1. Balans per 31 december 2021
(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)
| Ref. | 31-12-21 | 31-12-20 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | ||||||
| Materiële vaste activa | 8.1 | |||||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 4.273 | 3.787 | ||||
| 4.273 | 3.787 | |||||
| Vastgoedbeleggingen | ||||||
| DAEB vastgoed in exploitatie | 8.2 | 2.482.647 | 2.084.571 | |||
| Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 8.2 | 202.480 | 168.278 | |||
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 8.3 | 1.444 | 1.078 | |||
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 8.3 | 645 | 11.208 | |||
| 2.687.216 | 2.265.135 | |||||
| Financiële vaste activa | 8.4 | |||||
| Deelnemingen | 18 | 18 | ||||
| Latente belastingvordering(en) | 23.715 | 27.899 | ||||
| Leningen u/g | 975 | 1.389 | ||||
| Overige vorderingen | 130.156 | 135.603 | ||||
| 154.864 | 164.909 | |||||
| Vlottende activa | ||||||
| Voorraden | 8.5 | |||||
| Vastgoed bestemd voor de verkoop | 642 | 653 | ||||
| 642 | 653 | |||||
| Vorderingen | 8.6 | |||||
| Huurdebiteuren | 393 | 545 | ||||
| Gemeenten | - | 11 | ||||
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | 1.093 | 1.058 | ||||
| Overige vorderingen | 1.864 | 1.072 | ||||
| Overlopende activa | 1.267 | 1.195 | ||||
| 4.617 | 3.881 | |||||
| Liquide middelen | 8.7 | 12.595 | 32.822 | |||
| 2.864.207 | 2.471.187 |
(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)
| Ref. | 31-12-21 | 31-12-20 | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | ||||||
| Herwaarderingsreserve | 8.8 | 1.355.827 | 1.014.597 | |||
| Overige reserves | 8.9 | 335.052 | 461.440 | |||
| Resultaat boekjaar | 392.601 | 214.842 | ||||
| 2.083.480 | 1.690.879 | |||||
| Voorzieningen | 8.10 | |||||
| Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | 3.068 | 1.252 | ||||
| Overige voorzieningen | 1.309 | 1.281 | ||||
| 4.377 | 2.533 | |||||
| Langlopende schulden | 8.11 | |||||
| Schulden aan overheid | 3.999 | 4.530 | ||||
| Schulden aan kredietinstellingen | 714.784 | 685.059 | ||||
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 841 | 841 | ||||
| Marktwaarde embedded derivaten | 18.142 | 37.914 | ||||
| 737.766 | 728.344 | |||||
| Kortlopende schulden | 8.12 | |||||
| Schulden aan kredietinstellingen | 13.313 | 23.304 | ||||
| Schulden aan leveranciers | 8.687 | 8.925 | ||||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 4.429 | 5.465 | ||||
| Overige schulden | 3.024 | 2.441 | ||||
| Overlopende passiva | 9.131 | 9.296 | ||||
| 38.584 | 49.431 | |||||
| 2.864.207 | 2.471.187 |
2. Winst- en verliesrekening over 2021
(bedragen x € 1.000)
| Ref. | 2021 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| Huuropbrengsten | 9.1 | 121.616 | 119.308 |
| Opbrengsten servicecontracten | 9.2 | 5.158 | 5.751 |
| Lasten servicecontracten | 9.3 | -/- 5.888 | -/- 6.172 |
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | 9.4 | -/- 11.266 | -/- 8.043 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | 9.5 | -/- 44.731 | -/- 43.897 |
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | 9.6 | -/- 16.642 | -/- 18.596 |
| Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 48.247 | 48.351 | |
| Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | 394 | |
| Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | -/- 346 | |
| Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling | 9.7 | - | 48 |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 9.8.1 | 7.360 | 10.853 |
| Verkoopopbrengst kavels | 554 | 591 | |
| Toegerekende organisatiekosten | -/- 343 | -/- 284 | |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille en kavels | 9.8.2 | -/- 7.321 | -/- 8.899 |
| Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 250 | 2.261 | |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 9.9.1 | -/- 25.069 | -/- 35.052 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 9.9.2 | 397.983 | 219.226 |
| Waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 372.914 | 184.174 | |
| Opbrengsten overige activiteiten | 9.10 | 3.409 | 1.174 |
| Netto resultaat overige activiteiten | 3.409 | 1.174 | |
| Overige organisatiekosten | 9.11 | -/- 12.841 | -/- 4.449 |
| Leefbaarheid | 9.12 | -/- 2.261 | -/- 2.109 |
| Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten | 9.13.1 | 6.731 | -/- 7.836 |
| Opbrengst van vorderingen vaste activa en van effecten | 34 | 30 | |
| Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten | - | - | |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | 9.13.2 | -/- 19.698 | -/- 20.112 |
| Saldo financiële baten en lasten | -/- 12.933 | -/- 27.918 | |
| Resultaat voor belastingen | 396.785 | 201.532 | |
| Belastingen | 9.14 | -/- 4.184 | 13.310 |
| Resultaat na belastingen | 392.601 | 214.842 |
3. Kasstroomoverzicht 2021
(bedragen x € 1.000)
| Ref. | 2021 | 2020 | |
|---|---|---|---|
| (A) Operationele activiteiten | |||
| Ontvangsten: | |||
| Huren | 121.938 | 119.369 | |
| Vergoedingen | 5.191 | 5.391 | |
| Overige bedrijfsontvangsten | 3.462 | 1.239 | |
| Renteontvangsten | 9.13 | - | 3 |
| Saldo ingaande kasstromen | 130.591 | 126.002 | |
| Uitgaven: | |||
| Erfpacht | 12 | 14 | |
| Lonen en salarissen | 9.231 | 9.347 | |
| Sociale lasten | 1.459 | 1.519 | |
| Pensioenlasten | 1.430 | 1.836 | |
| Onderhoudsuitgaven | 9.5 | 38.800 | 35.901 |
| Overige bedrijfsuitgaven | 9.11 | 23.525 | 22.458 |
| Rente-uitgaven | 9.13 | 18.803 | 18.840 |
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 544 | 135 | |
| Verhuurderheffing | 8.548 | 11.456 | |
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden | 913 | 959 | |
| Saldo uitgaande kasstromen | 103.265 | 102.465 | |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 27.326 | 23.537 | |
| (B) (Des)investeringsactiviteiten | |||
| Verkoopontvangsten bestaande huur | 6.181 | 9.343 | |
| Verkoopontvangsten grond | - | - | |
| Verkoopontvangsten overige | 1.998 | 3.041 | |
| Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen | 8.179 | 12.384 | |
| Nieuwbouw huur | 20.298 | 34.634 | |
| Verbeteruitgaven | 33.311 | 28.074 | |
| Sloopuitgaven | 8.2 | 1.133 | 2.051 |
| Investeringen overig | 8.1 | 1.352 | 715 |
| Externe kosten bij verkoop | 436 | 545 | |
| Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom | 56.530 | 66.019 | |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen | -/- 48.351 | -/- 53.635 | |
| FVA | |||
| Ontvangsten overig | 8.4 | 10.215 | 10.870 |
| Uitgaven overig | 8.4 | - | -/- 22.210 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA | 10.215 | -/- 11.340 | |
| Kasstroom uit (des)investeringen | -/- 38.136 | -/- 64.975 |
| (C) Financieringsactiviteiten | |||
| Ingaand | |||
| Nieuwe geborgde leningen | 83.976 | 91.160 | |
| Uitgaand | |||
| Aflossing geborgde leningen | -/- 95.803 | -/- 42.360 | |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | 8.11 | -/- 11.827 | 48.800 |
| Mutatie liquide middelen | -/- 22.637 | 7.362 | |
| Liquide middelen per 1-1 | 32.822 | 25.460 | |
| Liquide middelen per 31-12 | 10.185 | 32.822 |
4. Algemene grondslagen
Algemeen
Elkien is een stichting met de status “toegelaten instelling volkshuisvesting”. Zij heeft specifieke toelating in de regio Friesland. De statutaire vestigingsplaats is Leeuwarden, het bezoekadres is De Opslach 69, 8448 GV te Heerenveen. De activiteiten bestaan voornamelijk uit de verhuur van woningen aan de sociale doelgroep en de daarvoor benodigde investeringen in vastgoed. Elkien staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Friesland onder nummer 01031575.
4.1 Continuïteit
Bij de waardering van de activa en passiva in deze jaarrekening wordt uitgegaan van continuïteit van de corporatie.
4.2 Impact COVID-19
In maart 2020 is de impact van Covid-19 op Nederland en de rest van de wereld groot geworden.
Het COVID-19 virus heeft in het afgelopen jaar ook impact gehad op onze bedrijfsvoering. Elkien heeft zijn bedrijfsprocessen hierop aangepast. Deze zijn steeds afgestemd geweest op de door het RIVM en de Rijksoverheid afgegeven richtlijnen en maatregelen. Bijna alle medewerkers konden de werkzaamheden vanuit huis voortzetten. Daar waar dit niet mogelijk was, zijn passende maatregelen genomen. In principe hebben alle bedrijfsprocessen voortgang gevonden. We voerden alleen spoedeisende reparatieverzoeken uit. Reparatieverzoeken buiten de woning en in lege woningen werden wel uitgevoerd. Planmatig onderhoud en woningverbetering werden, in goed overleg met onze ketenpartners, uitgesteld voor wat betreft binnenwerkzaamheden. Voor zover nu bekend zijn daar geen claims of nadelige financiële gevolgen uit te verwachten. Nieuwbouw heeft wel plaatsgevonden. Nieuwe verhuringen vinden plaats zonder fysiek contact. Als er door de coronamaatregelen problemen bij huurders zijn ontstaan bij het betalen van de huur, biedt Elkien maatwerkoplossingen aan.
Wij verwachten slechts een beperkte impact op onze operationele kasstromen door de vertraagde ontvangst van huurstromen. Wij schatten op dit moment in dat deze impact dusdanig beperkt zal zijn dat hierdoor geen liquiditeitstekorten ontstaan. Onze huurstromen zijn omvangrijk en goed gespreid.
Onze financiering voor het komend jaar is geborgd via de reguliere processen. Wij hebben voldoende ruimte in onze kengetallen om aanvullende financiering op te kunnen nemen mocht dat noodzakelijk zijn. Wij zien hier vooralsnog geen aanleiding toe. Wij zijn voor onze kasstromen niet afhankelijk van verkopen. Daarnaast beschikken wij (zoals hierboven benoemd) over de mogelijkheid om in overleg met onze ketenpartners planmatig onderhoud en investeringen (woningverbeteringen) uit te stellen om onze kasstromen positief te beïnvloeden. Wij verwachten geen gebruik te hoeven maken van eventuele overheidsmaatregelen ter ondersteuning van de economie.
Elkien voldeed in 2021 aan de stresstest voor derivaten zoals ingesteld door AW en zal dit ook in 2022 blijven doen.
Hetgeen wij niet in de hand hebben is een mogelijke uitval van personeel door ziekte. Indien dit zich op grote schaal gaat voordoen, hetgeen nu niet het geval is, verwachten wij vertraging in de uitvoering van onze voorgenomen activiteiten en ook vertraging of mogelijk zelfs aanpassing van de realisatie van onze voorgenomen doelstellingen.
De omstandigheden hiervoor omschreven zijn onze verwachtingen met de kennis van heden. Deze omstandigheden zijn nog steeds omgeven met onzekerheden met betrekking tot de uiteindelijke impact van de pandemie op zowel de samenleving als de economie. Het is daarom ook redelijkerwijs niet mogelijk om de toekomstige effecten in te schatten.
4.3 Groepsverhoudingen
Elkien functioneert als hoofd van een groep. De enige deelneming die Elkien per ultimo 2021 heeft, is Elkien Holding B.V. (100%), welke op haar beurt 100% eigenaar is van Elkien CPS B.V. en een 33 1/3% deelneming heeft in V.O.F. Oppenhuizerweg.
Gezien het niet-materiële belang in deze deelneming is geen geconsolideerde jaarrekening opgesteld.
4.4 Stelselwijzigingen
Er heeft in 2021 een stelselwijziging plaatsgevonden. De balans wordt met ingang van 2021 opgenomen vóór resultaatbestemming, terwijl dit eerder gebeurde ná resultaatbestemming. De vergelijkende cijfers zijn hierop aangepast.
Deze stelselwijziging heeft geen impact op de hoogte van het eigen vermogen en het resultaat.
4.5 Schattingswijzigingen
Waardering DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
In het kader van de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn diverse schattingswijzigingen doorgevoerd in de parameters en berekeningsmethodieken die nader uiteen zijn gezet in paragraaf 5.3.2.
4.6 Presentatiewijzigingen
In de jaarrekening 2021 is een minimale presentatiewijziging doorgevoerd ten aanzien van de functionele indeling van de winst- en verliesrekening. Hiermee wordt aangesloten bij de meest actuele voorschriften en nadere definities zoals opgenomen in de ‘Handleiding toepassen functionele indeling winst- en verliesrekening bij corporaties, verslagjaar 2021’. De presentatiewijziging heeft geen invloed op het vermogen en het resultaat.
