%
BOG/MOG/ZOG              
  Markthuur /m2 (en stijging) Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau referenties geraadpleegd. 113,47 40 353,5 109 4,1%
  Exit yield Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. 9,70% 5,7% 21,6% 7,85% 23,6%
  Disconteringsvoet Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend.
Alle complexen worden door een extern taxateur gewaardeerd.
7,30% 4,8% 12,5% 7,16% 2,0%
  Onderhoud / instandhouding Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. (prijs / m2) 8,23 5,34 12,57 8,49 -3,1

Het generieke deel van de disconteringsvoet is dit jaar verhoogd met 0,10%.

Gehanteerde werkwijze taxaties

Jaarlijks wordt de waardering van 1/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie door externe onafhankelijke taxateurs gevalideerd door middel van gevel/zichttaxatie. Daarbij vindt een toets op de waardering plaats op basis van beschikbare referentietransacties. Bij woningen wordt het overige 2/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie intern gewaardeerd. Bij BOG wordt dit gedaan middels een externe markttechnische update.

In alle gevallen wordt tevens rekening gehouden met de contractuele verplichtingen van Elkien, zoals lopende huurcontracten. De in 2023 gebruikte markthuurtabel is gebaseerd op een markthuurverkenning van een externe partij, die door meerdere corporaties als ‘Best Practice’ in de waardering wordt gebruikt. De werkelijke huur bij mutatie kan op grond van beleidskeuzes van de corporatie lager uitvallen. De uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op marktconforme parameters en kengetallen. Dit geldt zowel voor onderhouds- als beheerkosten.

Mutatie marktwaarde verhuurde staat

Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van vastgoed in exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille”.

Herwaarderingsreserve

De herwaarderingsreserve wordt bepaald als het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) en onder aftrek van (latente) belastingverplichtingen.

Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)

Het WSW en de Aw hebben in het kader van het nieuwe integraal toezichtskader besloten om met ingang van het jaarverslag 2018 de beleidswaarde in plaats van de bedrijfswaarde in de toelichting op de balans op te nemen.

Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Elkien. De netto contante marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave van Elkien. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Elkien. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, maar rekening houdende met een viertal zogenoemde afslagen. Dit betreft:

  1. Voor het gehele bezit wordt uitgegaan van het scenario ‘doorexploiteren’ (in plaats van de hoogste van ‘doorexploiteren’ en ‘uitponden’). Er wordt derhalve geen rekening gehouden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen 2023. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast. Ten slotte worden overdrachtskosten bijgesteld naar 0%. Er wordt dus gekeken naar de bruto waarde en daarmee geen rekening gehouden met het verkopen van de gehele portefeuille.
  2. De huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal verhoogd tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van Elkien bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Elkien hanteert in haar beleid een streefhuur die oorspronkelijk is gebaseerd op de geïndexeerde markthuur van 2018, deze ligt op ongeveer 73% van de maximaal redelijke huur. Daarnaast wordt hier rekening gehouden met de ingerekende reguliere huurverhogingen conform het huurbeleid van Elkien.
  3. De componenten instandhoudingsonderhoud en mutatieonderhoud zijn vervangen door een nominale onderhoudsnorm, overeenkomstig het onderhoudsbeleid van Elkien en het, als onderdeel daarvan, vastgestelde onderhoudsprogramma van het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. Elkien hanteert hierbij als uitgangspunt de totale onderhoudskasstroom uit de functionele winst- en verliesrekening van 2024-2038 uit de meest recente vastgestelde meerjarenbegroting. Per gewogen verhuureenheid komt dit neer op een bedrag van € 2.665 (2022: € 2.847). Hierin is rekening gehouden met de aanpassing van de onderhoudsbedragen aan de hand van de richtlijnen, waarin het onderdeel onderhoud wat in woningverbeteringsprojecten is opgenomen meegenomen wordt in deze onderhoudsnorm. Tevens zijn er toegerekende personeelskosten verschoven van de onderhoudslasten naar de beheerlasten. Voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat is met de specifieke vex-normen en mutatieonderhoud normen conform het handboek gerekend. Gemiddeld komt dit neer op € 1.104 (2022: € 1.045) per verhuureenheid.
  4. De beheerkosten uit de DCF-berekening (de marktconforme lasten ter zake) zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de werkelijke verhuur- en beheerlasten. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan verhuur- en beheeractiviteiten zoals deze worden opgenomen onder het hoofd “lasten verhuur- en beheeractiviteiten” in de resultatenrekening. Dit betreffen de kosten voor beheer, leefbaarheid, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten. Elkien gaat uit van gemiddelde verhuur- en beheerlasten van € 1.140 per verhuureenheid (2022: € 864). Voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat is gemiddeld € 801 (2022: € 744) per verhuureenheid ingerekend.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten. Elkien heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:

  Ultimo 2023 Ultimo 2022
Streefhuur als % van de maximaal redelijke huur 73% 79%
Onderhoud € 2.665 € 2.847
Beheer € 1.140 € 864
Disconteringsvoet 7,1% 6,0%

Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie – afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur en beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTIV artikel 151.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Elkien heeft in het verleden woningen verkocht onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de reële marktwaarde kreeg. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. Elkien onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen, en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.

Als gerealiseerde verkoop kwalificeren:
Verkopen waarbij Elkien een plicht tot terugkoop heeft tegen (verwachte) reële waarde na het verstrijken van een aanzienlijk deel van de geschatte levensduur. Van deze verkopen wordt het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde op moment van verkoop als resultaat verantwoord onder de post ‘Netto gerealiseerd verkoopresultaat vastgoedportefeuille’.

Als financieringstransactie kwalificeren:
Verkopen waarbij Elkien een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Deze als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:

  • de betreffende onroerende zaken worden direct, voorafgaand aan de verkoop, gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs;
  • de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de post ‘Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’. De (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen onder de post ‘Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’ (eerste waardering).
  • de woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waardemutaties worden verwerkt onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille'.

De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op het bedrag dat Elkien verschuldigd zou zijn indien op balansmoment het actief tegen de overeengekomen contractvoorwaarden teruggekocht zou moeten worden. Eventuele mutaties in deze verplichtingen worden in het resultaat verwerkt onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, wordt de verplichting onder de post ‘Kortlopende schulden’ op de balans verantwoord.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Typering

Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging.

Waarderingsgrondslag

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde en inclusief transactiekosten (zoals overdrachtsbelasting, notariskosten en andere transactiekosten).

5.4 Financiële vaste activa

5.4.1 Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, wordt ervan uitgegaan dat er invloed van betekenis is.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de betreffende deelneming.
Indien de waarde van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op € nihil gewaardeerd. Indien en voor zover Elkien in deze situatie geheel of ten dele instaat voor de schulden van de deelneming respectievelijk het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen wordt een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering.

5.4.2 Latente belastingvordering

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd opgenomen voor (tijdelijke) verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de (boek-)waarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt op basis van de belastingtarieven die per einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekening kan worden benut.

De netto gehanteerde effectieve vermogenskostenvoet bedraagt 2,38% (2022: 2,24%). Dit percentage is afgeleid uit de voor de Elkien geldende rente voor langlopende leningen op 31 december 2023 van 3,21% (2022: 3,02%), onder aftrek van het gemiddelde nominale belastingtarief over de periode 2023-2036. Het geldende tarief voor de vennootschapsbelasting bedraagt voor 2023 en verder 25,8%.

5.4.3 Leningen u/g

De leningen u/g worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van de lening. Vervolgens vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele bijzondere waardevermindering. Indien er bij de verstrekking van leningen sprake is van disagio of agio, wordt dit gedurende de looptijd ten gunste respectievelijk ten laste van het resultaat gebracht als onderdeel van de effectieve rente. Ook transactiekosten worden verwerkt in de eerste waardering en als onderdeel van de effectieve rente ten laste van het resultaat gebracht.

5.4.4 ​​​​​​Overige vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

​​​​​​5.4.5 Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Elkien op balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Elkien de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst- en verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.
Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.

5.5 Voorraden

5.5.1 Vastgoed bestemd voor de verkoop

Opgeleverd vastgoed beschikbaar en bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten.

De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

5.6 Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.
Een voorziening voor oninbaarheid, gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum, wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.7 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder de post ‘Schulden aan kredietinstellingen’ (onderdeel van de post ‘Kortlopende schulden’). Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

5.8 Eigen vermogen

5.8.1 Herwaarderingsreserve

Onder de post ‘Herwaarderingsreserve’ worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van het vastgoed in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de Herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde vastgoed in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Omdat de waardevermeerdering van vastgoed in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht – en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd – is verwerking van de daaropvolgende realisatie ten gunste van de winst- en verliesrekening niet toegestaan.

5.9 Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor 1) in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en 2) verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

5.9.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens Elkien zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Elkien rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerpfase en afgeleid, het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen in nieuwbouw en in woningverbeteringsprojecten worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd.

5.9.2 Overige voorzieningen

De Overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij hieronder anders is aangegeven. Elkien onderkent de volgende Overige voorzieningen:

  • de Voorziening jubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. De disconteringsvoet bedraagt 3,1% (2022: 3,7%);
  • de Voorziening opleidingen wordt opgenomen tegen de contante waarde van de opgebouwde rechten. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met opgebouwde rechten en de blijfkans. De disconteringsvoet bedraagt 3,1% (2022: 3,7%).

5.10 Langlopende schulden

Langlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de bij die transactie horende economische werkelijkheid. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de winst- en verliesrekening als interestlast verwerkt. Met boeten, verschuldigd voor vervroegde aflossing, dient rekening gehouden te worden indien en voor zover die vervroegde aflossing bij de schuldeiser is aangekondigd of op andere wijze vaststaat.

De aflossingsverplichting van de langlopende schulden voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

In leningen besloten derivaten worden afgesplitst en separaat verantwoord indien er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico's van het basiscontract. Voor de waardering en resultaatbepaling van deze embedded derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.12.

5.11 Leasing

Operationele leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Elkien ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.12 Afgeleide financiële instrumenten (derivaten)

Elkien maakt gebruik van rentederivaten en heeft embedded derivaten welke zijn afgescheiden van het basiscontract. Deze worden tegen geamortiseerde kostprijs opgenomen. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financiële instrument is afhankelijk van of er met het afgeleide financiële instrument kostprijs hedge accounting wordt toegepast. Indien er geen kostprijs hedge accounting wordt toegepast, wordt er door Elkien een schuld opgenomen voor een eventuele negatieve reële waarde van het derivaat.

Bij het toepassen van kostprijs hedge accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Dit betekent dat Elkien derivaten tegen kostprijs waardeert omdat de afgedekte leningen ook tegen kostprijs in de balans worden verwerkt.

Het ineffectieve deel van de hedge relatie wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt indien het hedge-instrument een negatieve reële waarde heeft.

5.13 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

6.1 Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin ze zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.
Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Omdat Elkien naast verhuuractiviteiten tevens activiteiten verricht op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een ander inzicht dan de categoriale indeling.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Elkien. Voorbeelden zijn: huuropbrengsten, verkoopopbrengsten en opbrengsten servicecontracten.
Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden rechtstreeks verantwoord aan de betreffende activiteiten. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels.
 

Direct toerekenbare kosten

Dit is bij Elkien ruim 90% van alle kosten en is als volgt bepaald:
Alle kosten die direct kunnen worden toegerekend aan de voorgeschreven activiteiten zijn direct toegerekend. Voorbeelden hiervan zijn: onderhoudskosten, waardeveranderingen, lasten servicecontracten en het saldo van de financiële baten en lasten.


Niet direct toerekenbare kosten

Nadat de directe toerekenbare opbrengsten en kosten zijn toegerekend, resteert de categorie ‘niet direct toerekenbare kosten’. Dit is bij Elkien minder dan 10% van het totaal.

Bij de toerekening van de ‘niet direct toerekenbare kosten’ kiest Elkien voor de zogenaamde opslagmethode. Dat wil zeggen het hanteren van een opslag op de directe kosten om de indirecte kosten te dekken.

Voor de toerekening van indirecte kosten wordt gebruik gemaakt van een verdeelsleutel op basis van de directe toegerekende lonen en salarissen en/of de FTE’s.

6.2 Bedrijfsopbrengsten

6.2.1 Opbrengstverantwoording algemeen

Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

6.2.2 Huuropbrengsten

De jaarlijkse reguliere huurverhoging is van overheidswege gemaximeerd op de looninflatie van vorig jaar, betreffende 3,1%. De huurders met een gereguleerd contract en een huur > 80% van de streefhuur hebben een huurverhoging gekregen van 2,3%. De overige huurders met een gereguleerd contract hebben 3,1% huurverhoging gekregen. Daarnaast heeft er een inkomensafhankelijke huurverhoging plaatsgevonden van 7,1%. De huurverhoging voor de geliberaliseerde contracten bedraagt 4,1%. Er zijn ca. 1.100 woningen die geen huurverhoging hebben gekregen. Ten slotte hebben de huurders met inkomen < 120% van het minimum inkomen een huurverlaging gekregen naar een bedrag van € 575,03.

Huursombenadering 2023

De huursombenadering betekent dat de gemiddelde huurontwikkeling op corporatieniveau is gemaximeerd. Het gaat hierbij om alle zelfstandige huurwoningen met een gereguleerd contract die zowel op 1 januari 2023 als op 1 januari 2024 zijn verhuurd. De huursomstijging voor 2023 is gelijk aan de CAO-loonontwikkeling minus 0,5%. Deze komt voor 2023 uit op 2,6%.

In 2023 vallen buiten de huursom:

  • Woningen die opnieuw worden verhuurd met een aangepaste huurprijs (= huurharmonisatie) en woningen met een hogere huurprijs na verbetering of verduurzaming.
  • De tijdelijke huurkorting (huurbevriezing en huurverlaging) en de eventuele huurstijging terug naar de oorspronkelijke huur, wanneer de periode van tijdelijke huurkorting afloopt.
  • De woningen die in 2023 een eenmalige huurverlaging krijgen voor huurders met een inkomen lager dan 120% van het sociaal minimum.

6.2.3 Opbrengsten servicecontracten

Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

6.2.4 Wijzigingen in voorraad bestemd voor de verkoop

Onder deze post worden de wijzigingen opgenomen in de post ‘Vastgoed bestemd voor de verkoop’ (opgenomen onder de Voorraden). Bij realisatie van een verkoop wordt de boekwaarde direct voorafgaand aan de verkoop teruggenomen op deze regel.

6.2.5 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Onder deze rubriek worden de volgende verkoopresultaten opgenomen

  • boekresultaat van gerealiseerde verkopen van Vastgoed in exploitatie.
  • netto verkoopopbrengst bij levering van Vastgoed bestemd voor de verkoop.


De boekwinst van gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde. Resultaten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).

De opbrengst uit woningen verkocht onder voorwaarden wordt alleen als verkoopopbrengst verantwoord als alle belangrijke economische rechten zijn overgedragen aan de koper.

6.3 Bedrijfslasten

6.3.1 Lastenverantwoording algemeen

Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct en indirect toe te rekenen kosten.

6.3.2 Afschrijvingen materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen

De afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden. Op grond en op reële waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.

Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Afschrijvingen worden via verdeelsleutels toegerekend aan de afzonderlijke activiteiten.

6.3.3 Lasten onderhoudsactiviteiten

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het storings- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst- en verliesrekening zijn de kosten van de eigen dienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een levensduurverlenging en/of waardeverhoging van het actief.

6.3.4 Lonen, salarissen en sociale lasten

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.

6.3.5 Pensioenlasten

Elkien kent de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties.
Elkien heeft voor bijna al haar medewerkers een verplichtingenbenadering. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren.
De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van het personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Elkien betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt.

De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand van ultimo december 2023 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 128,8% (2022: 129,0%).
Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Elkien. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Naast de premiebetalingen bestaan er geen andere verplichtingen.

6.3.6 Leefbaarheid

De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen, niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Elkien, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

6.3.7 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten

Waardevermeerderingen op effecten worden verwerkt op basis van de gerealiseerde resultaten bij verkoop. Voor aandelen, verantwoord onder effecten, worden waardevermeerderingen eerst verantwoord via het eigen vermogen. Het cumulatieve resultaat dat voorheen in het eigen vermogen was opgenomen wordt overgeboekt naar de winst- en verliesrekening op het moment dat de desbetreffende aandelen niet langer in de balans worden verwerkt.
(Bijzondere) waardeverminderingen op effecten worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord.

6.3.8 ​​​​​​Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

Dividend te ontvangen van niet op nettovermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen en aandelen, verantwoord onder effecten, worden verantwoord zodra Elkien het recht hierop heeft verkregen. Koersverschillen op effecten worden verantwoord onder ‘waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten’.

6.3.9 Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

6.3.10 Overige bedrijfslasten

De overige bedrijfslasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.

6.4 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

6.4.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

6.4.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’ hebben betrekking op waardemutaties van op actuele waarde gewaardeerde activa.

6.4.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden

Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post ‘Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’ als de post ‘Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’.

6.4.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Dit betreffen waardeveranderingen die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd voor de verkoop in het lopende verslagjaar. Vrijgevallen gerealiseerde herwaarderingen worden ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

6.5 Resultaat deelnemingen

Het resultaat deelnemingen is het bedrag waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat voor zover dit aan Elkien wordt toegerekend.

6.6 Belastingen

Vanaf 1 januari 2008 is Elkien integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

7. Financiële instrumenten en risicobeheersing

7.1 Beheersingskader

Bij de besluitvorming en uitvoering van treasuryactiviteiten wordt gebruik gemaakt van de volgende treasurykaderdocumenten: Treasurystatuut, Treasurybeleid en Treasury AO/IC. Het Treasurybeleid is nader uitgewerkt door het opstellen van een Financieringsstrategie. Jaarlijks wordt een Treasuryjaarplan opgesteld, vastgesteld door het bestuur en goedgekeurd door de RvC, waarmee de jaarlijkse treasury activiteiten mandaat en richting krijgen. De Treasurycommissie heeft een adviserende functie ten behoeve van het bestuur. De Treasurycommissie adviseert over het Treasuryjaarplan, transactievoorstellen en wijzigingen van het Treasurystatuut, Treasurybeleid, Financieringsstrategie en Treasury AO/IC.

7.2 Renterisico

Als kapitaalintensief bedrijf is sprake van een materiële vreemd vermogenpositie. Over dat vreemde vermogen moet rente betaald worden, die van invloed is op de operationele kasstroomruimte.

Renterisico’s voortvloeiende uit bestaande financieringsposities en nieuwe financieringen worden beheerst door gebruik te maken van renterisiconormen en sturing op financiële ratio’s.

7.3 Liquiditeitsrisico

Een deel van de vastgoedportefeuille is variabel gefinancierd. Het renterisico is hierbij gehedged door gebruik te maken van renteswaps. Sprake is van het verstrekken van cash-onderpand – afhankelijk van renteontwikkelingen - in verband met beheersing van het kredietwaardigheidsrisico. Hoe lager de rentecurve hoe meer cash-onderpand Elkien dient te verstrekken. Om dit liquiditeitsrisico te beperken is sprake van threshold amounts (drempelbedragen) en caps (plafonds).

Daarnaast wordt een liquide buffer aangehouden die bestaat uit variabele hoofdsomleningen. Deze buffer is naast materieel ook formeel van aard als gevolg van renteontwikkelingen en regelgeving i.c. de 2% stresstest. Het beleid is erop gericht permanent te voldoen aan deze 2% stresstest. Deze 2% stresstest richt zich op het liquiditeitsrisico voortvloeiende uit margin calls (cash-onderpand) en breaks. Elkien stelt jaarlijks een breakplan op waarin de risico’s en maatregelen beschreven zijn van renteswaps met een breakclausule. Een breakclausule is een contractuele afspraak waarin is bepaald dat het rentederivaat tussentijds, dus voor het einde van de looptijd kan worden c.q. wordt beëindigd. Breakclausules worden gehanteerd om het kredietrisico te beperken. Afhankelijk van ontwikkeling van de rentecurve is sprake van een liquiditeitsrisico, die Elkien beheerst door spreiding van breaks en het aanhouden van eerder genoemde liquide derivatenbuffer.