Daarnaast wordt met ingang van het verslagjaar 2021 een verliesvoorziening getroffen voor het onrendabele deel van de meerjarige woningverbeteringsprojecten, op het moment dat het realisatiedocument wordt geaccordeerd. Eerder werd het verlies voor woningverbeteringsprojecten genomen bij ontvangst van de facturen van de werkzaamheden. De vergelijkende cijfers zijn vanwege de materialiteit niet aangepast. De impact op het boekjaar 2020 van deze wijziging is in onderstaand overzicht weergegeven:
(bedragen x € 1.000)
| Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen WVB | Gerealiseerde waardeverandering | |
|---|---|---|
| Vóór presentatiewijziging | - | -/- 35.052 |
| Effect presentatiewijziging | 4.465 | -/- 4.465 |
| Na presentatiewijziging | 4.465 | -/- 39.517 |
4.7 Oordelen en schattingen
Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening 2021 vormt het bestuur van Elkien zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening 2021 opgenomen jaarrekeningposten. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.
4.8 Verbonden partijen
Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ultimo 2021 zijn dit Elkien Holding B.V. en Elkien CPS B.V.
Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook het bestuur, andere sleutelfunctionarissen in het management van Elkien en nauwe verwanten, zijn verbonden partijen.
Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
4.9 Toelichting op het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele-, investerings- en financieringsactiviteiten.
De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten). De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.
Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.
4.10 Gescheiden verantwoording DAEB/niet-DAEB
Elkien heeft gekozen voor een administratieve scheiding tussen haar DAEB en niet-DAEB bezit. De volgende redenen lagen hieraan ten grondslag:
- De portefeuillestrategie van Elkien richt zich uitsluitend op de primaire doelgroep;
- Elkien is en blijft uitsluitend werkzaam in één woningmarktregio; te weten Friesland;
- Elkien bouwt haar niet-DAEB activiteiten af en wordt niet extern gefinancierd voor de niet-DAEB activiteiten.
Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht voor zowel de DAEB als de niet-DAEB te komen, wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd. Direct toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het dd. 22 november 2017 goedgekeurde scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB- dan wel aan de niet-DAEB activiteiten toegerekend. Voor niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzicht, wordt uitgegaan van een aantal uitgangspunten. De belangrijkste uitgangspunten betreffen:
| Grondslag voor scheiding | Posten in gescheiden verantwoording |
|---|---|
| Directe scheiding op VHE-niveau. De opbrengsten/kosten en kasstromen van individuele transacties worden rechtstreeks toegerekend aan de individuele VHE die staat geclassificeerd als DAEB dan wel niet-DAEB. | Balans: - Vastgoedbeleggingen. - Voorraden: vastgoed bestemd voor de verkoop. - Vorderingen: huurdebiteuren en overige vorderingen. - Liquide middelen. - Voorziening onrendabele investeringen. - Interne lening. - Kortlopende schulden: crediteuren en overlopende passiva. Winst- en verliesrekening: - Huuropbrengsten. - Opbrengsten en kosten servicecontracten. - Verkoopopbrengsten en -lasten. - (Niet-) gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille. - Lasten leefbaarheid. - Directe exploitatielasten (o.a. onderhoudslasten, verzekeringen, WOZ-belasting, rioolrechten, heffingen). - Financiële baten en lasten. Kasstroomoverzicht: - Huurontvangsten. - Ontvangsten en uitgaven m.b.t. servicecontracten. - Uitgaven leefbaarheid. - Directe exploitatie-uitgaven (o.a. onderhoud, verzekeringen, WOZ-belasting, rioolrechten, heffingen). - Financiële ontvangsten en uitgaven. - Verkoopontvangsten en -uitgaven. - Investeringskasstromen in materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen. - Financieringskasstromen. |
| Gescheiden op basis van omvang activiteiten in de DAEB/ niet-DAEB tak van Elkien op basis van een algemene splitsingsfactor gebaseerd op de totaalverdeling van verhuureenheden in DAEB/ niet-DAEB. De hierbij gehanteerde verdeling DAEB/ niet-DAEB is 96% / 4%. | Balans: - Belastinglatenties. - Overlopende activa en passiva. Winst- en verliesrekening: - Lasten verhuur- en beheeractiviteiten. - Opbrengsten en kosten overige activiteiten. - Toegerekende organisatiekosten. Kasstroomoverzicht: - Personeelsuitgaven. - Overige bedrijfsuitgaven. |
5. Grondslagen voor waardering van activa en passiva
5.1 Regelgeving
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, artikel 30 en 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2015, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ) en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).
Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting op posten in de balans, de winst- en verliesrekening en het kasstroomoverzicht in de jaarrekening.
5.2 Vergelijking met voorgaand jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar.
5.3 Materiële vaste activa
Algemene uitgangspunten
Tenzij bij de afzonderlijke balansposten iets anders wordt vermeld, gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten.
5.3.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Op grond wordt niet afgeschreven.
Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie, worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.
Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.
Verplichtingen tot herstel
Voor verplichtingen tot herstel na afloop van het gebruik van het actief (ontmantelingskosten) wordt een voorziening getroffen voor het verwachte bedrag op het moment van activering. Dit bedrag wordt verwerkt als onderdeel van de vervaardigingsprijs van het materieel vast actief.
5.3.2 Vastgoedbeleggingen
Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven. Op grond wordt niet afgeschreven.
Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie, worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.
Verwerking van groot onderhoud
Elkien verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde indien wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief, wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activaregistratie zijn te herleiden wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.
DAEB vastgoed in exploitatie & niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Verwerking verbetering vastgoed in exploitatie
Uitgaven in het vastgoed in exploitatie na eerste verwerking worden verwerkt als onderdeel van de kostprijs van het vastgoed in exploitatie indien deze betrekking hebben op een verbetering. Dit is het geval indien:
De werkzaamheden dienen om aan de onroerende zaak of een zelfstandig gebouwdeel een wezenlijke verandering aan te brengen.
Tot de verbeteringen worden ten minste gerekend de werkzaamheden die verband houden met:
- Het gebruiksklaar maken van een nieuw verworven onroerende zaak;
- De nieuwbouwuitgaven bij vervangende nieuwbouw die volgen na het slopen van bestaande opstallen;
- Herstel van fysieke beschadiging aan onroerende zaken als gevolg van abnormale gebeurtenissen, en
- Een ingrijpende verbouwing.
We beschouwen de ingrijpende verbouwing (renovatie) als een investering wanneer wordt voldaan aan minstens drie van de volgende vier criteria:
- De energetische prestaties verbeteren wezenlijk (meerdere labelstappen) waardoor het bezit vanwege de ingrijpende verbouwing ook vanuit energetisch perspectief voor de langere termijn verhuurbaar is;
- Gevelrenovatie of dakrenovatie (inclusief isolatie) maakt op een zodanige manier deel uit van de aanpak waardoor deze op een niveau vergelijkbaar met dat van nieuwgebouwde objecten wordt gebracht;
- De werkzaamheden aan de onroerende zaak zijn mede gericht op het brengen dan wel houden van de kwaliteit van de badkamers, toiletten en keukens op het technische en functionele niveau dat in redelijkheid minimaal in nieuwgebouwde objecten mag worden verwacht;
- Installatievoorzieningen van de verhuurbare eenheden, dan wel complexen zijn als gevolg van de werkzaamheden toekomstbestendig in de zin dat ze niet binnen 10 jaar hoeven te worden aangepakt.
Overige onderhoudslasten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt. Dit betreffen de werkzaamheden die naar hun aard dienen om een verhuurbare eenheid, dan wel complex – in vergelijking met de toestand waarin die zich bij stichting of latere verandering bevond – in bruikbare staat te herstellen en aldus de ingetreden achteruitgang op te heffen; dit ongeacht de omvang van de uitgaven.
Typering
DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed in exploitatie die volgens het op dd. 22 november 2017 definitief goedgekeurde scheidingsvoorstel van Elkien als DAEB vastgoed classificeerden. Hierbij is rekening gehouden met mutaties in de DAEB portefeuille sinds die datum.
Over het algemeen zijn dit woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Elkien voornemens is om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren en maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners.
Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten die niet voldoen aan het criterium van DAEB vastgoed.
Kwalificatie
Elkien richt zich op het realiseren van volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met inachtneming van haar taak als sociale volkshuisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop.
Waarderingsgrondslag
Vastgoed in exploitatie wordt op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet gewaardeerd tegen de marktwaarde in verhuurde staat. Elkien waardeert haar vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de RTIV.
De marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.
Elkien past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 toe.
De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze waarbij een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte: 10% plus dan wel 10% minus de waarde.
Complexindeling
Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 vindt waardering op waarderingscomplex niveau plaats. Alle verhuureenheden in exploitatie van Elkien maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen.
Waarderingsmethode
De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van deze methodiek zijn als volgt:
- de aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op, indien van toepassing, de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed;
- de overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is;
- feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen (zoals bijvoorbeeld afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijs categorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatie afspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed, maar zijn onderdeel van de niet uit de balans blijkende verplichtingen;
- het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar de inkomsten en uitgaven betrouwbaar worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet contant worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar (de zogenaamde exit yield).
Het inschatten van ontvangsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur geschiedt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan.
In beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht.
Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip “marktwaarde in verhuurde staat”, zijnde de actuele waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaatsvindt.
Het inschatten van de ontvangsten en uitgaven wordt op basis van marktconforme uitgangspunten gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:
- prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
- loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerkosten;
- bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
- leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.
Elkien heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2021 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. De belangrijkste uitgangspunten hiervan zijn in de volgende tabellen opgenomen.
| Parameters woongelegenheden | 2020 | 2021 | 2020 | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2027 e.v. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Prijsinflatie | 1,3% | 1,9% | 1,8% | 1,9% | 1,9% | 1,9% | 2,0% | 2,0% |
| Loonstijging | 2,0% | 2,2% | 2,1% | 2,3% | 2,3% | 2,4% | 2,5% | |
| Bouwkostenstijging | 4,2% | 3,2% | 2,1% | 2,3% | 2,3% | 2,4% | 2,5% | |
| Leegwaardestijging Leeuwarden | 7,7% | 15,5% | 9,0% | 3,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Leegwaardestijging overig | 7,7% | 15,5% | 10,0% | 4,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% | 2,0% |
| Vastgoed | Vrijheidsgraad | Toelichting |
|---|---|---|
| Woongelegenheden | ||
| Splitsingskosten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Onderhoud (mutatie, EGW en MGW) | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Beheerkosten EGW | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Beheerkosten MGW | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Verhuurderheffing in % WOZ (1e jaar) | ||
| Huurderving | ||
| Mutatieleegstandsduur DAEB (in mnd) | ||
| Mutatieleegstandsduur niet-DAEB (in mnd) | ||
| Taxatiewaarde gemiddeld (alle woningen) | ||
| Taxatiewaarde gemiddeld (standing woningen) | ||
| Leegwaarde/m2 gemiddeld (alle woningen) | ||
| Contracthuur | ||
| Parkeergelegenheden | ||
| Exit yield | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Onderhoud (algemeen) | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Taxatiewaarde gemiddeld (alle parkeergelegenheden) | ||
| Leegwaarde/m2 gemiddeld (alle parkeergelegenheden) | ||
| Kosten koper (geen vrijheidsgraad) | ||
| Maanden leegstand voor verkoop | ||
| BOG/MOG/ZOG | ||
| Onderhoud bij mutatie BOG | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Onderhoud bij mutatie ZOG | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast. | |
| Technische splitsingskosten | Deze vrijheidsgraad is niet toegepast (nvt: BOG wordt altijd als doorexploitatievariant meegenomen) | |
| Bijzondere omstandigheden | Beheerskosten (geen vrijheidsgraad) | |
| Taxatiewaarde /m2 vvo | ||
| Gemiddelde van Exploitatielasten/th.huur |
Onder toepassing van de full-versie heeft Elkien voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 14 afwijkende standpunten ingenomen, zoals in de volgende tabel weergegeven. Hierbij is rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Elkien opereert.
| Vastgoed | Vrijheidsgraad | Toelichting | Gemiddeld 2021 | Laagste 2021 | Hoogste 2021 | Gemiddeld 2020 | % verschil gem. 2021/2020 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Woongelegenheden | |||||||
| Markthuur /vhe (en stijging) | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Als basis dient een tabel uit 'Best practices' (advies vanuit gezamenlijke groep taxateurs, accountants, gebruikers en overheid) | 760 | 195 | 1.742 | 743 | 2,3% | |
| Leegwaarde (stijging) | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau juist, referenties geraadpleegd. | 190.182 | 44.700 | 425.000 | 151.482 | 25,5% | |
| Disconteringsvoet | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. Als basis dient (opnieuw) dit jaar een methodiek voor bepaling uit 'Best practices'. | 6,78% | 5,50% | 7,84% | 6,81% | -/- 0,4% | |
| Exit yield | Deze vrijheidsgraad is toegepast bij volledige taxaties. Extern taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. Als basis dient (opnieuw) dit jaar een methodiek voor bepaling uit 'Best practices'. | 4,67% | 2,9% | 10,8% | 6,17% | -/- 24,3% | |
| Mutatie- en verkoopkans | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Als basis dient (opnieuw) dit jaar 5 jrs gemiddelde volgens (gelijk aan basisversie), en een tabel voor aanpassing uit 'Best practices'. | 8,6% | 4,0% | 12,0% | 8,62% | -/- 0,2% | |
| Onderhoud (algemeen) | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting van regulier onderhoud op basis van de Vastgoedtaxatiewijzer 2021 beter passend. | 899 | 461 | 2.716 | 913 | -/- 1,5% | |
| Parkeergelegenheden | |||||||
| Markthuur /vhe (en stijging) | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Verschil komt door verkoop groot deel van dit bezit. |
47 | - | 95 | 34 | 38,2% | |
| Leegwaarde (stijging) | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau juist, referenties geraadpleegd. | 11.508 | 2.500 | 26.000 | 9.216 | 24,9% | |
| Disconteringsvoet | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. | 6,0% | 4,0% | 9,0% | 5,4% | 12,7% | |
| Mutatie en verkoopkans | Deze vrijheidsgraad is toegepast. | 8,1% | 6,0% | 11,0% | 7,7% | 5,1% | |
| BOG/MOG/ZOG | |||||||
| Markthuur /m2 (en stijging) | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau referenties geraadpleegd. | 109 | 40 | 343 | 109,25 | -/- 0,2% | |
| Exit yield | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. | 7,85% | 4,6% | 14,0% | 8,4% | -/- 6,5% | |
| Disconteringsvoet | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. Alle complexen worden door een extern taxateur gewaardeerd. |
7,16% | 5,0% | 12,3% | 4,9% | 45,2% | |
| Onderhoud / instandhouding | Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een schatting op complexniveau beter passend. (prijs / m2) | 8,49 | 5,5 | 13,56 | - | - |
Het marktrisico voor het werkgebied van Stichting Elkien is dit jaar generiek ongewijzigd.