7.4 Herfinancieringsrisico

Het risico dat Elkien geen aflossingen kan doen op gewenste momenten is afgenomen door hogere investeringsuitgaven de eerstkomende jaren. Hierdoor is sprake van een materiële toename van de financieringsbehoefte.

Het herfinancieringsrisico wordt beheerst door voldoende spreiding aan te brengen in de aflosmomenten van de leningportefeuille.  Het beschikbaarheidsrisico is beperkt door de aanwezigheid van de sectorbanken BNG Bank en NWB Bank.

7.5 Reële waarde van leningen en afgeleide instrumenten

De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken.

De in de toelichting op de jaarrekening vermelde reële waarde van de leningen is berekend op basis van de contante waarde methode. Hierbij maakt Elkien gebruik van het treasurypakket van Aareon. Voor de waardering van (embedded) derivaten wordt gebruik gemaakt van het prijsinformatiesysteem Bloomberg.

7.6 Risicobeoordeling Aw en WSW

Vanaf 1 januari 2019 is sprake van een gezamenlijk beoordelingskader Aw/WSW. Dit is een voortvloeisel van de intensievere samenwerking tussen Autoriteit woningcorporaties (Aw) en Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om het toezicht op de corporatiesector effectiever en efficiënter te maken. Gedeelde toetsingsonderwerpen zijn: Financiële continuïteit, Bedrijfsmodel en Governance & Organisatie. Daarnaast toetst Aw de beoordelingsonderwerpen Integriteit en Rechtmatigheid. 

Elkien werkt binnen de door Aw en WSW gestelde kaders. Dit betekent onder andere dat sprake is van gezonde financiële ratio’s en beheerste business risks. Elkien stuurt op een laag risicoprofiel en het verkrijgen van een jaarlijks adequaat borgingsplafond.

7.7 Verzekering & zekerheden

Elkien is onder meer voor brand- en stormschade verzekerd. Bij schade aan woningen wordt de werkelijk geleden schade vergoed. Bij het overige bezit is sprake van een verzekerde som die gebaseerd is op de onderliggende herbouwwaarden, waaraan taxatierapporten ten grondslag liggen. 

Het onroerend goed (voor zover gefinancierd met vreemd vermogen) is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met kapitaalmarktleningen onder WSW borgstelling. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven. Wel is een zgn. volmacht DAEB van toepassing. Hiermee verleent Elkien aan WSW volmacht om rechten van hypotheek en pand te vestigen. WSW kan zijn rechten van hypotheek en pand aanspreken indien Elkien op enig moment niet voldoet aan haar betalingsverplichtingen tegenover WSW.

8. Toelichting op de balans

8.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de materiële vaste activa zijn in het navolgende schema samengevat

(bedragen x € 1.000)

  Bedrijfs-gebouwen en terreinen Andere vaste bedrijfs-middelen ICT Investe-ringen Totaal
Stand per 1 januari 2023        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 1.649  624  4.821  7.094 
Cumulatieve waardeverminderingen -/- 336  -/- 216  -/- 2.288  -/- 2.840 
Boekwaarde 1 januari 2023 1.313  408  2.533  4.254 
         
Mutaties        
Investeringen 35  58  270  363 
Desinvesteringen - - -/- 249  -/- 249 
Afschrijvingen -/- 166  -/- 125  -/- 1.010  -/- 1.301 
Afschrijvingen desinvesteringen - - 249  249 
Totaal mutaties -/- 131  -/- 67  -/- 740  -/- 938 
         
Stand per 31 december 2023        
Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen 1.684  682  4.842  7.208 
Cumulatieve waardeverminderingen -/- 502  -/- 341  -/- 3.049  -/- 3.892 
Boekwaarde 31 december 2023 1.182  341  1.793  3.316 

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd: 

  • bedrijfsgebouwen en terreinen - lineair - 10 jaar
  • andere vaste bedrijfsmiddelen - lineair - 5 jaar
  • ICT ERP-systeem - lineair - 5 jaar
  • ICT apparatuur - lineair - 3 jaar

Met betrekking tot de inventaris is sprake van een uitgebreide brandverzekering met een verzekerde som van € 2,7 miljoen.

8.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

De mutaties van de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat

(bedragen x € 1.000)

    DAEB vastgoed in exploitatie   Niet-DAEB vastgoed in exploitatie   Totaal vastgoed in exploitatie
Stand per 1 januari 2023 2022 2023 2022 2023 2022
Verkrijgingsprijzen 1.258.065  1.227.227  135.445  138.311  1.393.510  1.365.538 
Herwaarderingen 1.222.130  1.287.580  59.235  68.247  1.281.365  1.355.827 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -/- 32.478  -/- 32.160  -/- 3.658  -/- 4.078  -/- 36.136  -/- 36.238 
Boekwaarde 1 januari 2.447.717  2.482.647  191.022  202.480  2.638.739  2.685.127 
             
Mutaties            
Investeringen overboekingen nieuwbouw 8.513  2.773  - - 8.513  2.773 
Investeringen direct 30.528  24.009  452  74  30.980  24.083 
Desinvesteringen verkoop -/- 6.799  -/- 5.392  -/- 1.327  -/- 3.984  -/- 8.126  -/- 9.376 
Desinvesteringen sloop -/- 813  -/- 2.217  - 22  -/- 813  -/- 2.195 
Herclassificatie - - - - - -
Afboeking directe investeringen -/- 17.838  -/- 16.547  -/- 291  -/- 73  -/- 18.129  -/- 16.620 
Waardemutatie bestaand bezit -/- 124.046  -/- 37.556  -/- 12.090  -/- 7.497  -/- 136.136  -/- 45.053 
Totaal mutaties marktwaardering -/- 110.455  -/- 34.930  -/- 13.256  -/- 11.458  -/- 123.711  -/- 46.388 
             
Stand per 31 december            
Verkrijgingsprijzen 1.304.208  1.258.065  135.078  135.445  1.439.286  1.393.510 
Herwaarderingen 1.074.645  1.222.130  47.872  59.235  1.122.517  1.281.365 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen -/- 41.591  -/- 32.478  -/- 5.184  -/- 3.658  -/- 46.775  -/- 36.136 
Boekwaarden 31 december 2.337.262  2.447.717  177.766  191.022  2.515.028  2.638.739 

DAEB vastgoed in exploitatie

In de post DAEB vastgoed in exploitatie zijn totaal 18.612 eenheden verantwoord.

Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

In de post niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 1.302 eenheden verantwoord.

Verklaring waardemutaties

De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

(bedragen x € 1.000)

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Boekwaarden per 1 januari 2023 2.447.717  191.022  2.638.739 
       
Voorraadmutaties      
Verkoop/sloop -/- 7.609  -/- 1.327  -/- 8.936 
Nieuwbouw 8.513  - 8.513 
Herclassificatie - - -
       
Objectgegevens      
Mutatie huur en maximaal redelijke huur 74.246  2.099  76.345 
Mutatie markthuur 27.736  2.071  29.807 
Mutatie leegwaarde 24.671  -/- 1.147  23.524 
Vernieuwde meting oppervlakte - - -
       
Parameterwijzigingen      
Onderhoud -/- 25.421  -/- 585  -/- 26.006 
Disconteringsvoet -/- 110.055  -/- 4.685  -/- 114.740 
Exit yield -/- 19.288  -/- 3.432  -/- 22.720 
Overdrachtskosten -/- 51.500  -/- 3.963  -/- 55.463 
Inflatiecijfers -/- 11.914  -/- 181  -/- 12.095 
Vrije verkoopwaardestijging -/- 7.533  -/- 3.883  -/- 11.416 
Mutatiekans 1.814  2.245  4.059 
Belastingen -/- 7.589  -/- 229  -/- 7.818 
Beheerkosten -/- 6.526  -/- 239  -/- 6.765 
       
       
Marktwaarde per 31 december 2023 2.337.262  177.766  2.515.028 

In de marktwaarde is een afslag opgenomen voor funderingsproblemen. Deze afslag bedraagt in 2023 € 2,1 miljoen. In 2022 bedroeg deze € 2,4 miljoen. In 2023 valt deze lager uit, omdat een aantal woningen met funderingsproblemen is gesloopt.

Gevoeligheidsanalyse marktwaardering

Over het gehele bezit van Elkien per eind 2023 is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd ten aanzien van de marktwaarde. De uitkomsten hiervan zijn als volgt:

Parameter Gehanteerd in marktwaarde 31/12/23 Effect wijziging parameter Nieuwe parameter Effect op marktwaarde (€ 1.000.000) Effect op marktwaarde %
Disconteringsvoet 7,3% 1% 8,3% -/- 189  -/- 8%
  7,3% -/- 1% 6,3% 297  12%
Gemiddelde markthuur € 821 1% € 830 0,1%
  € 821 -/- 1% € 813 -/- 3  -/- 0,1%
Mutatiegraad 8,4% 1% 9,4% 54  2%
  8,4% -/- 1% 7,4% -/- 64  -/- 3%
Leegwaarde / WOZ € 3.819 miljoen 1% € 3.857 miljoen 15  0,6%
  € 3.819 miljoen -/- 1% € 3.780 miljoen -/- 14  -/- 0,6%

Beleidswaarde

De beleidswaarde is voor het eerst in 2018 ingevoerd, waarbij dit waardebegrip nog in ontwikkeling is. Verdere ontwikkeling van dit waardebegrip door de Aw en WSW zal kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden. Hierbij kan gedacht worden aan de aanscherping van het begrip onderhoud/verbetering, alsmede de beheerlasten.
De beleidswaarde bedraagt per 31 december 2023 € 1.256 miljoen (31 december 2022: € 1.368 miljoen) en is afgeleid van de marktwaarde in verhuurde staat met afslagen voor 1) beschikbaarheid (doorexploiteren) 2) betaalbaarheid (huren), 3) kwaliteit (onderhoud) en 4) beheer (beheerkosten).
De opbouw van de beleidswaarde per 31 december 2023 is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Marktwaarde per 31 december 2023 2.337.262  177.766  2.515.028 
       