Gehanteerde werkwijze taxaties
Jaarlijks wordt de waardering van 1/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie door externe onafhankelijke taxateurs gevalideerd door middel van gevel/zichttaxatie. Daarbij vindt een toets op de waardering plaats op basis van beschikbare referentietransacties. Bij woningen wordt het overige 2/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie intern gewaardeerd. Bij BOG wordt dit gedaan middels een externe markttechnische update.
In alle gevallen wordt tevens rekening gehouden met de contractuele verplichtingen van Elkien, zoals lopende huurcontracten. De in 2021 gebruikte markthuurtabel is gebaseerd op een markthuurverkenning van een externe partij, die door meerdere corporaties als ‘Best Practice’ in de waardering wordt gebruikt. De werkelijke huur bij mutatie kan op grond van beleidskeuzes van de corporatie lager uitvallen. De uitgaande kasstromen zijn gebaseerd op marktconforme parameters en kengetallen. Dit geldt zowel voor onderhouds- als beheerkosten.
Mutatie marktwaarde verhuurde staat
Mutaties in de marktwaarde in verhuurde staat van vastgoed in exploitatie worden in de winst- en verliesrekening verantwoord onder “Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille”.
Herwaarderingsreserve
De herwaarderingsreserve wordt bepaald als het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) en onder aftrek van (latente) belastingverplichtingen.
Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)
Het WSW en de Aw hebben in het kader van het nieuwe integraal toezichtskader besloten om met ingang van het jaarverslag 2018 de beleidswaarde in plaats van de bedrijfswaarde in de toelichting op de balans op te nemen.
Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Elkien. De netto contante marktwaarde wordt hiertoe aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave van Elkien. Hiermee wordt inzicht gegeven in de verdiencapaciteit van het vastgoed in exploitatie uitgaande van het beleid van Elkien. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, maar rekening houdende met een viertal zogenoemde afslagen. Dit betreft:
- Voor het gehele bezit wordt uitgegaan van het scenario ‘doorexploiteren’ (in plaats van de hoogste van ‘doorexploiteren’ en ‘uitponden’). Er wordt derhalve geen rekening gehouden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen 2021. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast. Ten slotte worden overdrachtskosten bijgesteld naar 0%. Er wordt dus gekeken naar de bruto waarde en daarmee geen rekening gehouden met het verkopen van de gehele portefeuille.
- De huurprijs wordt bij mutatie of harmonisatie maximaal verhoogd tot de bestuurlijk vastgestelde streefhuur in plaats van de markthuur. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van Elkien bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Elkien hanteert in haar beleid een streefhuur die oorspronkelijk is gebaseerd op de geïndexeerde markthuur van 2018, deze ligt op ongeveer 80% van de maximaal redelijke huur. Daarnaast wordt hier rekening gehouden met de ingerekende reguliere huurverhogingen conform het huurbeleid van Elkien.
- De componenten instandhoudingsonderhoud en mutatieonderhoud zijn vervangen door een nominale onderhoudsnorm, overeenkomstig het onderhoudsbeleid van Elkien en het, als onderdeel daarvan, vastgestelde onderhoudsprogramma van het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. Elkien hanteert hierbij als uitgangspunt de totale onderhoudskasstroom uit de functionele winst- en verliesrekening van 2022-2036 uit de meest recente vastgestelde meerjarenbegroting. Per gewogen verhuureenheid komt dit neer op een bedrag van € 2.290 (2020: € 2.003). Hierin is rekening gehouden met de aanpassing van de onderhoudsbedragen aan de hand van de richtlijnen, waarin het onderdeel onderhoud wat in woningverbeteringsprojecten is opgenomen meegenomen wordt in deze onderhoudsnorm. Voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat is met de specifieke vex-normen en mutatieonderhoud normen conform het handboek gerekend. Gemiddeld komt dit neer op
€ 906 (2020: € 928) per verhuureenheid. - De beheerkosten uit de DCF-berekening (de marktconforme lasten ter zake) zijn vervangen door een eigen beheernorm die aansluit met de werkelijke verhuur- en beheerlasten. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan verhuur- en beheeractiviteiten zoals deze worden opgenomen onder het hoofd “lasten verhuur- en beheeractiviteiten” in de resultatenrekening. Dit betreffen de kosten voor beheer, leefbaarheid, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten. Elkien gaat uit van gemiddelde verhuur- en beheerlasten van € 898 per verhuureenheid (2020: € 863). Voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat is gemiddeld € 719 (2020: € 709) per verhuureenheid ingerekend.
De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten. Elkien heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:
| Ultimo 2021 | Ultimo 2020 | |
|---|---|---|
| Streefhuur als % van de maximaal redelijke huur | 80% | 80% |
| Onderhoud | € 2.290 | € 2.003 |
| Beheer | € 898 | € 863 |
| Verhuurderheffing | € 5.509 | € 7.069 |
| Disconteringsvoet | 5,9% | 6,2% |
Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie – afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur en beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTIV artikel 151.
Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
Elkien heeft in het verleden woningen verkocht onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de reële marktwaarde kreeg. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. Elkien onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen, en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.
Als gerealiseerde verkoop kwalificeren:
Verkopen waarbij Elkien een plicht tot terugkoop heeft tegen (verwachte) reële waarde na het verstrijken van een aanzienlijk deel van de geschatte levensduur. Van deze verkopen wordt het verschil tussen de netto verkoopopbrengst en de boekwaarde op moment van verkoop als resultaat verantwoord onder de post ‘Netto gerealiseerd verkoopresultaat vastgoedportefeuille’.
Als financieringstransactie kwalificeren:
Verkopen waarbij Elkien een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.
Deze als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:
- de betreffende onroerende zaken worden direct, voorafgaand aan de verkoop, gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs;
- de woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de post ‘Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’. De (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen onder de post ‘Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’ (eerste waardering).
- de woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waardemutaties worden verwerkt onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille'.
De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op het bedrag dat Elkien verschuldigd zou zijn indien op balansmoment het actief tegen de overeengekomen contractvoorwaarden teruggekocht zou moeten worden. Eventuele mutaties in deze verplichtingen worden in het resultaat verwerkt onder de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden, wordt de verplichting onder de post ‘Kortlopende schulden’ op de balans verantwoord.
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
Typering
Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie zijnde een vastgoedbelegging.
Waarderingsgrondslag
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie als vastgoedbelegging wordt bij eerste verwerking gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde en inclusief transactiekosten (zoals overdrachtsbelasting, notariskosten en andere transactiekosten).
5.4 Financiële vaste activa
5.4.1 Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend
Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, wordt ervan uitgegaan dat er invloed van betekenis is.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de betreffende deelneming.
Indien de waarde van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op € nihil gewaardeerd. Indien en voor zover Elkien in deze situatie geheel of ten dele instaat voor de schulden van de deelneming respectievelijk het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen wordt een voorziening getroffen.
De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering.
5.4.2 Latente belastingvordering
Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd opgenomen voor (tijdelijke) verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de (boek-)waarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen geschiedt op basis van de belastingtarieven die per einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.
Latente belastingvorderingen uit hoofde van verrekenbare verschillen en beschikbare voorwaartse verliescompensatie worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekening kan worden benut.
De netto gehanteerde effectieve vermogenskostenvoet bedraagt 2,09% (2020: 2,05%). Dit percentage is afgeleid uit de voor de Elkien geldende rente voor langlopende leningen op 31 december 2021 van 2,81% (2020: 2,73%), onder aftrek van het gemiddelde nominale belastingtarief over de periode 2021-2035. Het geldende tarief voor de vennootschapsbelasting bedraagt voor 2021 25%. Voor 2022 en verder geldt een percentage van 25,8%.
5.4.3 Leningen u/g
De leningen u/g worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van de lening. Vervolgens vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele bijzondere waardevermindering. Indien er bij de verstrekking van leningen sprake is van disagio of agio, wordt dit gedurende de looptijd ten gunste respectievelijk ten laste van het resultaat gebracht als onderdeel van de effectieve rente. Ook transactiekosten worden verwerkt in de eerste waardering en als onderdeel van de effectieve rente ten laste van het resultaat gebracht.
5.4.4 Overige vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie, gewoonlijk de nominale waarde, en na eerste verwerking tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
5.4.5 Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa
Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Elkien op balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Elkien de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst- en verliesrekening.
Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.
Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst- en verliesrekening verwerkt.
5.5 Voorraden
5.5.1 Vastgoed bestemd voor de verkoop
Opgeleverd vastgoed beschikbaar en bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten.
De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.
5.6 Vorderingen
Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.
Een voorziening voor oninbaarheid, gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum, wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.
5.7 Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas- en banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder de post ‘Schulden aan kredietinstellingen’ (onderdeel van de post ‘Kortlopende schulden’). Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
5.8 Eigen vermogen
5.8.1 Herwaarderingsreserve
Onder de post ‘Herwaarderingsreserve’ worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van het vastgoed in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Het gerealiseerde deel van de Herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde vastgoed in exploitatie wordt rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Omdat de waardevermeerdering van vastgoed in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht – en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd – is verwerking van de daaropvolgende realisatie ten gunste van de winst- en verliesrekening niet toegestaan.
5.9 Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor 1) in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en 2) verliezen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.
Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.
5.9.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens Elkien zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Elkien rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitieve ontwerpfase en afgeleid, het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden.
Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen in nieuwbouw en in woningverbeteringsprojecten worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen, wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd.
5.9.2 Overige voorzieningen
De Overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij hieronder anders is aangegeven. Elkien onderkent de volgende Overige voorzieningen:
- de Voorziening jubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. De disconteringsvoet bedraagt 0,6% (2020: 0,6%);
- de Voorziening opleidingen wordt opgenomen tegen de contante waarde van de opgebouwde rechten. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met opgebouwde rechten en de blijfkans. De disconteringsvoet bedraagt 0,6% (2020: 0,6%).
5.10 Langlopende schulden
Langlopende schulden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Een eventueel verschil tussen het ontvangen bedrag en de reële waarde van de lening wordt verantwoord op basis van de bij die transactie horende economische werkelijkheid. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden in de winst- en verliesrekening als interestlast verwerkt. Met boeten, verschuldigd voor vervroegde aflossing, dient rekening gehouden te worden indien en voor zover die vervroegde aflossing bij de schuldeiser is aangekondigd of op andere wijze vaststaat.
De aflossingsverplichting van de langlopende schulden voor het komende jaar is opgenomen onder de kortlopende schulden.
In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.
In leningen besloten derivaten worden afgesplitst en separaat verantwoord indien er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico's van het basiscontract. Voor de waardering en resultaatbepaling van deze embedded derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.12.
5.11 Leasing
Operationele leasing
Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Elkien ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.
5.12 Afgeleide financiële instrumenten (derivaten)
Elkien maakt gebruik van rentederivaten en heeft embedded derivaten welke zijn afgescheiden van het basiscontract. Deze worden tegen geamortiseerde kostprijs opgenomen. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financiële instrument is afhankelijk van of er met het afgeleide financiële instrument kostprijs hedge accounting wordt toegepast. Indien er geen kostprijs hedge accounting wordt toegepast, wordt er door Elkien een schuld opgenomen voor een eventuele negatieve reële waarde van het derivaat.
Bij het toepassen van kostprijs hedge accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Dit betekent dat Elkien derivaten tegen kostprijs waardeert omdat de afgedekte leningen ook tegen kostprijs in de balans worden verwerkt.
Het ineffectieve deel van de hedge relatie wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt indien het hedge-instrument een negatieve reële waarde heeft.
5.13 Kortlopende schulden
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag, rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.
6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat
6.1 Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin ze zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.
Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.
De winst- en verliesrekening wordt gepresenteerd op basis van de functionele indeling. Omdat Elkien naast verhuuractiviteiten tevens activiteiten verricht op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een ander inzicht dan de categoriale indeling.
In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Elkien. Voorbeelden zijn: huuropbrengsten, verkoopopbrengsten en opbrengsten servicecontracten.
Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden rechtstreeks verantwoord aan de betreffende activiteiten. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels.
Direct toerekenbare kosten
Dit is bij Elkien ruim 90% van alle kosten en is als volgt bepaald:
Alle kosten die direct kunnen worden toegerekend aan de voorgeschreven activiteiten zijn direct toegerekend. Voorbeelden hiervan zijn: onderhoudskosten, waardeveranderingen, lasten servicecontracten en het saldo van de financiële baten en lasten.
Niet direct toerekenbare kosten
Nadat de directe toerekenbare opbrengsten en kosten zijn toegerekend, resteert de categorie ‘niet direct toerekenbare kosten’. Dit is bij Elkien minder dan 10% van het totaal.
Bij de toerekening van de ‘niet direct toerekenbare kosten’ kiest Elkien voor de zogenaamde opslagmethode. Dat wil zeggen het hanteren van een opslag op de directe kosten om de indirecte kosten te dekken.
Voor de toerekening van indirecte kosten wordt gebruik gemaakt van een verdeelsleutel op basis van de directe toegerekende lonen en salarissen en/of de FTE’s.
6.2 Bedrijfsopbrengsten
6.2.1 Opbrengstverantwoording algemeen
Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.
6.2.2 Huuropbrengsten
De jaarlijkse reguliere huurverhoging is van overheidswege bevroren voor de sociale huurwoningen. Dit geldt óók voor de inkomensafhankelijke huurverhoging. Daarnaast is de huurverhoging van de vrije sectorwoningen gemaximeerd op inflatie + 1%, wat neerkomt op 2,4%. Elkien heeft daarom alleen voor de vrije sectorwoningen een huurverhoging toegepast.
Daarnaast is er een aantal huurverlagingen geweest. In 2021 geldt de Wet eenmalige huurverlaging. Deze wet betekent dat huishoudens met een inkomen onder de inkomensgrenzen voor passend toewijzen én een huurprijs boven de voor hen geldende aftoppingsgrens, recht hebben op huurverlaging naar de voor hen geldende aftoppingsgrens. Elkien heeft deze gegevens opgevraagd bij de Belastingdienst. Het betreft circa 1.900 huurders die voor deze huurverlaging in aanmerking kwamen.
Huursombenadering 2021
Conform de regelgeving rondom de huursombenadering mag de stijging van de gemiddelde huur in totaal niet meer bedragen dan de inflatie. In de huursom worden de huurstijgingen meegenomen van alle zelfstandige sociale huurwoningen die aan het begin en einde van het jaar zijn verhuurd, niet betreffende mutaties of stijgingen door woningverbeteringen. De huursomstijging voor 2021 is vastgesteld op 0,23%.
6.2.3 Opbrengsten servicecontracten
Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.
6.2.4 Wijzigingen in voorraad bestemd voor de verkoop
Onder deze post worden de wijzigingen opgenomen in de post ‘Vastgoed bestemd voor de verkoop’ (opgenomen onder de Voorraden). Bij realisatie van een verkoop wordt de boekwaarde direct voorafgaand aan de verkoop teruggenomen op deze regel.
6.2.5 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
Onder deze rubriek worden de volgende verkoopresultaten opgenomen
- boekresultaat van gerealiseerde verkopen van Vastgoed in exploitatie.
- netto verkoopopbrengst bij levering van Vastgoed bestemd voor de verkoop.
De boekwinst van gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de boekwaarde. Resultaten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).
De opbrengst uit woningen verkocht onder voorwaarden wordt alleen als verkoopopbrengst verantwoord als alle belangrijke economische rechten zijn overgedragen aan de koper.
6.3 Bedrijfslasten
6.3.1 Lastenverantwoording algemeen
Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct en indirect toe te rekenen kosten.
6.3.2 Afschrijvingen materiële vaste activa en vastgoedbeleggingen
De afschrijvingen op onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden. Op grond en op reële waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.
Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Afschrijvingen worden via verdeelsleutels toegerekend aan de afzonderlijke activiteiten.
6.3.3 Lasten onderhoudsactiviteiten
Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
Het storings- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst- en verliesrekening zijn de kosten van de eigen dienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een levensduurverlenging en/of waardeverhoging van het actief.
6.3.4 Lonen, salarissen en sociale lasten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst- en verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.
6.3.5 Pensioenlasten
Elkien kent de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds voor de Woningcorporaties.
Elkien heeft voor bijna al haar medewerkers een verplichtingenbenadering. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). Hierbij is een pensioen toegezegd aan personeel op de pensioengerechtigde leeftijd, afhankelijk van leeftijd, salaris en dienstjaren.
De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van het personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Elkien betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt.
De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand van ultimo december 2021 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 126,0% (2020: 109,4%).
Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Elkien. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
Naast de premiebetalingen bestaan er geen andere verplichtingen.
6.3.6 Leefbaarheid
De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen, niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Elkien, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.
6.3.7 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten
Waardevermeerderingen op effecten worden verwerkt op basis van de gerealiseerde resultaten bij verkoop. Voor aandelen, verantwoord onder effecten, worden waardevermeerderingen eerst verantwoord via het eigen vermogen. Het cumulatieve resultaat dat voorheen in het eigen vermogen was opgenomen wordt overgeboekt naar de winst- en verliesrekening op het moment dat de desbetreffende aandelen niet langer in de balans worden verwerkt.
(Bijzondere) waardeverminderingen op effecten worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord.
6.3.8 Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten
Dividend te ontvangen van niet op nettovermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen en aandelen, verantwoord onder effecten, worden verantwoord zodra Elkien het recht hierop heeft verkregen. Koersverschillen op effecten worden verantwoord onder ‘waardeveranderingen van financiële vaste activa en van effecten’.
6.3.9 Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.
6.3.10 Overige bedrijfslasten
De overige bedrijfslasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben.
6.4 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
6.4.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.
6.4.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’ hebben betrekking op waardemutaties van op actuele waarde gewaardeerde activa.
6.4.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden
Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post ‘Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’ als de post ‘Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden’.
6.4.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop
Dit betreffen waardeveranderingen die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd voor de verkoop in het lopende verslagjaar. Vrijgevallen gerealiseerde herwaarderingen worden ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.
6.5 Resultaat deelnemingen
Het resultaat deelnemingen is het bedrag waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat voor zover dit aan Elkien wordt toegerekend.
6.6 Belastingen
Vanaf 1 januari 2008 is Elkien integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst- en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.
7. Financiële instrumenten en risicobeheersing
7.1 Beheersingskader
Bij de besluitvorming en uitvoering van treasuryactiviteiten wordt gebruik gemaakt van de volgende treasurykaderdocumenten: Treasurystatuut, Treasurybeleid en Treasury AO/IC. Het Treasurybeleid is nader uitgewerkt door het opstellen van een Financieringsstrategie. Jaarlijks wordt een Treasuryjaarplan opgesteld, vastgesteld door het bestuur en goedgekeurd door de RvC, waarmee de jaarlijkse treasury activiteiten mandaat en richting krijgen. De Treasurycommissie heeft een adviserende functie ten behoeve van het bestuur. De Treasurycommissie adviseert over het Treasuryjaarplan, transactievoorstellen en wijzigingen van het Treasurystatuut, Treasurybeleid, Financieringsstrategie en Treasury AO/IC.
7.2 Renterisico
Als kapitaalintensief bedrijf is sprake van een materiële vreemd vermogenpositie. Over dat vreemde vermogen moet rente betaald worden, die van invloed is op de operationele kasstroomruimte.
Renterisico’s voortvloeiende uit bestaande financieringsposities en nieuwe financieringen worden beheerst door gebruik te maken van renterisiconormen en sturing op financiële ratio’s.
7.3 Liquiditeitsrisico
Een deel van de vastgoedportefeuille is variabel gefinancierd. Het renterisico is hierbij gehedged door gebruik te maken van renteswaps. Sprake is van het verstrekken van cash-onderpand – afhankelijk van renteontwikkelingen - in verband met beheersing van het kredietwaardigheidsrisico. Hoe lager de rentecurve hoe meer cash-onderpand Elkien dient te verstrekken. Om dit liquiditeitsrisico te beperken is sprake van threshold amounts (drempelbedragen) en caps (plafonds).
Daarnaast wordt een liquide buffer aangehouden die vooral bestaat uit variabele hoofdsomleningen. Deze buffer is naast materieel ook formeel van aard als gevolg van renteontwikkelingen en regelgeving i.c. de 2% stresstest. Het beleid is erop gericht permanent te voldoen aan deze 2% stresstest. Deze 2% stresstest richt zich op het liquiditeitsrisico voortvloeiende uit margin calls (cash-onderpand) en breaks. Elkien stelt jaarlijks een breakplan op waarin de risico’s en maatregelen beschreven zijn van renteswaps met een breakclausule. Een breakclausule is een contractuele afspraak waarin is bepaald dat het rentederivaat tussentijds, dus voor het einde van de looptijd kan worden c.q. wordt beëindigd. Breakclausules worden gehanteerd om het kredietrisico te beperken. Afhankelijk van ontwikkeling van de rentecurve is sprake van een liquiditeitsrisico, die Elkien beheerst door spreiding van breaks en het aanhouden van eerder genoemde liquide derivatenbuffer.
7.4 Herfinancieringsriciso
Het risico dat Elkien geen aflossingen kan doen op gewenste momenten is toegenomen door herijking van de portefeuillestrategie in 2021 waarbij minder geïnvesteerd wordt in nieuwbouw en meer vastgoedbezit verkocht wordt. De financieringsbehoefte is hierdoor materieel gedaald waardoor het beschikbaarheidsrisico afgenomen is. Het herfinancieringsrisico wordt beheerst door voldoende spreiding aan te brengen in de aflosmomenten van de leningportefeuille. Het beschikbaarheidsrisico is beperkt door de aanwezigheid van de sectorbanken BNG Bank en NWB Bank.
7.5 Reële waarde van leningen en afgeleide instrumenten
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken.
De in de toelichting op de jaarrekening vermelde reële waarde van de leningen is berekend op basis van de contante waarde methode. Hierbij maakt Elkien gebruik van het treasurypakket van Aareon. Voor de waardering van (embedded) derivaten wordt gebruik gemaakt van het prijsinformatiesysteem Bloomberg.
7.6 Risicobeoordeling Aw en WSW
Vanaf 1 januari 2019 is sprake van een gezamenlijk beoordelingskader Aw/WSW. Dit is een voortvloeisel van de intensievere samenwerking tussen Autoriteit woningcorporaties (Aw) en Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) om het toezicht op de corporatiesector effectiever en efficiënter te maken. Gedeelde toetsingsonderwerpen zijn: Financiële continuïteit, Bedrijfsmodel en Governance & Organisatie. Daarnaast toetst Aw de beoordelingsonderwerpen Integriteit en Rechtmatigheid.
Elkien werkt binnen de door Aw en WSW gestelde kaders. Dit betekent onder andere dat sprake is van gezonde financiële ratio’s en beheerste business risks. Elkien stuurt op een laag risicoprofiel en het verkrijgen van een jaarlijks adequaat borgingsplafond.
7.7 Verzekering & zekerheden
Elkien is onder meer voor brand- en stormschade verzekerd. Bij schade aan woningen wordt de werkelijk geleden schade vergoed. Bij het overige bezit is sprake van een verzekerde som die gebaseerd is op de onderliggende herbouwwaarden, waaraan taxatierapporten ten grondslag liggen.
Het onroerend goed (voor zover gefinancierd met vreemd vermogen) is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met kapitaalmarktleningen onder WSW borgstelling. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.
Voortvloeiend uit het zogenaamde Strategisch Programma WSW is een nieuwe volmacht DAEB van toepassing. Hiermee verleent Elkien aan WSW volmacht om rechten van hypotheek en pand te vestigen. WSW kan zijn rechten van hypotheek en pand aanspreken indien Elkien op enig moment niet voldoet aan haar betalingsverplichtingen tegenover WSW.