Beschikbaarheid -/- 44.536  -/- 11.926  -/- 56.462 
Betaalbaarheid -/- 588.543  -/- 20.539  -/- 609.082 
Kwaliteit -/- 375.265  -/- 18.296  -/- 393.561 
Beheer -/- 194.733  -/- 5.550  -/- 200.283 
Maatschappelijke bestemming -/- 1.203.077  -/- 56.311  -/- 1.259.388 
       
Beleidswaarde per 31 december 2023 1.134.185  121.455  1.255.640 

Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:

Uitgangspunten 2023 2022
Disconteringsvoet 7,1% 6,0%
Streefhuur per maand € 635 per woning € 619 per woning
Lasten onderhoud per jaar € 2.665 per woning € 2.847 per woning
Lasten beheer per jaar € 1.140 per woning € 864 per woning

In onderstaande tabel wordt aangeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Uitgangspunten Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde % effect op de beleidswaarde
Disconteringsvoet 1% hoger € 180 miljoen lager -/- 14%
Streefhuur per maand € 25 per woning lager € 85 miljoen lager -/- 7%
Lasten onderhoud per jaar € 50 per woning hoger € 27 miljoen lager -/- 2%
Lasten beheer per jaar € 50 per woning hoger € 27 miljoen lager -/- 2%

8.3 Overige vastgoedbeleggingen

De mutaties in de overige vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

(bedragen x € 1.000)

    Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Stand per 1 januari 2023 2022 2023 2022
Verkrijgingsprijzen 1.018  900  4.268  3.949 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen 512  544  -/- 3.357  -/- 3.304 
Boekwaarden per 1 januari 1.530  1.444  911  645 
         
Mutaties        
Investeringen - 118  16.769  11.192 
Desinvesteringen -/- 336  - -/- 1.270  -/- 1.023 
Waardeveranderingen -/- 144  -/- 32  -/- 8.246  -/- 7.205 
Overboeking voorziening - - 3.780  75 
Overboeking naar vastgoed in exploitatie - - -/- 8.513  -/- 2.773 
Totaal mutaties -/- 480  86  2.520  266 
         
Stand per 31 december        
Verkrijgingsprijzen 682  1.018  11.254  4.268 
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen 368  512  -/- 7.823  -/- 3.357 
Boekwaarden per 31 december 1.050  1.530  3.431  911 

In de post Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 5 eenheden opgenomen (2022: 6 eenheden). Deze 5 eenheden zijn allen verkocht met een terugkoopverplichting. Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de Minister BZK hebben. Elkien biedt geen mogelijkheid meer tot (ver)kopen onder voorwaarden.

8.4 Financiële vaste activa

Het verloop van de financiële vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1.000)

  Deel-nemingen Latente belasting- vordering(en) Leningen u/g Overige vorderingen Totaal
Stand per 1 januari 2023 18  24.662  691  106.144  131.515 
Investeringen / vermeerderingen - 2.282  21  3.345  5.648 
Desinvesteringen / verminderingen - - -/- 13  -/- 3.617  -/- 3.630 
Waardeverminderingen - -/- 4.286  - - -/- 4.286 
Overige mutaties - -/- 2.219  - - -/- 2.219 
Stand per 31 december 2023 18  20.439  699  105.872  127.028 
           
Inbegrepen in de stand per 31 december 2023 zijn:          
- looptijd korter dan één jaar - 5.145  - - 5.145 

8.4.1 Deelnemingen

De deelneming betreft:

(bedragen x € 1.000)

  Aandeel Netto-vermogenswaarde 31/12/22 Netto-vermogenswaarde 31/12/21
Elkien Holding B.V. te Heerenveen 100% 18 18

8.4.2 Latente belastingvordering

De belastinglatentie is als vordering opgenomen voor het tijdelijke verschil tussen de fiscale waardering en de waardering in de jaarrekening van de onroerende zaken, de langlopende schulden, verrekenbare verliezen en derivaten. De latentie zal naar verwachting voor € 5,1 miljoen binnen één jaar worden gerealiseerd.

(bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Verrekenbare verliezen 40.266  37.984 
Onroerende zaken en afschrijvingspotentieel 6.078  10.316 
Langlopende schulden 118  165 
Derivaten 133  134 
Herstructurering derivatenportefeuille -/- 14.617  -/- 12.635 
Voorziening onderhoud -/- 11.539  -/- 11.302 
Totaal 20.439  24.662 
     

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde. De netto gehanteerde effectieve vermogenskostenvoet bedraagt 2,38% (2022: 2,24%). Dit percentage is afgeleid uit de voor de Elkien geldende rente voor langlopende leningen op 31 december 2023 van 3,21% (2022: 3,02%), onder aftrek van het gemiddelde nominale belastingtarief over de periode 2023-2036. Het geldende tarief voor de vennootschapsbelasting bedraagt voor 2023 en verder 25,8%.

Verrekenbare verliezen € 40.266k
Van de compensabele verliezen is de verwachting dat deze gecompenseerd worden binnen de daarvoor beschikbare termijn van verliescompensatie binnen de fiscale wetgeving hierover.

Onroerende zaken en afschrijvingspotentieel € 6.078k
In 2020 is een actieve latentie gevormd voor het fiscale afschrijvingspotentieel. Deze bedraagt nominaal € 30 miljoen en loopt in 2061 af.

Langlopende schulden € 118k
De latentie bedraagt nominaal € 0,7 miljoen en loopt in 2036 af.

Derivaten € 133k
De latentie bedraagt nominaal € 0,9 miljoen en loopt in 2037 af.

Herstructurering derivatenportefeuille -/- € 14.617k
Deze latentie is gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen tussen de fiscale waardering en de waardering van de geactiveerde kosten herstructurering derivatenportefeuille € 14,6 miljoen (2022: € 12,6 miljoen). De latentie bedraagt € 96,9 miljoen (2022: € 100,5 miljoen) en loopt in 2061 af.

Voorziening onderhoud -/- € 11.539k
In 2022 heeft Elkien een vaststellingsovereenkomst afgesloten met de belastingdienst voor de vorming van een onderhoudsvoorziening in het jaar 2018. Deze voorziening bedraagt nominaal € 45,8 miljoen. Over de vorming van deze voorziening loopt nog een landelijke gerechtelijke procedure. Mocht deze in ons nadeel uitvallen, dan valt de voorziening vermoedelijk in 2024 vrij.

8.4.3 Leningen u/g

(bedragen x € 1.000)

Geldnemer Rente Restant looptijd in jaren Saldo 31/12/23 Saldo 31/12/22
Social Finance SRR n.v.t. 19  37  48 
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting n.v.t. 21  662  643 
Totaal     699  691 

8.4.4 Overige vorderingen

Onder de overige vorderingen zijn de volgende posten opgenomen: 

(bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Geactiveerde kosten herstructurering derivaten 41.373  42.772 
Geactiveerde marktwaarde derivaten 64.499  63.372 
Totaal 105.872  106.144 

Geactiveerde kosten herstructurering derivaten

Het negatieve resultaat van afgekochte renteswaps in 2010, 2014 en 2020 wordt jaarlijks afgeschreven naar rato van de looptijd van de afgekochte swaps. De afschrijving naar rato van de oorspronkelijke looptijd geldt zolang de oorspronkelijk ingedekte leningen er nog zijn.

De afschrijving voor 2023 is circa € 1,4 miljoen (2022: circa € 1,5 miljoen). De afschrijving is verantwoord in de resultatenrekening onder de post rentelasten en soortgelijke kosten.

Geactiveerde marktwaarde derivaten

In 2018, 2019, 2021, 2022 en 2023 zijn renteswaps bij een vijftal derivatenbanken doorgezakt in nieuw afgesloten langlopende leningen. Deze leningen zijn gepassiveerd tegen marktwaarde. Als gevolg hiervan ontstaat een agio. Op dit agio wordt jaarlijks afgeschreven conform de effectieve interestmethode waarmee een rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. De marktwaarde van deze afgewikkelde renteswaps is geactiveerd en hierop wordt jaarlijks eveneens afgeschreven conform de effectieve interestmethode, waarmee een rentelast tot hetzelfde bedrag als de rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. Per saldo hebben deze mutaties in de winst- en verliesrekening financieel geen impact, maar zijn om verslaggevingstechnische redenen voorgeschreven.

8.5 Voorraden

(bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Vastgoed bestemd voor de verkoop 150  93 
Totaal 150  93 

Het vastgoed bestemd voor de verkoop bestaat uit de volgende kavels:
Raerd Selanswei
Wons Noorderlaan
Gorredijk De Miente
Grou Groene Kruis
Sneek Hein Doekesstraat

8.6 Vorderingen

(bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Huurdebiteuren 431  388 
Gemeenten -
Vorderingen op groepsmaatschappijen 1.093  1.093 
Overige vorderingen 1.463  1.247 
Overlopende activa 1.268  1.252 
Totaal 4.256  3.980 

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Huurdebiteuren (bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Vorderingen op zittende huurders 640  633 
Af: voorziening wegens oninbaarheid -/- 209  -/- 245 
Totaal 431  388 

Vorderingen op groepsmaatschappijen (bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Elkien CPS B.V. 1.093  1.093 
Totaal 1.093  1.093 

Overige vorderingen (bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Vorderingen op niet-huurders 118  124 
Vorderingen op vertrokken huurders 1.070  1.081 
Overige vorderingen 1.242  945 
Af: voorziening wegens oninbaarheid -/- 967  -/- 903 
Totaal 1.463  1.247 

Overlopende activa (bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Vooruitbetaalde facturen 1.162  1.168 
Overige 106  84 
Totaal 1.268  1.252 

8.7 Liquide middelen

Dagelijks opvraagbare liquide middelen (bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
BNG Bank 11.600  26.098 
Rabobank 57  12 
ING Bank -
ABN AMRO -
Totaal liquide middelen 11.657  26.120 
     
Ultimo 2023 heeft Elkien de volgende kredietfaciliteiten:    
(bedragen x € 1.000)    
BNG Bank 10.000 10.000

De liquide middelen zijn vrij aanwendbaar.