8. Toelichting op de balans
8.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
De mutaties in de materiële vaste activa zijn in het navolgende schema samengevat
(bedragen x € 1.000)
| Bedrijfs-gebouwen en terreinen | Andere vaste bedrijfs-middelen | ICT Investe-ringen | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2021 | ||||
| Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen | 864 | 264 | 3.660 | 4.788 |
| Cumulatieve waardeverminderingen | -/- 112 | -/- 61 | -/- 828 | -/- 1.001 |
| Boekwaarde 1 januari 2021 | 752 | 203 | 2.832 | 3.787 |
| Mutaties | ||||
| Investeringen | 446 | 149 | 832 | 1.427 |
| Desinvesteringen | - | - | -/- 216 | -/- 216 |
| Afschrijvingen | -/- 84 | -/- 53 | -/- 804 | -/- 941 |
| Afschrijvingen desinvesteringen | - | - | 216 | 216 |
| Totaal mutaties | 362 | 96 | 28 | 486 |
| Stand per 31 december 2021 | ||||
| Verkrijgings- of vervaardigingsprijzen | 1.310 | 413 | 4.276 | 5.999 |
| Cumulatieve waardeverminderingen | -/- 196 | -/- 114 | -/- 1.416 | -/- 1.726 |
| Boekwaarde 31 december 2021 | 1.114 | 299 | 2.860 | 4.273 |
Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:
- bedrijfsgebouwen en terreinen - lineair - 10 jaar
- andere vaste bedrijfsmiddelen - lineair - 5 jaar
- ICT ERP-systeem - lineair - 5 jaar
- ICT apparatuur - lineair - 3 jaar
Met betrekking tot de inventaris is sprake van een uitgebreide brandverzekering met een verzekerde som van € 1,1 miljoen.
8.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie
De mutaties van de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat
(bedragen x € 1.000)
| DAEB vastgoed in exploitatie | Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | Totaal vastgoed in exploitatie | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 |
| Verkrijgingsprijzen | 1.159.514 | 1.114.667 | 141.712 | 150.398 | 1.301.226 | 1.265.065 |
| Herwaarderingen | 979.024 | 833.526 | 35.573 | 20.955 | 1.014.597 | 854.481 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -/- 53.967 | -/- 72.701 | -/- 9.007 | -/- 14.893 | -/- 62.974 | -/- 87.594 |
| Boekwaarde 1 januari | 2.084.571 | 1.875.492 | 168.278 | 156.460 | 2.252.849 | 2.031.952 |
| Mutaties | ||||||
| Investeringen overboekingen nieuwbouw | 34.392 | 17.767 | - | - | 34.392 | 17.767 |
| Investeringen direct | 33.227 | 24.883 | 61 | 1.396 | 33.288 | 26.279 |
| Desinvesteringen verkoop | -/- 3.132 | -/- 3.631 | -/- 3.784 | -/- 5.265 | -/- 6.916 | -/- 8.896 |
| Desinvesteringen sloop | -/- 6.128 | -/- 7.122 | -/- 25 | -/- 3 | -/- 6.153 | -/- 7.125 |
| Herclassificatie | -/- 1.434 | - | 1.434 | - | - | - |
| Afboeking directe investeringen | -/- 21.632 | -/- 24.883 | -/- 61 | -/- 1.396 | -/- 21.693 | -/- 26.279 |
| Waardemutatie bestaand bezit | 362.783 | 202.065 | 36.577 | 17.086 | 399.360 | 219.151 |
| Totaal mutaties marktwaardering | 398.076 | 209.079 | 34.202 | 11.818 | 432.278 | 220.897 |
| Stand per 31 december | ||||||
| Verkrijgingsprijzen | 1.227.227 | 1.159.514 | 138.311 | 141.712 | 1.365.538 | 1.301.226 |
| Herwaarderingen | 1.287.580 | 979.024 | 68.247 | 35.573 | 1.355.827 | 1.014.597 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -/- 32.160 | -/- 53.967 | -/- 4.078 | -/- 9.007 | -/- 36.238 | -/- 62.974 |
| Boekwaarden 31 december | 2.482.647 | 2.084.571 | 202.480 | 168.278 | 2.685.127 | 2.252.849 |
Onder de post herclassificatie zijn in 2021 twee VHE's opgenomen die zijn overgeheveld van de DAEB tak naar de niet-DAEB tak.
DAEB vastgoed in exploitatie
In de post DAEB vastgoed in exploitatie zijn totaal 18.687 eenheden verantwoord.
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
In de post niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 1.331 eenheden verantwoord.
Verklaring waardemutaties
De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:
(bedragen x € 1.000)
| DAEB vastgoed in exploitatie | Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Boekwaarden per 1 januari 2021 | 2.084.571 | 168.278 | 2.252.849 |
| Voorraadmutaties | |||
| Verkoop/sloop | ‑/‑ 5.146 | ‑/‑ 3.809 | ‑/‑ 8.955 |
| Nieuwbouw | 34.392 | ‑ | 34.392 |
| Herclassificatie | ‑/‑ 1.434 | 1.434 | ‑ |
| Objectgegevens | |||
| Mutatie huur en maximaal redelijke huur | 10.161 | ‑/‑ 2.115 | 8.046 |
| Mutatie markthuur | 9.348 | 590 | 9.938 |
| Mutatie leegwaarde | 283.611 | 33.956 | 317.567 |
| Vernieuwde meting oppervlakte | 137 | ‑/‑ 11 | 126 |
| Parameterwijzigingen | |||
| Onderhoud | ‑/‑ 11.493 | 89 | ‑/‑ 11.404 |
| Disconteringsvoet | 6.758 | ‑/‑ 1.324 | 5.434 |
| Exit yield | 17.728 | 241 | 17.969 |
| Overdrachtskosten | ‑/‑ 132.490 | ‑/‑ 10.910 | ‑/‑ 143.400 |
| Inflatiecijfers | 14.129 | 668 | 14.797 |
| Vrije verkoopwaardestijging | 71.113 | 7.151 | 78.264 |
| Verhuurderheffing | 73.079 | 1.252 | 74.331 |
| Overige | 29.525 | 6.990 | 36.515 |
| Marktwaarde per 31 december 2021 | 2.483.989 | 202.480 | 2.686.469 |
Gevoeligheidsanalyse marktwaardering
Over het gehele bezit van Elkien per eind 2021 is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd ten aanzien van de marktwaarde. De uitkomsten hiervan zijn als volgt:
| Parameter | Gehanteerd in marktwaarde 31/12/21 | Effect wijziging parameter | Nieuwe parameter | Effect op marktwaarde (€ 1.000.000) | Effect op marktwaarde % |
|---|---|---|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 6,8% | 1% | 7,8% | ‑/‑ 237 | -/- 9% |
| 6,8% | -/- 1% | 5,5% | 368 | 14% | |
| Gemiddelde markthuur | € 767 | 1% | € 755 | 3 | 0,1% |
| € 767 | -/- 1% | € 740 | ‑/‑ 3 | -/- 0,1% | |
| Mutatiegraad | 8,6% | 1% | 9,5% | 56 | 2% |
| 8,6% | -/- 1% | 7,6% | ‑/‑ 65 | -/- 2% | |
| Leegwaarde / WOZ | € 3.571 miljoen | 1% | € 3.607 miljoen | 17 | 0,6% |
| € 3.571 miljoen | -/- 1% | € 3.535 miljoen | ‑/‑ 17 | -/- 0,6% |
Beleidswaarde
De beleidswaarde is voor het eerst in 2018 ingevoerd, waarbij dit waardebegrip nog in ontwikkeling is. Verdere ontwikkeling van dit waardebegrip door de Aw en WSW zal kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden. Hierbij kan gedacht worden aan de aanscherping van het begrip onderhoud/verbetering, alsmede de beheerlasten.
De beleidswaarde bedraagt per 31 december 2021 € 1.434 miljoen (31 december 2020: € 1.367 miljoen) en is afgeleid van de marktwaarde in verhuurde staat met afslagen voor 1) beschikbaarheid (doorexploiteren) 2) betaalbaarheid (huren), 3) kwaliteit (onderhoud) en 4) beheer (beheerkosten).
De opbouw van de beleidswaarde per 31 december 2021 is als volgt:
(bedragen x € 1.000)
| DAEB vastgoed in exploitatie | Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Marktwaarde per 31 december 2021 | 2.482.647 | 202.480 | 2.685.127 |
| Aanpassing naar beleid doorexploiteren | -/- 147.938 | -/- 23.229 | -/- 171.167 |
| Aanpassing naar huurbeleid (maximaal streefhuur) | -/- 518.826 | -/- 20.082 | -/- 538.908 |
| Aanpassing onderhoudsnorm naar beleid | -/- 400.297 | -/- 18.816 | -/- 419.113 |
| Aanpassing beheerskosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid | -/- 120.599 | -/- 1.469 | -/- 122.068 |
| Totaal aanpassingen | -/- 1.187.660 | -/- 63.596 | -/- 1.251.256 |
| Beleidswaarde per 31 december 2021 | 1.294.987 | 138.884 | 1.433.871 |
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) als volgt:
| Uitgangspunten | 2021 | 2020 |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 5,9% | 6,2% |
| Streefhuur per maand | € 608 per woning | € 600 per woning |
| Lasten onderhoud per jaar | € 2.290 per woning | € 2.003 per woning |
| Lasten beheer per jaar | € 898 per woning | € 863 per woning |
In onderstaande tabel wordt aangeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
| Uitgangspunten | Mutatie t.o.v. uitgangspunt | Effect op de beleidswaarde |
|---|---|---|
| Disconteringsvoet | 1% hoger | € 258 miljoen lager |
| Streefhuur per maand | € 25 per woning lager | € 104 miljoen lager |
| Lasten onderhoud per jaar | € 50 per woning hoger | € 29 miljoen lager |
| Lasten beheer per jaar | € 50 per woning hoger | € 29 miljoen lager |
8.3 Overige vastgoedbeleggingen
De mutaties in de overige vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:
(bedragen x € 1.000)
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | |||
|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 2021 | 2020 | 2021 | 2020 |
| Verkrijgingsprijzen | 900 | 900 | 21.571 | 8.304 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | 178 | ‑/‑ 25 | ‑/‑ 10.363 | ‑/‑ 5.399 |
| Boekwaarden per 1 januari | 1.078 | 875 | 11.208 | 2.905 |
| Mutaties | ||||
| Investeringen | ‑ | ‑ | 23.422 | 38.201 |
| Desinvesteringen | ‑ | ‑ | ‑/‑ 322 | 409 |
| Waardeveranderingen | 366 | 203 | 6.245 | ‑/‑ 10.363 |
| Overboeking voorziening | ‑ | ‑ | 1.252 | 5.399 |
| Overboeking naar vastgoed in exploitatie | ‑ | ‑ | ‑/‑ 38.963 | ‑/‑ 25.343 |
| Totaal mutaties | 366 | 203 | ‑/‑ 8.366 | 8.303 |
| Stand per 31 december | ||||
| Verkrijgingsprijzen | 900 | 900 | 5.708 | 21.571 |
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | 544 | 178 | ‑/‑ 2.866 | ‑/‑ 10.363 |
| Boekwaarden per 31 december | 1.444 | 1.078 | 2.842 | 11.208 |
In de post Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 6 eenheden opgenomen (2020: 6 eenheden). Deze 6 eenheden zijn allen verkocht met een terugkoop verplichting. Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de Minister BZK hebben. Elkien biedt geen mogelijkheid meer tot (ver)kopen onder voorwaarden.
8.4 Financiële vaste activa
Het verloop van de financiële vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:
(bedragen x € 1.000)
| Deel-nemingen | Latente belasting- vordering(en) | Leningen u/g | Overige vorderingen | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2021 | 18 | 27.899 | 1.389 | 135.603 | 164.909 |
| Investeringen / vermeerderingen | ‑ | 5.020 | ‑ | 8.218 | 13.238 |
| Desinvesteringen / verminderingen | ‑ | 6 | ‑/‑ 414 | ‑/‑ 3.415 | ‑/‑ 3.823 |
| Waardeverminderingen | ‑ | ‑/‑ 2.853 | ‑ | ‑ | ‑/‑ 2.853 |
| Overige mutaties | ‑ | ‑ | ‑ | ‑/‑ 10.250 | ‑/‑ 10.250 |
| Stand per 31 december 2021 | 18 | 30.072 | 975 | 130.156 | 161.221 |
| Inbegrepen in de stand per 31 december 2021 zijn: | |||||
| - looptijd korter dan één jaar | ‑ | ‑ | ‑ | 3.590 | 3.590 |
8.4.1 Deelnemingen
De deelneming betreft:
(bedragen x € 1.000)
| Aandeel | Netto-vermogenswaarde 31/12/21 | Netto-vermogenswaarde 31/12/20 | |
|---|---|---|---|
| Elkien Holding B.V. te Heerenveen | 100% | 18 | 18 |
8.4.2 Latente belastingvordering
De belastinglatentie is als vordering opgenomen voor het tijdelijke verschil tussen de fiscale waardering en de waardering in de jaarrekening van de onroerende zaken, de langlopende schulden, verrekenbare verliezen en derivaten. De latentie zal naar verwachting voor € 2,3 miljoen binnen één jaar worden gerealiseerd.
(bedragen x € 1.000)
| 31-12-21 | 31-12-20 | |
|---|---|---|
| Onroerende zaken en afschrijvingspotentieel | 9.435 | 10.670 |
| Langlopende schulden | 365 | 7.018 |
| Vestia | 1.173 | - |
| Verrekenbare verliezen | 16.874 | 14.433 |
| Derivaten | 216 | 119 |
| Herstructurering derivatenportefeuille | -/- 4.348 | -/- 4.341 |
| Totaal | 23.715 | 27.899 |
Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde. De netto gehanteerde effectieve vermogenskostenvoet bedraagt 2,09% (2020: 2,05%). Dit percentage is afgeleid uit de voor de Elkien geldende rente voor langlopende leningen op 31 december 2021 van 2,81% (2020: 2,73%), onder aftrek van het gemiddelde nominale belastingtarief over de periode 2021-2035. Het geldende tarief voor de vennootschapsbelasting bedraagt voor 2021 25%. Voor 2022 en verder geldt een percentage van 25,8%.
Onroerende zaken en afschrijvingspotentieel € 9.435k
In 2020 is een actieve latentie gevormd voor het fiscale afschrijvingspotentieel. Deze bedraagt nominaal € 47 miljoen en loopt in 2058 af.
Langlopende schulden € 365k
Het deel in deze latentie met betrekking tot de embedded derivaten is in 2021 vrijgevallen. Elkien heeft in de Hoge Raad gelijk gekregen en fiscaal volgt nu commercieel. De latentie bedraagt nu nog nominaal € 1,5 miljoen en loopt in 2035 af.
Verrekenbare verliezen € 16.874k
Van de compensabele verliezen is de verwachting dat deze gecompenseerd worden binnen de daarvoor beschikbare termijn van verliescompensatie binnen de fiscale wetgeving hierover.
Derivaten € 216k
De latentie bedraagt nominaal € 987k en de resterende looptijd bedraagt 17 jaar.
Herstructurering derivatenportefeuille -/- € 4.348k
Deze latentie is gevormd voor belastbare tijdelijke verschillen tussen de fiscale waardering en de waardering van de geactiveerde kosten herstructurering derivatenportefeuille € 4,3 miljoen (2020: € 4,3 miljoen). De latentie bedraagt € 23,4 miljoen (2020: € 24,3 miljoen). De resterende looptijd bedraagt 36 jaar.
8.4.3 Leningen u/g
(bedragen x € 1.000)
| Geldnemer | Rente | Restant looptijd in jaren | Saldo 31/12/21 | Saldo 31/12/20 |
|---|---|---|---|---|
| Social Finance SRR | n.v.t. | 21 | 51 | 86 |
| Stimuleringsfonds Volkshuisvesting | n.v.t. | 23 | 924 | 1.303 |
| Totaal | 975 | 1.389 |
8.4.4 Overige vorderingen
Onder de overige vorderingen zijn de volgende posten opgenomen:
(bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Verstrekte cash collateral derivaten | 23.200 | 33.450 |
| Geactiveerde kosten herstructurering derivaten | 44.266 | 45.760 |
| Geactiveerde marktwaarde derivaten | 62.690 | 56.393 |
| Totaal | 130.156 | 135.603 |
Verstrekte cash collateral derivaten
Elkien heeft cash collaterals (onderpand) gestort bij banken als gevolg van de negatieve marktwaarde van de derivaten.
Geactiveerde kosten herstructurering derivaten
Het negatieve resultaat van afgekochte renteswaps in 2010, 2014 en 2020 wordt jaarlijks afgeschreven naar rato van de looptijd van de afgekochte swaps. De afschrijving naar rato van de oorspronkelijke looptijd geldt zolang de oorspronkelijk ingedekte leningen er nog zijn.
De afschrijving voor 2021 is circa € 1,5 miljoen (2020: circa € 1,4 miljoen). De afschrijving is verantwoord in de resultatenrekening onder de post rentelasten en soortgelijke kosten.
Geactiveerde marktwaarde derivaten
In 2018, 2019 en 2021 zijn renteswaps bij een vijftal derivatenbanken doorgezakt in nieuw afgesloten langlopende leningen. Deze leningen zijn gepassiveerd tegen marktwaarde. Als gevolg hiervan ontstaat een agio. Op dit agio wordt jaarlijks afgeschreven conform de effectieve interestmethode waarmee een rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. De marktwaarde van deze afgewikkelde renteswaps is geactiveerd en hierop wordt jaarlijks eveneens afgeschreven conform de effectieve interestmethode, waarmee een rentelast tot hetzelfde bedrag als de rentebate in de winst- en verliesrekening tot uitdrukking komt. Per saldo hebben deze mutaties in de winst- en verliesrekening financieel geen impact, maar zijn om verslaggevingstechnische redenen voorgeschreven.
8.5 Voorraden
(bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Vastgoed bestemd voor de verkoop | 642 | 653 |
| Totaal | 642 | 653 |
Het vastgoed bestemd voor de verkoop bestaat uit de volgende 3 kavels:
Gorredijk De Miente
Leeuwarden Tolhuizen
Raerd Selanswei
8.6 Vorderingen
(bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Huurdebiteuren | 393 | 545 |
| Gemeenten | ‑ | 11 |
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | 1.093 | 1.058 |
| Overige vorderingen | 1.864 | 1.072 |
| Overlopende activa | 1.267 | 1.195 |
| Totaal | 4.617 | 3.881 |
Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.
Huurdebiteuren (bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Vorderingen op zittende huurders | 668 | 690 |
| Af: voorziening wegens oninbaarheid | ‑/‑ 275 | ‑/‑ 145 |
| Totaal | 393 | 545 |
Gemeenten (bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Gemeente Leeuwarden | ‑ | 11 |
| Totaal | ‑ | 11 |
Vorderingen op groepsmaatschappijen (bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Elkien CPS B.V. | 1.093 | 1.058 |
| Totaal | 1.093 | 1.058 |
Overige vorderingen (bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Vorderingen op niet-huurders | 444 | 872 |
| Vorderingen op vertrokken huurders | 862 | 965 |
| Overige vorderingen | 1.325 | 209 |
| Af: voorziening wegens oninbaarheid | ‑/‑ 767 | ‑/‑ 974 |
| Totaal | 1.864 | 1.072 |
Overlopende activa (bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Vooruitbetaalde facturen | 1.227 | 1.177 |
| Overige | 40 | 18 |
| Totaal | 1.267 | 1.195 |
8.7 Liquide middelen
Dagelijks opvraagbare liquide middelen (bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Rabobank | 7.870 | 2.083 |
| ING Bank | 2.527 | 4.495 |
| ABN AMRO | 2.198 | 4.497 |
| BNG Bank | ‑ | 21.747 |
| Totaal liquide middelen | 12.595 | 32.822 |
| Ultimo 2021 heeft Elkien de volgende kredietfaciliteiten: | ||
| (bedragen x € 1.000) | ||
| BNG Bank | 10.000 | 10.000 |
De liquide middelen zijn vrij aanwendbaar.
8.8 Herwaarderingsreserve
Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 1.014.597 | 854.599 |
| Realisatie door sloop | ‑/‑ 1.532 | ‑/‑ 3.490 |
| Realisatie door verkoop | ‑/‑ 1.856 | ‑/‑ 4.024 |
| Overboeking vanwege herijking herwaarderingsreserve | 344.855 | 167.512 |
| Stand per 31 december | 1.356.064 | 1.014.597 |
Overeenkomstig artikel 3 van de statuten van Elkien dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet te worden besteed.
Ultimo 2021 is in totaal circa € 1.356 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen inbegrepen (2020: circa € 1.015 miljoen). In 2021 is € 3,4 miljoen (2020: € 7,5 miljoen) onttrokken aan de ongerealiseerde herwaardering wegens sloop en verkopen ten gunste van de overige reserves. De waardering van het vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten, geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.
Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (€ 1.434 miljoen) in relatie tot de marktwaarde van het vastgoed in exploitatie (€ 2.685 miljoen) is een bedrag van
€ 1.251 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van Elkien niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Elkien. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van Elkien is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van Elkien.
8.9 Overige reserves
Het verloop van de overige reserves is als volgt:
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 676.282 | 621.438 |
| Overboeking vanwege herijking herwaarderingsreserve | ‑/‑ 341.467 | ‑/‑ 159.998 |
| Uit resultaatbestemming | 399.094 | 214.842 |
| Stand per 31 december | 733.909 | 676.282 |
Aan het resultaat van de stichting mag statutair geen andere bestemming worden gegeven dan het bevorderen van het doel van de stichting. Elkien stelt zich tot doel uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn in de regio Friesland. Voorgesteld wordt dan ook om het gehele resultaat van het boekjaar 2021 van € 393 miljoen aan de overige reserves, als onderdeel van het totale eigen vermogen, toe te rekenen.
8.10 Voorzieningen
Het verloop van de voorzieningen is als volgt:
(bedragen x € 1.000)
| Stand per 1/1/21 | Dotaties | Onttrek-kingen | Vrijval | Stand per 31/12/21 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Onrendabele investeringen en herstructureringen nieuwbouw | 1.252 | 5.526 | ‑/‑ 1.252 | ‑/‑ 1.408 | 4.118 |
| Onrendabele investeringen en herstructureringen WVB | ‑ | 2.353 | ‑ | ‑ | 2.353 |
| Jubilea/gratificaties | 819 | 62 | ‑/‑ 21 | ‑/‑ 32 | 828 |
| Opleidingen (opgebouwde rechten) | 462 | 74 | ‑/‑ 19 | ‑/‑ 36 | 481 |
| Totaal | 2.533 | 8.015 | ‑/‑ 1.292 | ‑/‑ 1.476 | 7.780 |
Van de voorzieningen is een bedrag van circa € 6,5 miljoen als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken.
8.10.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
De voorziening voor onrendabele investeringen in nieuwbouw en woningverbeteringen betreft het per saldo verlieslatende deel van (toekomstige) contracten ten behoeve van de ontwikkeling van de nieuwbouw en woningverbeteringen van huurwoningen waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt (en geactiveerd) om het verlies daarop in mindering te brengen.
8.11 Langlopende schulden
Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na de afloop van het boekjaar, zoals hierboven toegelicht, zijn opgenomen onder de kortlopende schulden op korte termijn.
(bedragen x € 1.000)
| Stand 31/12/21 exclusief aflossings-verplichting | Aflossings-verplichting 2022 | Stand 31/12/21 inclusief aflossings-verplichting | Resterende looptijd > 1 jaar | Resterende looptijd > 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|
| Schulden aan overheid totaal | 3.999 | 532 | 4.531 | 4.531 | 3.919 |
| Leningen | 629.771 | 10.370 | 640.141 | 632.641 | 553.841 |
| Agio herstructurering derivatenportefeuille | 62.690 | - | 62.690 | - | - |
| Agio voormalige extendible leningen | 13.040 | - | 13.040 | - | - |
| Agio genoveerde Vestia-ruillening | 9.283 | - | 9.283 | - | - |
| Schulden aan kredietinstellingen totaal | 714.784 | 10.370 | 725.154 | 632.641 | 553.841 |
| Totaal leningen | 718.783 | 10.902 | 729.685 | 637.172 | 557.760 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 841 | - | 841 | - | - |
| Marktwaarde Embedded derivaten | 18.142 | - | 18.142 | - | - |
| Totaal | 737.766 | 10.902 | 748.668 | 637.172 | 557.760 |
Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende 5 jaar is hieronder weergegeven:
(bedragen x € 1.000)
| Aflosbaar over 2 jaar | Aflosbaar over 3 jaar | Aflosbaar over 4 jaar | Aflosbaar over 5 jaar | |
|---|---|---|---|---|
| Schulden aan overheid | 548 | 385 | 392 | 400 |
| Schulden aan kredietinstellingen | 9.677 | 13.829 | 28.144 | 39.543 |
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | - | - | - | - |
| Marktwaarde Embedded derivaten | - | - | - | - |
De posten marktwaarde embedded derivaten en agio leningen hebben geen impact op de kasstromen, maar zijn verantwoord om verslaggevingstechnische redenen.
Schulden aan overheid en kredietinstellingen
De mutaties in 2021 van de leningen overheid en kredietinstellingen kunnen als volgt worden toegelicht:
(bedragen x € 1.000)
| Schulden overheid | Schulden krediet- instellingen | Totaal | |
|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari 2021 | 5.048 | 651.452 | 656.500 |
| Bij: nieuwe leningen | - | 76.475 | 76.475 |
| Af: Aflossingen | -/- 518 | -/- 87.786 | -/- 88.304 |
| Stand per 31 december 2021 | 4.530 | 640.141 | 644.671 |
Schulden aan overheid
Hieronder zijn opgenomen leningen welke zijn verstrekt door de gemeenten Opsterland, Leeuwarden en Súdwest-Fryslân. Deze leningen hebben de volgende kenmerken:
Vastrentende leningen (bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum | 4.531 | 5.048 |
| Gemiddelde rente | 1,73% | 1,84% |
| Gemiddelde looptijd | 11 jr. | 12 jr. |
| Reële waarde | 4.848 | 5.510 |
Schulden aan kredietinstellingen
Hieronder zijn begrepen leningen van verschillende kredietinstellingen. Deze leningen hebben de volgende kenmerken:
Vastrentende leningen (bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum | 491.841 | 465.652 |
| Gemiddelde rente | 2,99% | 3,01% |
| Gemiddelde looptijd | 29 jr. | 28 jr. |
| Reële waarde | 801.114 | 780.899 |
Leningen met variabele rente (bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdatum | 148.300 | 185.800 |
| Gemiddelde rente | -/- 0,51% | -/- 0,27% |
| Gemiddelde looptijd | 19 jr. | 19 jr. |
| Reële waarde | 148.654 | 186.182 |
De financieringsrente van de portefeuille inclusief effecten derivaten bedraagt ultimo 2021 2,8% (2020: 2,7%) en de duration 19,4. De gemiddelde liquiditeits- c.q. rente typische looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2021 26 respectievelijk 26 jaar.