8.8 Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Stand per 1 januari 1.281.365  1.355.827 
Realisatie door sloop -/- 511  -/- 1.875 
Realisatie door verkoop -/- 4.748  -/- 3.910 
Overboeking vanwege herijking herwaarderingsreserve -/- 146.278  -/- 68.677 
Stand per 31 december 1.129.828  1.281.365 

Overeenkomstig artikel 3 van de statuten van Elkien dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet te worden besteed.

Ultimo 2023 is in totaal circa € 1.130 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen inbegrepen (2022: circa € 1.281 miljoen). In 2023 is € 5,2 miljoen (2022: € 5,8 miljoen) onttrokken aan de ongerealiseerde herwaardering wegens sloop en verkopen ten gunste van de overige reserves. De waardering van het vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten, geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (€ 1.256 miljoen) in relatie tot de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie (€ 2.515 miljoen) is een bedrag van
€ 1.259 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Elkien niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Elkien. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van Elkien is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Elkien.

8.9 Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Stand per 1 januari 802.115  335.052 
Resultaat voorgaand boekjaar -/- 49.002  392.601 
Overboeking vanwege herijking herwaarderingsreserve 151.537  74.462 
Stand per 31 december 904.650  802.115 

Aan het resultaat van de stichting mag statutair geen andere bestemming worden gegeven dan het bevorderen van het doel van de stichting. Elkien stelt zich tot doel uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn in de regio Friesland. Voorgesteld wordt dan ook om het gehele resultaat van het boekjaar 2023 van € 142 miljoen negatief aan de overige reserves, als onderdeel van het totale eigen vermogen, te onttrekken.

8.10 Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

(bedragen x € 1.000)

  Stand per 1/1/23 Dotaties Onttrek-kingen Vrijval Stand per 31/12/23
Onrendabele investeringen en herstructureringen nieuwbouw 75  3.780  -/- 75  - 3.780 
Onrendabele investeringen en herstructureringen WVB 15.739  2.692  -/- 15.739  - 2.692 
Jubilea/gratificaties 646  114  -/- 64  - 696 
Opleidingen (opgebouwde rechten) 509  40  -/- 36  - 513 
Totaal 16.969  6.626  -/- 15.914  - 7.681 

Van de voorzieningen is een bedrag van circa € 1,2 miljoen als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken.
 

8.10.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

De voorziening voor onrendabele investeringen in nieuwbouw en woningverbeteringen betreft het per saldo verlieslatende deel van (toekomstige) contracten ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwbouw en woningverbeteringen van huurwoningen waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt (en geactiveerd) om het verlies daarop in mindering te brengen.

8.11 Langlopende schulden

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na de afloop van het boekjaar, zoals hierboven toegelicht, zijn opgenomen onder de kortlopende schulden op korte termijn.

(bedragen x € 1.000)

  Stand 31/12/23 exclusief aflossings-verplichting Aflossings-verplichting 2024 Stand 31/12/23 inclusief aflossings-verplichting Resterende looptijd > 1 jaar Resterende looptijd > 5 jaar
Schulden aan overheid totaal 3.066  385  3.451  3.451  3.272 
           
Leningen 608.165  31.329  639.494  611.214  469.393 
Agio herstructurering derivatenportefeuille 64.499  - 64.499  - -
Agio voormalige extendible leningen 19.241  - 19.241  - -
Agio genoveerde Vestia-ruillening 8.865  - 8.865  - -
Schulden aan kredietinstellingen totaal 700.770  31.329  732.099  611.214  469.393 
           
Totaal leningen 703.836  31.714  735.550  614.665  472.665 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 594  - 594  - -
Marktwaarde Embedded derivaten - - - - -
Totaal 704.430  31.714  736.144  614.665  472.665 

Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende 5 jaar is hieronder weergegeven:

(bedragen x € 1.000)

  Aflosbaar over 2 jaar Aflosbaar over 3 jaar Aflosbaar over 4 jaar Aflosbaar over 5 jaar
Schulden aan overheid 392  400  340  344 
Schulden aan kredietinstellingen 28.144  30.743  28.548  17.445 
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden - - - -
Marktwaarde Embedded derivaten - - - -
Totaal 28.536  31.143  28.888  17.789 

De posten marktwaarde embedded derivaten en agio leningen hebben geen impact op de kasstromen, maar zijn verantwoord om verslaggevingstechnische redenen.

Schulden aan overheid en kredietinstellingen

De mutaties in 2023 van de leningen overheid en kredietinstellingen kunnen als volgt worden toegelicht:

(bedragen x € 1.000)

  Schulden overheid Schulden krediet- instellingen Totaal
Stand per 1 januari 2023 3.999  631.671  635.670 
Bij: nieuwe leningen - 35.000  35.000 
Af: Aflossingen -/- 548  -/- 27.177  -/- 27.725 
Stand per 31 december 2023 3.451  639.494  642.945 
Schulden aan overheid

Hieronder zijn opgenomen leningen welke zijn verstrekt door de gemeenten Opsterland, Leeuwarden en Súdwest-Fryslân. Deze leningen hebben de volgende kenmerken:

Vastrentende leningen (bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 3.451 3.999
Gemiddelde rente 1,36% 1,57%
Gemiddelde looptijd 10 jr. 10 jr.
Reële waarde 3.271 3.679
Schulden aan kredietinstellingen

Hieronder zijn begrepen leningen van verschillende kredietinstellingen. Deze leningen hebben de volgende kenmerken:

Vastrentende leningen (bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 528.514 496.471
Gemiddelde rente 3,02% 3,00%
Gemiddelde looptijd 28 jr. 28 jr.
Reële waarde 587.777 528.836

Leningen met variabele rente (bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum 110.980 135.200
Gemiddelde rente 4,01% 1,60%
Gemiddelde looptijd 13 jr. 18 jr.
Reële waarde 111.899 135.566

De financieringsrente van de portefeuille inclusief effecten derivaten bedraagt ultimo 2023 3,2% (2022: 3,0%) en de duration 18. De gemiddelde liquiditeits- c.q. rente typische looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2023 25 jaar respectievelijk 25 jaar.

De totale leningenportefeuille bedraagt ultimo 2023 € 643 miljoen (2022: € 636 miljoen). Hiervan is € 11 miljoen niet door het WSW geborgd (2022: € 13 miljoen). Van de leningen verstrekt door de overheid en kredietinstellingen is een totaalbedrag van € 632 miljoen (2022: € 623 miljoen) opgenomen waarvoor WSW borging is verkregen. Dit is 98% van de totale leningenportefeuille. De hieraan gekoppelde onroerende zaken zijn vrij van hypotheek. Op deze zaken kan op verzoek van het WSW een hypotheekrecht gevestigd worden. In een dergelijk geval zal een financier het WSW wel moeten aanspreken. 

De marktwaarde van de leningen bedraagt per 31 december 2023 € 703 miljoen (2022: € 669 miljoen). Hierbij zijn de cashflows contant gemaakt op basis van de Euro Swaps Curve.

Basisrenteleningen

Van de totale leningenportefeuille ultimo 2023 ad € 643 miljoen bestaat € 118 miljoen uit basisrenteleningen. De door Elkien afgesloten basisrenteleningen zijn verstrekt door de BNG Bank en de NWB Bank. Op deze leningen wordt een vaste basisrente betaald van gemiddeld 3,6% (2022: 3,6%). De credit spread die op deze leningen wordt betaald, wordt periodiek herzien. Voor de huidige leningen is de gemiddelde credit spread 0,1%.

Essentie basisrenteleningen

Een basisrentelening kan gezien worden als een combinatie van een renteswap en een roll-over lening. Het voordeel van een basisrentelening is dat geen sprake is van margin call verrekening (mogelijke storting van onderpand) en dat voor zeer lange looptijden gekozen kan worden. De basisrentelening bestaat uit een basisrente verhoogd met een kredietopslag voor een bepaalde periode. Nieuwe basisrenteleningen komen alleen onder specifieke voorwaarden in aanmerking voor WSW borging.

Risico creditspread

Bij een basisrentelening is het risico dat de geldgever bij een kredietopslag herzieningsmoment een niet marktconforme opslag biedt. Indien de geldnemer deze opslag niet accepteert vindt afwikkeling tegen marktwaarde plaats. Deze kan hoger liggen dan de nominale waarde van de lening. Elkien typeert dit risico als beperkt, omdat de basisrenteleningenportefeuille niet verstrekt is door commerciële partijen, maar door de sectorbanken. Bij hoge kredietopslagen kan Elkien opteren voor een korte(re) looptijd.

Marktwaarde derivaten

Alle derivaten met een startdatum voor 31 december 2023 zijn gekoppeld aan een variabele lening, waardoor het renterisico voortvloeiende uit de variabele lening afgedekt is door het derivaat.

Van de variabel rentende leningen is voor een nominale waarde van € 57,5 miljoen aan renteswaps afgesloten om het variabel rente risico op deze leningen af te dekken. De marktwaarde van deze renteswaps is eind 2023 € 16,8 miljoen negatief (2022: € 20,1 miljoen negatief). In 2023 is voor nominaal € 25,0 miljoen renteswaps (met CSA) doorgezakt.

Credit Support Annex (CSA)'s en Break Clauses

Om derivaten te kunnen afsluiten, dient een raamovereenkomst opgesteld te worden. Doorgaans is sprake van een ISDA raamovereenkomst, die bestaat uit een Master Agreement, Schedule en Credit Support Annex. De uitzondering hierop is de BNG Bank waarmee een Raamovereenkomst Financiële Derivaten (RFD) zonder CSA is afgesloten. In de Credit Support Annex zijn de onderpandsverplichtingen (cash collateral) opgenomen. Ultimo 2023 is geen sprake van uitstaand cash collateral.