De totale leningportefeuille bedraagt ultimo 2021 € 645 miljoen (2020: € 657 miljoen). Hiervan is € 14 miljoen niet door het WSW geborgd (2020: € 15 miljoen). Van de leningen overheid en kredietinstellingen is een totaalbedrag van € 631 miljoen (2020: € 642 miljoen) opgenomen waarvoor WSW borging is verkregen. Dit is 98% van de totale leningenportefeuille. De hieraan gekoppelde onroerende zaken zijn vrij van hypotheek. Op deze zaken kan op verzoek van het WSW een hypotheekrecht gevestigd worden. In een dergelijk geval zal een financier het WSW wel moeten aanspreken.
De marktwaarde van de leningen bedraagt per 31 december 2021 € 955 miljoen. Hierbij zijn de cashflows contant gemaakt op basis van de Euro Swaps Curve.
Basisrenteleningen
Van de totale leningenportefeuille ultimo 2021 ad € 645 miljoen bestaat € 118 miljoen uit basisrenteleningen. De door Elkien afgesloten basisrenteleningen zijn verstrekt door de BNG Bank en de NWB Bank. Op deze leningen wordt een vaste basisrente betaald van gemiddeld 3,6% (2020: 3,6%). De credit spread die op deze leningen wordt betaald, wordt periodiek herzien. Voor de huidige leningen is de gemiddelde credit spread 0,2%.
Essentie basisrenteleningen
Een basisrentelening kan gezien worden als een combinatie van een renteswap en een roll-over lening. Het voordeel van een basisrentelening is dat geen sprake is van margin call verrekening (mogelijke storting van onderpand) en dat voor zeer lange looptijden gekozen kan worden. De basisrentelening bestaat uit een basisrente verhoogd met een kredietopslag voor een bepaalde periode. Nieuwe basisrenteleningen komen alleen onder specifieke voorwaarden in aanmerking voor WSW borging.
Risico creditspread
Bij een basisrentelening is het risico dat de geldgever bij een kredietopslag herzieningsmoment een niet marktconforme opslag biedt. Indien de geldnemer deze opslag niet accepteert vindt afwikkeling tegen marktwaarde plaats. Deze kan hoger liggen dan de nominale waarde van de lening. Elkien typeert dit risico als beperkt, omdat de basisrenteleningenportefeuille niet verstrekt is door commerciële partijen, maar door de sectorbanken. Bij hoge kredietopslagen kan Elkien opteren voor een korte(re) looptijd.
Marktwaarde derivaten
Alle derivaten met een startdatum voor 31 december 2021 zijn gekoppeld aan een variabele lening, waardoor het renterisico voortvloeiende uit de variabele lening afgedekt is door het derivaat.
Van de variabel rentende leningen is voor een nominale waarde van € 90 miljoen aan renteswaps afgesloten om het variabel rente risico op deze leningen af te dekken. De marktwaarde van deze renteswaps is eind 2021 € 82,6 miljoen negatief (2020: € 117,4 miljoen negatief). In 2021 is voor nominaal € 8 miljoen renteswaps (met CSA) doorgezakt.
Credit Support Annex (CSA)'s en Break Clauses
Om derivaten te kunnen afsluiten, dient een raamovereenkomst opgesteld te worden. Doorgaans is sprake van een ISDA raamovereenkomst, die bestaat uit een Master Agreement, Schedule en Credit Support Annex. De uitzondering hierop is de BNG Bank waarmee een Raamovereenkomst Financiële Derivaten (RFD) zonder CSA is afgesloten.
In de renteswap confirmaties met de banken zijn veelal breakclauses opgenomen om het kredietrisico voor partijen te beperken. Doorgaans is sprake van mutual breakclauses, waarbij beide partijen het recht hebben op de breakdatum de renteswap af te wikkelen. In het kader van herstructurering van de derivatenportefeuille is in 2014 een deel van de mutual breakclauses omgezet in mandatory breakclauses, waarbij sprake is van automatische afwikkeling op de breakdatum.
Elkien heeft ultimo 2021 € 23 miljoen cash collateral verstrekt aan één derivatenbank. Dit is geld dat bij een stijgende rente teruggestort wordt door de banken.
De breakclauses vallen verspreid over de jaren 2022 tot en met 2024. De liquide derivatenbuffer van Elkien is van voldoende omvang om te kunnen voldoen aan eventuele liquiditeitsverplichtingen, voortvloeiend uit de breakclauses. Deze mogelijke liquiditeitsverplichtingen bedragen voor 2022
€ 8 miljoen, voor 2023 € 24 miljoen en voor 2024 € 24 miljoen. Deze bedragen zijn berekend per ultimo 2021.
Caps
Om het liquiditeitsexposure voortvloeiende uit de marginverrekening te reduceren zijn in 2014 plafonds (caps) overeengekomen met enkele banken. Deze caps maximaliseren het margin call risico.
Embedded derivaten
Een embedded derivaat is een derivaat dat deel uitmaakt van een contract; het zogenaamde basiscontract. Elkien waardeert haar derivaten tegen kostprijs en moet volgens de RJ 290 de embedded derivaten, die niet nauw verbonden zijn met het basiscontract, gescheiden waarderen. Elkien heeft enkele leningen, waarbij de bank de optie heeft om na een aantal jaren de lening voor een additioneel aantal vooraf overeengekomen jaren tegen een vooraf vastgesteld rentepercentage te verlengen. Deze optie betreft een embedded derivaat en dient separaat gewaardeerd te worden. In 2021 heeft de geldgever gebruik gemaakt van haar recht een tweetal extendible leningen te verlengen met een nominaal volume van in totaal € 16 miljoen.
De nog resterende extendible lening heeft ultimo 2021 een nominale waarde van € 15 miljoen. De marktwaarde van deze lening bedraagt eind 2021 € 18 miljoen negatief (marktwaarde extendible leningen ultimo 2020: € 38 miljoen negatief). Deze waardemutatie wordt veroorzaakt door bovenomschreven event en schommelingen in de marktrente.
Kengetallen
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| ICR | 2,5 | 2,2 |
| Solvabiliteit marktwaarde | 73% | 68% |
De ratio’s zijn als volgt berekend:
ICR (Interest Coverage Ratio)
Gecorrigeerde som der bedrijfsopbrengsten / jaarlijkse bruto rentelasten
Solvabiliteit marktwaarde
Gecorrigeerd eigen vermogen / gecorrigeerd balanstotaal
8.12 Kortlopende schulden
(bedragen x € 1.000)
| 31/12/21 | 31/12/20 | |
|---|---|---|
| Schulden aan kredietinstellingen | 13.313 | 23.304 |
| Schulden aan leveranciers | 8.687 | 8.925 |
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 4.429 | 5.465 |
| Overige schulden | 3.024 | 2.441 |
| Overlopende passiva | 9.131 | 9.296 |
| Totaal | 38.584 | 49.431 |
De kortlopende schulden hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de schulden benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan. Met boeten verschuldigd voor vervroegde aflossing dient rekening gehouden te worden indien en voor zover die vervroegde aflossing bij de schuldeiser is aangekondigd of op andere wijze vaststaat.
Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden.
8.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
Huurverplichtingen
Het jaarlijks bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal circa € 1,4 miljoen (2020: circa € 1,9 miljoen). Hiervan heeft circa € 0,8 miljoen een looptijd van meer dan een jaar.
Van de huurverplichtingen ultimo 2021 zijn geen huurbetalingen in 2021 in de winst- en verliesrekening verwerkt. In 2021 is € 585k aan huren betaald.
Operationele lease
Leasecontracten waarbij de voor- en nadelen geheel of nagenoeg geheel verbonden zijn aan Elkien, maar het eigendom niet bij Elkien ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van het contract.
Eind 2021 heeft Elkien ten aanzien van haar wagen- en fietspark leaseverplichtingen ter grootte van circa € 1,2 miljoen (2020: circa € 1,1 miljoen). Deze leaseverplichting is in onderstaande tabel nader toegelicht:
(bedragen x € 1.000)
| < 1 jaar | > 1 jaar < 5 jaar | > 5 jaar | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
| Leaseverplichting | 382 | 771 | 0 | 1.153 |
Gedurende het verslagjaar zijn in de winst- en verliesrekening verwerkt:
(bedragen x € 1.000)
| Minimale leasebetalingen | 432 |
| Voorwaardelijke leasebetalingen | 129 |
| Totaal | 561 |
Investerings- en onderhoudsverplichtingen
Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor investeringen en onderhoud tot een bedrag van circa € 13 miljoen (2020: circa € 36 miljoen).
Ultimo boekjaar is Elkien onderhoudsverplichtingen aangegaan voor een totaal bedrag van circa
€ 12 miljoen waarvan de uitvoering nog ter hand moet worden genomen. Dit betreft onderhoudsafspraken met betrekking tot opgeleverde nieuwbouwwoningen in 2017 t/m 2019 door en met de ketenpartners voor de komende 25 jaar na oplevering.
Per 1 januari 2016 is Elkien de Ketensamenwerking aangegaan met zes partners uit de bouwwereld. De overeenkomsten zijn getekend voor meerjarige afspraken over het planmatig onderhoud en de woningverbeteringen van zo’n 20.000 woningen in Friesland.
Obligolening
De woningcorporatie heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. Deze is ultimo 2021 groot € 17,6 miljoen.
De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2020. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde.
In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.
Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid
Stichting Elkien vormt met Elkien Holding B.V. en Elkien CPS B.V. een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Op grond van de Invorderingswet zijn de vennootschap en de met haar gevoegde dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting. Verrekening vindt plaats via de rekening-courant.
9. Toelichting op de winst- en verliesrekening
9.1 Huuropbrengsten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Woningen en woongebouwen | 117.680 | 115.111 |
| Vastgoed niet zijnde woningen | 6.193 | 6.259 |
| 123.873 | 121.370 | |
| Af: | ||
| Huurderving wegens leegstand | -/- 2.045 | -/- 1.832 |
| Huurderving wegens oninbaarheid | -/- 212 | -/- 230 |
| Totaal | 121.616 | 119.308 |
De "te ontvangen netto-huur" is gewijzigd ten opzichte van 2020 als gevolg van:
- Verhoging van de huren wegens algemene huurverhoging, harmonisatie en wegens woningverbetering € 1,8 miljoen;
- Het in exploitatie komen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen € 0,9 miljoen;
- Kortingen, verkopen en sloop van woningen in exploitatie -/- € 0,2 miljoen.
9.2 Opbrengst servicecontracten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Overige goederen, leveringen en diensten | 6.133 | 6.576 |
| Af: te verrekenen met huurders | ‑/‑ 831 | ‑/‑ 691 |
| Af: vergoedingsderving wegens leegstand | ‑/‑ 144 | ‑/‑ 134 |
| Totaal | 5.158 | 5.751 |
9.3 Lasten servicecontracten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Onderhoudskosten exploitatie levering & diensten | 2.896 | 3.469 |
| Verwarmingskosten | 1.115 | 1.132 |
| Elektrakosten | 1.008 | 814 |
| Waterkosten | 104 | 105 |
| Kosten / premie glasverzekering | 379 | 362 |
| Overige directe exploitatiekosten | 3 | 156 |
| Subtotaal | 5.505 | 6.038 |
| Toegerekende organisatiekosten | 456 | 134 |
| Totaal | 5.961 | 6.172 |
9.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Toegerekende organisatiekosten | 11.266 | 8.043 |
| Totaal | 11.266 | 8.043 |
9.5 Lasten onderhoudsactiviteiten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Onderhoudsuitgaven (niet-cyclisch) | 11.539 | 11.564 |
| Onderhoudsuitgaven (cyclisch) | 33.192 | 32.333 |
| Totaal | 44.731 | 43.897 |
De onderhoudsuitgaven zijn te verdelen in:
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Planmatig onderhoud | 32.103 | 31.105 |
| Mutatie-onderhoud | 2.358 | 2.493 |
| Klachtenonderhoud | 4.195 | 3.451 |
| Toegerekende organisatiekosten | 6.075 | 6.848 |
| Totaal | 44.731 | 43.897 |
De toegerekende organisatiekosten aan onderhoudskosten zijn gebaseerd op de gehanteerde verdeelsleutels zoals deze in paragraaf 6.1 zijn opgenomen. Deze kosten bestaan uit bedrijfskosten en lonen en salarissen welke verband houden met het onderhoud van vastgoed in exploitatie.