In de renteswap confirmaties met de banken zijn veelal breakclauses opgenomen om het kredietrisico voor partijen te beperken. Dit betreft mandatory breakclauses, waarbij sprake is van automatische afwikkeling op de breakdatum. 

De resterende breakclauses vallen verspreid over het jaar 2024. De liquide derivatenbuffer van Elkien is van voldoende omvang om te kunnen voldoen aan eventuele liquiditeitsverplichtingen, voortvloeiend uit de breakclauses. Deze mogelijke liquiditeitsverplichtingen bedragen voor 2024 € 6,2 miljoen. Deze bedragen zijn berekend per ultimo 2023.

Caps

Om het liquiditeitsexposure voortvloeiende uit de marginverrekening te reduceren zijn in 2014 plafonds (caps) overeengekomen met enkele banken. Deze caps maximaliseren het margin call risico.

Embedded derivaten

Een embedded derivaat is een derivaat dat deel uitmaakt van een contract; het zogenaamde basiscontract. Elkien waardeert haar derivaten tegen kostprijs en moet volgens de RJ 290 de embedded derivaten, die niet nauw verbonden zijn met het basiscontract, gescheiden waarderen.

Er resteerde één extendible lening, waarbij de bank begin 2023 gebruik gemaakt heeft van zijn recht de lening te verlengen. 

Kengetallen
  2023 2022
ICR 1,7 2,4
Solvabiliteit marktwaarde 71% 72%

De ratio’s zijn als volgt berekend:

ICR (Interest Coverage Ratio)
Gecorrigeerde som der bedrijfsopbrengsten / jaarlijkse bruto rentelasten

Solvabiliteit marktwaarde
Gecorrigeerd eigen vermogen / gecorrigeerd balanstotaal

8.12 Kortlopende schulden

(bedragen x € 1.000)

  31-12-23 31-12-22
Schulden aan kredietinstellingen 31.714  10.225 
Schulden aan leveranciers 11.074  7.465 
Belastingen en premies sociale verzekeringen 6.146  9.024 
Overige schulden 1.723  1.510 
Overlopende passiva 11.092  9.766 
Totaal 61.749  37.990 

De kortlopende schulden hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de schulden benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan. Met boeten verschuldigd voor vervroegde aflossing dient rekening gehouden te worden indien en voor zover die vervroegde aflossing bij de schuldeiser is aangekondigd of op andere wijze vaststaat.

Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.

8.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Huurverplichtingen

Het jaarlijks bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal circa € 0,8 miljoen (2022: circa € 0,9 miljoen). Hiervan heeft circa € 0,1 miljoen een looptijd van meer dan een jaar.

Van de huurverplichtingen ultimo 2023 zijn geen huurbetalingen in 2023 in de winst- en verliesrekening verwerkt. In 2023 is € 697k aan huren betaald.

Operationele lease

Leasecontracten waarbij de voor- en nadelen geheel of nagenoeg geheel verbonden zijn aan Elkien, maar het eigendom niet bij Elkien ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.

Eind 2023 heeft Elkien ten aanzien van haar wagen- en fietspark leaseverplichtingen ter grootte van circa € 0,9 miljoen (2022: circa € 1,1 miljoen). Deze leaseverplichting is in onderstaande tabel nader toegelicht:

(bedragen x € 1.000)

  < 1 jaar > 1 jaar < 5 jaar > 5 jaar Totaal
Leaseverplichting 480 424 0 904

Gedurende het verslagjaar zijn in de winst- en verliesrekening verwerkt:

(bedragen x € 1.000)

Minimale leasebetalingen 558 
Voorwaardelijke leasebetalingen 76 
Totaal 634 
Investerings- en onderhoudsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor investeringen en onderhoud tot een bedrag van circa € 12 miljoen (2022: circa € 18 miljoen).

Ultimo boekjaar is Elkien onderhoudsverplichtingen aangegaan voor een totaal bedrag van circa
€ 11 miljoen waarvan de uitvoering nog ter hand moet worden genomen. Dit betreft onderhoudsafspraken met betrekking tot opgeleverde nieuwbouwwoningen in 2017 t/m 2019 door en met de ketenpartners voor de komende 25 jaar na oplevering.

Per 1 januari 2016 is Elkien de Ketensamenwerking aangegaan met zes partners uit de bouwwereld. De overeenkomsten zijn getekend voor meerjarige afspraken over het planmatig onderhoud en de woningverbeteringen van zo’n 20.000 woningen in Friesland.

Obligolening

In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.

Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid

Stichting Elkien vormt met Elkien Holding B.V. en Elkien CPS B.V. een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Op grond van de Invorderingswet zijn de vennootschap en de met haar gevoegde dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting. Verrekening vindt plaats via de rekening-courant.

9. Toelichting op de winst- en verliesrekening

9.1 Huuropbrengsten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Woningen en woongebouwen 122.576  120.300 
Vastgoed niet zijnde woningen 6.530  6.352 
  129.106  126.652 
Af:    
Huurderving wegens leegstand -/- 2.280  -/- 1.552 
Huurderving wegens oninbaarheid -/- 238  -/- 291 
Totaal 126.588  124.809 

De "te ontvangen netto-huur" is gewijzigd ten opzichte van 2022 als gevolg van:

  • Verhoging van de huren wegens algemene huurverhoging en harmonisatie € 2,7 miljoen;
  • Het in exploitatie komen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen € 0,3 miljoen;
  • Kortingen, verkopen en sloop van woningen in exploitatie -/- € 0,5 miljoen.

9.2 Opbrengst servicecontracten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Overige goederen, leveringen en diensten 6.505  6.312 
Af: te verrekenen met huurders -/- 1.080  -/- 662 
Af: vergoedingsderving wegens leegstand -/- 140  -/- 112 
Totaal 5.285  5.538 

9.3 Lasten servicecontracten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Onderhoudskosten exploitatie levering & diensten 2.194  2.038 
Verwarmingskosten 1.104  1.388 
Elektrakosten 1.058  1.079 
Waterkosten 131  104 
Kosten / premie glasverzekering 383  345 
Overige directe exploitatiekosten
Subtotaal 4.872  4.958 
Toegerekende organisatiekosten 381  405 
Totaal 5.253  5.363 

9.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Toegerekende organisatiekosten 13.336  11.776 
Totaal 13.336  11.776 

9.5 Lasten onderhoudsactiviteiten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Onderhoudsuitgaven (cyclisch) 51.061  38.422 
Onderhoudsuitgaven (niet-cyclisch) 12.866  9.858 
Totaal 63.927  48.280 

De onderhoudsuitgaven zijn te verdelen in:

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Planmatig onderhoud 50.150  37.757 
Mutatie-onderhoud 3.318  2.583 
Klachtenonderhoud 5.377  3.433 
Toegerekende organisatiekosten 5.082  4.507 
Totaal 63.927  48.280 

De toegerekende organisatiekosten aan onderhoudskosten zijn gebaseerd op de gehanteerde verdeelsleutels zoals deze in paragraaf 6.1 zijn opgenomen. Deze kosten bestaan uit bedrijfskosten en lonen en salarissen welke verband houden met het onderhoud van vastgoed in exploitatie.

9.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Gemeentelijke heffingen 6.635  6.202 
Verzekeringskosten 644  772 
Overige sectorheffingen 69  45 
Verhuurderheffing 25  8.362 
Juridische en incassokosten - -/- 15
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 17  827 
Totaal 7.390  16.193 

9.7 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

9.7.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Voormalige huurwoningen 10.657  10.848 
Bedrijfsruimtes en kavels 212  803 
Totaal 10.869  11.651 

De verkoopopbrengst betreft 51 woningen en 1 kavel(ruil) (2022: 29 woningen, 26 complexmatige verkopen en 1 kavel). De door de verkoop in 2023 gerealiseerde waardedaling begrepen in de herwaarderingsreserve bedraagt € 4,7 miljoen.

9.7.2 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Boekwaarde huurwoningen 8.125  9.376 
Boekwaarde bedrijfsruimtes en kavels - 587 
Totaal 8.125  9.963 

9.8 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

9.8.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Afwaardering woningverbeteringen naar marktwaarde huidig jaar 2.391  17.233 
Afwaardering woningverbeteringen naar marktwaarde volgend jaar 2.692  15.739 
Marktwaarde gesloopt bezit 483  -
Projecten opgeleverd in boekjaar en grondquote 861  1.023 
Projecten opgeleverd vóór boekjaar -/- 1.379  24 
Dotatie aan voorziening 8.522  3.432 
Totaal 13.570  37.451 
     

9.8.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

(bedragen x € 1.000)

DAEB Vastgoedbeleggingen in exploitatie -/- 124.046  -/- 37.556 
Niet-DAEB Vastgoedbeleggingen in exploitatie -/- 12.090  -/- 7.497 
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden -/- 143  74 
Totaal -/- 136.279  -/- 44.979 
     

9.9 Opbrengsten overige activiteiten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Vergoeding EPV en PV-panelen 735  732 
BTW ProRata en suppletieaangiften 172  313 
Opbrengst administratiekosten servicekosten 171  157 
Overige baten 184  1.168 
Totaal 1.262  2.370 

9.10 Overige organisatiekosten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Toegerekende afschrijvingen 223  206 
Toegerekende personele lasten 2.988  2.794 
Toegerekende bedrijfslasten 2.023  1.874 
Toegerekende heffingen 1.074  -
Totaal 6.308  4.874 

Onder de post worden de organisatiekosten opgenomen die niet rechtstreeks aan de primaire activiteiten toegerekend kunnen worden. Het betreffen hier o.a. de personele, facilitaire en huisvestingskosten voor de ondersteunende afdelingen van de organisatie (o.a. HRM, Communicatie, Strategie, Control en Financiën).

9.11 Leefbaarheid

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Vastgoed gerelateerde leefbaarheid 421  449 
Sociaal gerelateerde leefbaarheid 662  606 
Toegerekende organisatiekosten 2.034  1.296 
Totaal 3.117  2.351 

9.12 Saldo financiële baten en lasten

9.12.1 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Waardeverandering embedded derivaten -/- 877  11.362 
Vrijval geactiveerde rente 854  602 
Totaal -/- 23  11.964 

9.12.2 Rentelasten en soortgelijke kosten

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Rente langlopende schulden:    
- Leningen overheid en kredietinstellingen 20.342  18.395 
- Afschrijving herstructurering derivatenportefeuille ‘10-‘14 en '20 1.399  1.494 
- Afschrijving herstructurering derivatenportefeuille ‘18, '19 en '21 2.218  2.115 
- Afschrijving gepassiveerde agio leningen -/- 2.218  -/- 2.115 
- Borgstellingsvergoeding- en bereidstellingsprovisie 231  218 
- Vrijval agio Vestia ruillening -/- 210  -/- 208 
- Overige rentekosten 65  62 
Totaal 21.827  19.961 

De hiervoor vermelde rentelast van langlopende schulden leningen kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
- Rentelasten van leningen met een vaste rente 15.587  14.797 
- Rentelasten van leningen met een variabele rente 4.005  52 
- Rentelasten / (baten) van rentederivaten met een effectieve hedge relatie 750  3.546 
Totaal rente langlopende schulden 20.342  18.395 

9.13 Belastingen

De belastingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Te betalen vennootschapsbelasting boekjaar 1.540  4.843 
Te betalen vennootschapsbelasting vorig boekjaar 2.105  -
Mutatie latentie verliescompensatie resultaat boekjaar (incl. correcties voorgaande jaren) -/- 2.282  -/- 20.842 
Mutatie latentie voorziening onderhoud 237  11.302 
Overige mutaties latente belastingen 6.268  8.593 
Totaal 7.868  3.896 

De acute belastinglast over 2023 is als volgt bepaald:

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
     
Resultaat voor belastingen volgens de jaarrekening -/- 134.554  -/- 45.106 
     
Bij: fiscaal niet-aftrekbare kosten    
Bijzondere waardeverminderingen 13.570  37.451 
Geactiveerde kosten herstructurering derivaten 769  863 
Vestia - -/- 4.642 
Geactiveerde rente nieuwbouw 122  125 
Oort 40  37 
Totaal 14.501  33.834 
     
Af: fiscaal aftrekbare kosten    
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 136.279  -/- 44.979 
De-activering niveauverbetering 13.542  16.814 
Afschrijvingen MVA ie 3.302  4.511 
Amortisatie afkoop 2020 / doorzak 2021 - 467 
Mutatie derivaten beginbalans 393  547 
Doorzak derivatenportefeuille 2.898  -/- 39.834 
Mutatie embedded derivaten -/- 877  -
Afschrijving embedded derivaten 854  -
Afschrijving disagio op leningen o/g en derivaten - -
Fiscaal resultaat verkochte woningen en kavels - 1.212 
Totaal -/- 116.167  -/- 61.262 
     
Belastbaar bedrag boekjaar voor ATAD -/- 3.886  49.990 
     
Afschrijvingen 4.708  5.705 
Werkelijke rentelasten 21.417  -/- 31.770 
Correctie i.v.m. negatieve werkelijke rentelasten - 31.770 
Geactiveerde rente correctie -/- 122  -/- 125 
Grondslag fiscale rentelasten = EBITDA 22.117  55.570 
     
Maximale renteaftrek m.i.v. 2022 van de EBITDA 4.423  11.114 
     
Huidige rentelasten 21.295  -/- 31.895 
Correctie op fiscaal resultaat -/- 4.423  -/- 11.114 
     
Belastbaar bedrag boekjaar na ATAD 12.986  38.876 
Toe te rekenen winst aan compensabel verlies 7.053  19.937 
     
Te betalen belasting (kasstroom) 1.540  4.843 
Mutatie belastinglatentie 4.223  -/- 947 
Te betalen vennootschapsbelasting vorig boekjaar 2.105  -
Belastingen in resultatenrekening 7.868  3.896 

Het gemiddelde wettelijke belastingtarief bedraagt voor 2023 25,8%. De effectieve belastingdruk wordt berekend door de opgegeven vennootschapsbelasting te delen door het nettoresultaat vóór belasting, waarop correcties hebben plaatsgevonden en is in 2023 gedaald t.o.v. 2022 met 2,8% (2022: +7,95%).

Aangiftes vennootschapsbelasting zijn tot en met 2019 definitief geregeld. Vanwege de in 2022 gewijzigde fiscale regelgeving is Elkien met ingang van 2022 vennootschapsbelasting verschuldigd. Per saldo zijn we niet méér vennootschapsbelasting verschuldigd, maar het wordt uitgespreid over een eerdere en langere periode.

9.14 Afschrijvingen (im)materiële vaste activa en onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Afschrijving onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 1.301  1.194 
Totaal 1.301  1.194 

9.15 Lonen en salarissen

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Lonen en salarissen 10.080  9.300 
Sociale lasten 1.701  1.556 
Pensioenpremies 1.550  1.519 
Overige personeelskosten 2.805  2.084 
Totaal 16.136  14.459 

9.16 Gemiddeld aantal FTE's

Gedurende het jaar 2023 had Elkien gemiddeld 166 fte’s in dienst (2022: 163), verdeeld over de afdelingen:

  2023
Bestuur/Directie 2
Concern control 3
Bestuursondersteuning 3
Omgeving & Organisatie 14
Financiën & Middelen 23
Informatisering & Automatisering 9
Klant & Wonen 52
Vastgoed Realisatie & Onderhoud 50
Vastgoedsturing 10
Totaal 166 

Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2022: 0).

9.17 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:

(bedragen x € 1.000 en inclusief BTW)

  2023 2022
Controle van de jaarrekening 191  163 
Andere controlewerkzaamheden 13  13 
Fiscale advisering - -
Andere niet-controlediensten - -
Totaal 204  176 

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Elkien zijn uitgevoerd door BDO Audit & Assurance B.V., als zijnde de onafhankelijke externe accountant zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria zijn inclusief BTW en hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2023, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. Er is geen sprake van kosten voor fiscaal advies of overige niet-controlewerkzaamheden.

9.18 Gebeurtenissen na balansdatum

Tot en met de datum van opmaken van de jaarrekening 2023 hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan.

10. Gescheiden verantwoording DAEB/ niet-DAEB

10.1 Enkelvoudige gescheiden balans DAEB

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-23     31-12-22
Vaste activa          
Materiële vaste activa          
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 3.316      4.254   
    3.316      4.254 
Vastgoedbeleggingen          
DAEB vastgoed in exploitatie 2.337.262      2.447.717   
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 1.050      1.530   
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 3.431      911   
    2.341.743      2.450.158 
Financiële vaste activa          
Netto-vermogenswaarde niet-DAEB 172.397      180.691   
Latente belastingvordering(en) 19.447      23.351   
Leningen u/g 699      690   
Interne lening niet-DAEB 5.339      11.239   
Overige vorderingen 105.872      106.144   
    303.754      322.115 
Vlottende activa          
Voorraden          
Vastgoed bestemd voor de verkoop 150      93   
    150      93 
Vorderingen          
Huurdebiteuren 410      368   
Gemeenten     -  
Overige vorderingen 1.392      1.181   
Overlopende activa 1.207      1.186   
    3.010      2.735 
           
Liquide middelen   11.657      26.120 
           
    2.663.630      2.805.475 

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-23     31-12-22
Eigen vermogen          
Herwaarderingsreserve 1.129.828      1.281.365   
Overige reserves 904.650      802.115   
Resultaat boekjaar -142.422      -49.002   
    1.892.056      2.034.478 
           
Voorzieningen          
Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 6.472      15.814   
Overige voorzieningen 1.150      1.093   
    7.622      16.907 
           
Langlopende schulden          
Schulden aan overheid 3.066      3.451   
Schulden aan kredietinstellingen 700.770      706.878   
Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 594      594   
Marktwaarde embedded derivaten     6.781   
    704.430      717.704 
           
Kortlopende schulden          
Schulden aan kredietinstellingen 31.714      10.225   
Schulden aan leveranciers 10.537      7.069   
Belastingen en premies sociale verzekeringen 5.848      8.545   
Overige schulden 1.639      1.430   
Overlopende passiva 9.784      9.117   
    59.522      36.386 
    2.663.630      2.805.475 

10.2 Enkelvoudige gescheiden winst- en verliesrekening DAEB

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Huuropbrengsten 118.487  116.727 
Opbrengsten servicecontracten 4.968  5.247 
Lasten servicecontracten -/- 4.977  -/- 4.947 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -/- 12.618  -/- 11.145 
Lasten onderhoudsactiviteiten -/- 61.335  -/- 46.603 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -/- 6.861  -/- 15.078 
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 37.664  44.201 
     
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 8.869  6.683 
Verkoopopbrengst kavels 530 
Toegerekende organisatiekosten -/- 156  -/- 313 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -/- 6.798  -/- 5.751 
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 1.918  1.149 
     
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 13.570  -/- 37.387 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 124.045  -/- 37.556 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 137.615  -/- 74.943 
     
Opbrengsten overige activiteiten 1.257  2.363 
Netto resultaat overige activiteiten 1.257  2.363 
     
Overige organisatiekosten -/- 6.024  -/- 4.609 
Leefbaarheid -/- 2.958  -/- 2.224 
     
Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten -/- 23  11.964 
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten 29  25 
Rentebaten interne lening 205  339 
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 733  59 
Rentelasten en soortgelijke kosten -/- 21.827  -/- 19.961 
Saldo financiële baten en lasten -/- 20.883  -/- 7.574 
     
Resultaat voor belastingen -/- 126.641  -/- 41.637 
     
Belastingen -/- 7.487  -/- 3.689 
Aandeel in het resultaat van niet-geconsolideerde ondernemingen waarin wordt deelgenomen -/- 8.294  -/- 3.676 
Resultaat na belastingen -/- 142.422  -/- 49.002 

10.3 Enkelvoudig gescheiden kasstroomoverzicht DAEB

(directe methode) (bedragen x € 1.000)

  2023 2022
(A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten:    
Huren 118.750  116.850 
Vergoedingen 6.177  6.059 
Overige bedrijfsontvangsten 1.100  2.360 
Renteontvangsten 939  339 
Saldo ingaande kasstromen 126.966  125.608 
     
Uitgaven:    
Erfpacht 16  16 
Lonen en salarissen 9.821  9.181 
Sociale lasten 1.658  1.456 
Pensioenlasten 1.510  1.416 
Onderhoudsuitgaven 58.593  41.832 
Overige bedrijfsuitgaven 21.148  21.376 
Renteuitgaven 19.875  18.816 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 1.136  460 
Verhuurderheffing 24  8.126 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 1.044  971 
Vennootschapsbelasting 6.985  -
Saldo uitgaande kasstromen 121.810  103.650 
Kasstroom uit operationele activiteiten 5.156  21.958 
     
(B) (Des)investeringsactiviteiten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 9.156  6.039 
Verkoopontvangsten grond 876 
Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen 9.163  6.915 
     
Nieuwbouw huur 12.995  6.760 
Verbeteruitgaven 27.100  26.895 
Aankoop - -
Sloopuitgaven 1.238  895 
Investeringen overig 343  1.172 
Externe kosten bij verkoop 284  208 
Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom 41.960  35.930 
FVA    
Ontvangen aflossing interne lening 5.900  7.265 
Ontvangsten overig - 30.466 
Uitgaven overig - -
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA 5.900  37.731 
Kasstroom uit (des)investeringen -/- 26.897  8.716 
     
(C) Financieringsactiviteiten    
Ingaand    
Nieuwe geborgde leningen 35.000  38.000 
Uitgaand    
Aflossing geborgde leningen -/- 27.722  -/- 54.121 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten 7.278  -/- 16.121 
     
Mutatie liquide middelen -/- 14.463  14.553 
     
Liquide middelen per 1-1 26.120  11.567 
Liquide middelen per 31-12 11.657  26.120 

10.4 Enkelvoudige gescheiden balans niet-DAEB

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-23     31-12-22
Vaste activa          
Vastgoedbeleggingen          
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 177.766      191.022   
    177.766      191.022 
Financiële vaste activa          
Deelnemingen 18      18   
Latente belastingvordering(en) 992      1.311   
    1.010      1.329 
Vlottende activa          
Voorraden          
Vastgoed bestemd voor de verkoop -     -  
    -     -
Vorderingen          
Huurdebiteuren 21      21   
Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 1.093      1.093   
Overige vorderingen 71      66   
Overlopende activa 61      66   
    1.246      1.246 
           
Liquide middelen   -     -
           
    180.022      193.597 

(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)

    31-12-23     31-12-22
Eigen vermogen          
Herwaarderingsreserve 47.872      59.235   
Overige reserves 132.819      125.132   
Resultaat boekjaar -8.294      -3.676   
    172.397      180.691 
           
Voorzieningen          
Overige voorzieningen 59      61   
    59      61 
           
Langlopende schulden          
Interne lening DAEB 5.339      11.239   
    5.339      11.239 
           
Kortlopende schulden          
Schulden aan leveranciers 537      397   
Belastingen en premies sociale verzekeringen 298      480   
Overige schulden 84      80   
Overlopende passiva 1.308      649   
    2.227      1.606 
    180.022      193.597 

10.5 Enkelvoudige gescheiden winst- en verliesrekening niet-DAEB

(bedragen x € 1.000)

  2023 2022
Huuropbrengsten 8.101  8.082 
Opbrengsten servicecontracten 317  291 
Lasten servicecontracten -/- 277  -/- 416 
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -/- 718  -/- 631 
Lasten onderhoudsactiviteiten -/- 2.591  -/- 1.677 
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -/- 529  -/- 1.115 
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 4.303  4.534 
     
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.788  4.165 
Verkoopopbrengst kavels 209  273 
Toegerekende organisatiekosten -/- 9  -/- 18 
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -/- 1.327  -/- 4.212 
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 661  208 
     
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille - -/- 64 
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 12.234  -/- 7.423 
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -/- 12.234  -/- 7.487 
     
Opbrengsten overige activiteiten
Netto resultaat overige activiteiten
     
Overige organisatiekosten -/- 284  -/- 265 
Leefbaarheid -/- 159  -/- 127 
     
Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten - -
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten - -
Rentelasten en soortgelijke kosten -/- 205  -/- 339 
Saldo financiële baten en lasten -/- 205  -/- 339 
     
Resultaat voor belastingen -/- 7.913  -/- 3.469 
     
Belastingen -/- 381  -/- 207 
Resultaat na belastingen -/- 8.294  -/- 3.676 

10.6 Enkelvoudig gescheiden kasstroomoverzicht niet-DAEB

(directe methode) (bedragen x € 1.000)

  2023 2022
(A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten:    
Huren 8.111  8.064 
Vergoedingen 314  295 
Overige bedrijfsontvangsten 13  17 
Saldo ingaande kasstromen 8.438  8.376 
     
Uitgaven:    
Erfpacht -
Lonen en salarissen 518  429 
Sociale lasten 87  100 
Pensioenlasten 80  103 
Onderhoudsuitgaven 2.359  1.676 
Overige bedrijfsuitgaven 1.255  1.592 
Rente-uitgaven interne lening 205  339 
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat
Verhuurderheffing 236 
Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden 52  -
Vennootschapsbelasting 365  -
Saldo uitgaande kasstromen 4.930  4.482 
Kasstroom uit operationele activiteiten 3.508  3.894 
     
(B) (Des)investeringsactiviteiten    
Verkoopontvangsten bestaande huur 2.194  5.138 
Verkoopontvangsten grond 217  -
(Des)Investeringsontvangsten overige - -
Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen 2.411  5.138 
     
Verbeteruitgaven - 201 
Investeringen overig -
Externe kosten bij verkoop 19  182 
Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom 19  384 
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen 2.392  4.754 
     
FVA    
Uitgaven overig - -
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA - -
Kasstroom uit (des)investeringen 2.392  4.754 
     
(C) Financieringsactiviteiten    
Uitgaand    
Aflossing interne lening -/- 5.900  -/- 7.265 
Kasstroom uit financieringsactiviteiten -/- 5.900  -/- 7.265 
     
Mutatie liquide middelen - 1.383 
     
Liquide middelen per 1-1 - -/- 1.383 
Liquide middelen per 31-12 - -

11. Overige informatie

11.1 Bestuurders en commissarissen

Per ultimo 2023 wordt het bestuur gevormd door twee directeuren-bestuurders die benoemd zijn voor bepaalde tijd. Voor het inkomensbeleid voor het bestuur volgt Elkien de aanbevelingen van de Beloningscode VTW (Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties). Voor de honorering van commissarissen volgt de raad de code voor honorering van commissarissen in woningcorporaties, welke geldt vanaf 1 juli 2010 en onderdeel is van de vernieuwde Governance Code Woningcorporaties.

11.2 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector (WNT)

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Elkien van toepassing zijnde regelgeving: Het WNT-maximum voor de woningbouwcorporaties, klasse G.

Het bezoldigingsmaximum in 2023 voor Stichting Elkien is € 209.000. Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. Uitzondering hierop is het WNT-maximum voor de leden van de Raad van Commissarissen; dit bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum van de bestuurder.

11.2.1 Bezoldiging topfunctionarissen
 

Leidinggevende topfunctionarissen

(bedragen x € 1)

Gegevens 2023 drs. P.W. van de Weg RA ir. C. Droste
Functiegegevens Directeur-bestuurder Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01/31-12 01-01/31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 180.379 181.276
Beloningen betaalbaar op termijn 25.612 25.612
Subtotaal 205.991 206.888
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 209.000 209.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 205.991 206.888
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.

(bedragen x € 1)

Gegevens 2022 drs. P.W. van de Weg RA ir. C. Droste
Functiegegevens Directeur-bestuurder Directeur-bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01/31-12 01-06/31-12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 173.979 174.324
Beloningen betaalbaar op termijn 22.808 22.808
Subtotaal 196.787 197.132
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 203.000 203.000
Bezoldiging 196.787 197.132
Toezichthoudende topfunctionarissen

(bedragen x € 1)

Gegevens 2023 mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra J.N.M. Haerkens drs. E. Hepping
Functiegegevens Voorzitter Vice-voorzitter / lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01/31-12 29-11 t/m 31-12 / 01-01 t/m 28-11 01-01/31-12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 25.080 16.720 16.240
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 31.350 20.900 20.900
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 25.080 16.720 16.240
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.

(bedragen x € 1)

Gegevens 2022 mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra J.N.M. Haerkens drs. E. Hepping
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01/31-12 01-01/31-12 01-01/31-12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 16.240 16.240 16.240
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.300 20.300 20.300

(bedragen x € 1)

Gegevens 2023 A. Vlaskamp drs. J.R.M.F. Cooijmans RA J.C. Lens drs. ing. H.J. Venema
Functiegegevens Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2023 01-01/14-06 01-01/28-11 15-06/31-12 24-11/31-12
         
Bezoldiging        
Bezoldiging 7.617 15.208 9.198 1.718
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 9.448 19.010 11.452 2.176
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 7.617 15.208 9.198 1.718
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

(bedragen x € 1)

Gegevens 2022 A. Vlaskamp drs. J.R.M.F. Cooijmans RA J.C. Lens
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2022 01-01/31-12 01-01/31-12 01-01/31-13
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 24.360 16.240 15.200
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 30.450 20.300 19.700

11.2.2 Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

12. Ondertekening

Heerenveen, 17 juni 2024
Stichting Elkien

Bestuur, Raad van Commissarissen,  
     
     
     
drs. P.W. van de Weg RA mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra J.N.M. Haerkens (MIB)
Directeur-bestuurder Voorzitter Vice-voorzitter
     
     
     
ir. C. Droste drs. E. Hepping ir. drs. J.C. Lens
Directeur-bestuurder Lid Lid
     
     
     
  drs. ing. H.J. Venema  
  Lid  
Versie:
v6.2.34

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report