9.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Verhuurderheffing | 8.548 | 11.456 |
| Overige sectorheffingen | 9.828 | 46 |
| Gemeentelijke heffingen | 6.021 | 5.943 |
| Juridische en incassokosten | ‑/‑ 14 | 87 |
| Verzekeringskosten | 789 | 700 |
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | 830 | 364 |
| Totaal | 26.002 | 18.596 |
9.7 Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling | ‑ | 394 |
| Af: Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling | ‑ | ‑/‑ 346 |
| Totaal | ‑ | 48 |
9.8 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille
9.8.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Voormalige huurwoningen | 5.462 | 9.082 |
| Bedrijfsruimtes en kavels | 2.452 | 2.362 |
| Totaal | 7.914 | 11.444 |
De verkoopopbrengst betreft 31 woningen en 6 BOG-eenheden (2020: 40 woningen en 357 parkeervoorzieningen). De door de verkoop in 2021 gerealiseerde waardedaling begrepen in de herwaarderingsreserve bedraagt € 1,9 miljoen.
9.8.2 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Boekwaarde huurwoningen | 3.892 | 7.057 |
| Boekwaarde bedrijfsruimtes en kavels | 3.429 | 1.842 |
| Totaal | 7.321 | 8.899 |
9.9 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille
9.9.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Afwaardering woningverbeteringen naar marktwaarde 2021 | 21.555 | 26.238 |
| Afwaardering woningverbeteringen naar marktwaarde 2022 | 2.353 | ‑ |
| Marktwaarde gesloopt bezit | 1.377 | 7.122 |
| Projecten opgeleverd in boekjaar en grondquote | ‑/‑ 7.075 | ‑/‑ 1.234 |
| Projecten opgeleverd vóór boekjaar | 168 | ‑/‑ 1.434 |
| Dotatie aan voorziening | 5.525 | 3.828 |
| Toegerekende organisatiekosten | ‑ | 532 |
| Totaal | 23.903 | 35.052 |
9.9.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| DAEB Vastgoedbeleggingen in exploitatie | 360.377 | 202.140 |
| Niet-DAEB Vastgoedbeleggingen in exploitatie | 36.577 | 17.086 |
| Totaal | 396.954 | 219.226 |
9.10 Opbrengsten overige activiteiten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Opbrengst administratiekosten servicekosten | ‑/‑ 23 | 120 |
| Vergoeding EPV en PV-panelen | 652 | 615 |
| ProRata en suppletieaangifte 2015 | 2.302 | 256 |
| Overige baten | 478 | 183 |
| Totaal | 3.409 | 1.174 |
9.11 Overige organisatiekosten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Toegerekende afschrijvingen | 125 | 140 |
| Toegerekende personele lasten | 2.294 | 2.721 |
| Toegerekende bedrijfslasten | 1.062 | 1.588 |
| Vestia heffing | 9.360 | - |
| Totaal | 12.841 | 4.449 |
Onder de post worden de organisatiekosten opgenomen die niet rechtstreeks aan de primaire activiteiten toegerekend kunnen worden. Het betreffen hier o.a. de personele, facilitaire en huisvestingskosten voor de ondersteunende afdelingen van de organisatie (o.a. HRM, Communicatie, Strategie, Control en Financiën). Daarnaast is hier de incidentele last, voortvloeiend uit de Vestiadeal gerubriceerd.
9.12 Leefbaarheid
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Vastgoed gerelateerde leefbaarheid | 641 | 701 |
| Sociaal gerelateerde leefbaarheid | 280 | 259 |
| Toegerekende organisatiekosten | 1.340 | 1.149 |
| Totaal | 2.261 | 2.109 |
9.13 Saldo financiële baten en lasten
9.13.1 Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Waardeverandering embedded derivaten | 6.285 | ‑/‑ 7.836 |
| Vrijval geactiveerde rente | 446 | ‑ |
| Totaal | 6.731 | ‑/‑ 7.836 |
9.13.2 Rentelasten en soortgelijke kosten
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Rente langlopende schulden: | ||
| - Leningen overheid en kredietinstellingen | 17.910 | 18.484 |
| - Afschrijving herstructurering derivatenportefeuille ‘10-‘14 en '20 | 1.494 | 1.363 |
| - Afschrijving herstructurering derivatenportefeuille ‘18, '19 en '21 | 1.922 | 1.889 |
| - Afschrijving gepassiveerde agio leningen | -/- 1.922 | -/- 1.889 |
| - Borgstellingsvergoeding- en bereidstellingsprovisie | 235 | 193 |
| - Overige rentekosten | 25 | 72 |
| Totaal | 19.664 | 20.112 |
De hiervoor vermelde rentelast van langlopende schulden leningen kredietinstellingen kan als volgt worden gespecificeerd:
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| - Rentelasten van leningen met een vaste rente | 14.261 | 14.464 |
| - Rentelasten van leningen met een variabele rente | ‑/‑ 643 | ‑/‑ 251 |
| - Rentelasten / (baten) van rentederivaten met een effectieve hedge relatie | 4.362 | 4.271 |
| Totaal rente langlopende schulden | 17.980 | 18.484 |
9.14 Belastingen
De belastingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Mutatie latentie verliescompensatie resultaat boekjaar (incl. correcties voorgaande jaren) | ‑ | 133 |
| Mutatie latentie verkoopvijver | ‑ | 10.594 |
| Overige mutaties latente belastingen | ‑ | 2.583 |
| Totaal | ‑ | 13.310 |
De acute belastinglast over 2021 is als volgt bepaald:
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Resultaat voor belastingen volgens de jaarrekening | 396.921 | 201.532 |
| Bij: fiscaal niet-aftrekbare kosten | ||
| Bijzondere waardeverminderingen | 24.721 | 34.520 |
| Geactiveerde kosten herstructurering derivaten | 863 | 910 |
| Vestia | 4.642 | ‑ |
| Geactiveerde rente nieuwbouw | 343 | ‑ |
| Oort | 48 | 48 |
| Totaal | 30.617 | 35.478 |
| Af: fiscaal aftrekbare kosten | ||
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 396.954 | 219.226 |
| De-activering niveauverbetering | 23.348 | 18.085 |
| Afschrijvingen MVA ie | 5.201 | 5.261 |
| Afschrijving embedded derivaten | ‑ | ‑/‑ 7.836 |
| Afschrijving disagio op leningen o/g en derivaten | 624 | 619 |
| Fiscaal resultaat verkochte woningen en kavels | 2.297 | 3.701 |
| Totaal | 428.424 | 239.056 |
| Belastbaar bedrag boekjaar voor ATAD | ‑/‑ 886 | ‑/‑ 2.046 |
| Afschrijvingen | 6.142 | 6.107 |
| Werkelijke rentelasten | 13.117 | 19.791 |
| Grondslag fiscale rentelasten ( = 30%) | 18.373 | 23.852 |
| Correctie op rentelasten a.g.v. ATAD | 7.605 | 12.635 |
| Belastbaar bedrag boekjaar voor ATAD | 6.719 | 10.589 |
| Fiscale verliescompensatie | ‑/‑ 6.719 | ‑/‑ 10.589 |
| Te betalen belasting (kasstroom) | ‑ | ‑ |
Het gemiddelde wettelijke belastingtarief bedraagt voor 2021 25%. De effectieve belastingdruk wordt berekend door de opgegeven vennootschapsbelasting te delen door het nettoresultaat vóór belasting, waarop correcties hebben plaatsgevonden. De lagere effectieve belastingdruk ad. -/- 1,05% (2020; -/- 6,60%) wordt veroorzaakt door het benutten van fiscale verliescompensatie en fiscaal vrijgestelde winstbestanddelen. Dit betreft onder meer verschillen in verwerking van resultaten uit projectontwikkeling, de gerealiseerde en de niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille, afschrijvingen op het vastgoed, de verwerking van interest en de fiscaal niet- aftrekbare heffing van de Aw.
Aangiftes vennootschapsbelasting zijn tot en met 2017 definitief geregeld. Tot en met 2021 is door Elkien een acute belastinglast van nihil verantwoord. Er zijn voldoende fiscale faciliteiten beschikbaar.
9.15 Afschrijvingen (im)materiële vaste activa en onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Afschrijving onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 941 | 847 |
| Totaal | 941 | 847 |
9.16 Lonen en salarissen
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Lonen en salarissen | 9.049 | 8.855 |
| Sociale lasten | 1.430 | 1.439 |
| Pensioenpremies | 1.402 | 1.739 |
| Overige personeelskosten | 3.177 | 1.785 |
| Totaal | 15.058 | 13.818 |
9.17 Gemiddeld aantal FTE's
Gedurende het jaar 2021 had Elkien gemiddeld 163 fte’s in dienst (2020: 163), verdeeld over de afdelingen:
| 2021 | |
|---|---|
| Bestuur/Directie | 2 |
| Concern control | 2 |
| Bestuursondersteuning | 8 |
| Strategie & Omgeving | 4 |
| HRM | 2 |
| Financiën & Middelen | 22 |
| Informatisering & Automatisering | 12 |
| Klant & Wonen | 86 |
| Vastgoed | 17 |
| Asset Management | 8 |
| Totaal | 163 |
Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2020: 0).
9.18 Accountantshonoraria
In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:
(bedragen x € 1.000 en inclusief BTW)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Controle van de jaarrekening | 212 | 170 |
| Andere controlewerkzaamheden | - | 44 |
| Fiscale advisering | - | - |
| Andere niet-controlediensten | - | - |
| Totaal | 212 | 214 |
Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Elkien zijn uitgevoerd door BDO Audit & Assurance B.V. (en PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.), als zijnde de onafhankelijke externe accountant zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria zijn inclusief BTW en hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2021 (en gedeeltelijk over het boekjaar 2020), ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. Er is geen sprake van kosten voor fiscaal advies of overige niet-controlewerkzaamheden.
9.19 Gebeurtenissen na balansdatum
Tot en met de datum van opmaken van de jaarrekening 2021 heeft zich de volgende gebeurtenis na balansdatum voorgedaan:
Een meerjarige procedure bij de Hoge Raad inzake de fiscale afkoop van derivatenposities in 2014 is in het voordeel van Elkien beslist. De financiële impact hiervan, een bruto aftrekpost van € 20 miljoen met als gevolg € 5 miljoen minder te betalen vennootschapsbelasting, is reeds in de cijfers verwerkt.
10. Gescheiden verantwoording DAEB/ niet-DAEB
10.1 Enkelvoudige gescheiden balans DAEB
(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)
| 31-12-21 | 31-12-20 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | |||||
| Materiële vaste activa | |||||
| Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie | 4.273 | 3.787 | |||
| 4.273 | 3.787 | ||||
| Vastgoedbeleggingen | |||||
| DAEB vastgoed in exploitatie | 2.482.647 | 2.084.571 | |||
| Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 1.444 | 1.078 | |||
| Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie | 645 | 11.208 | |||
| 2.484.736 | 2.096.857 | ||||
| Financiële vaste activa | |||||
| Netto-vermogenswaarde niet-DAEB | 184.367 | 143.966 | |||
| Latente belastingvordering(en) | 22.338 | 26.429 | |||
| Leningen u/g | 975 | 1.389 | |||
| Interne lening niet-DAEB | 18.504 | 27.880 | |||
| Overige vorderingen | 130.156 | 135.603 | |||
| 356.340 | 335.267 | ||||
| Vlottende activa | |||||
| Voorraden | |||||
| Vastgoed bestemd voor de verkoop | 294 | 271 | |||
| 294 | 271 | ||||
| Vorderingen | |||||
| Huurdebiteuren | 369 | 519 | |||
| Gemeenten | - | 11 | |||
| Overige vorderingen | 1.756 | 1.017 | |||
| Overlopende activa | 1.194 | 1.132 | |||
| 3.319 | 2.679 | ||||
| Liquide middelen | 13.979 | 30.822 | |||
| 2.862.941 | 2.469.683 |
(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)
| 31-12-21 | 31-12-20 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | |||||
| Herwaarderingsreserve | 1.287.580 | 1.014.597 | |||
| Overige reserves | 403.299 | 461.440 | |||
| Resultaat boekjaar | 392.601 | 214.842 | |||
| 2.083.480 | 1.690.879 | ||||
| Voorzieningen | |||||
| Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen | 3.068 | 1.252 | |||
| Overige voorzieningen | 1.309 | 1.281 | |||
| 4.377 | 2.533 | ||||
| Langlopende schulden | |||||
| Schulden aan overheid | 3.999 | 4.530 | |||
| Schulden aan kredietinstellingen | 714.784 | 685.059 | |||
| Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden | 841 | 841 | |||
| Marktwaarde embedded derivaten | 18.142 | 37.914 | |||
| 737.766 | 728.344 | ||||
| Kortlopende schulden | |||||
| Schulden aan kredietinstellingen | 13.313 | 23.304 | |||
| Schulden aan leveranciers | 8.183 | 8.365 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 4.171 | 5.177 | |||
| Overige schulden | 2.948 | 2.273 | |||
| Overlopende passiva | 8.703 | 8.808 | |||
| 37.318 | 47.927 | ||||
| 2.862.941 | 2.469.683 |
10.2 Enkelvoudige gescheiden winst- en verliesrekening DAEB
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Huuropbrengsten | 113.669 | 111.174 |
| Opbrengsten servicecontracten | 4.871 | 5.467 |
| Lasten servicecontracten | -/- 5.561 | -/- 5.844 |
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | -/- 10.690 | -/- 7.619 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | -/- 43.449 | -/- 41.186 |
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | -/- 15.917 | -/- 16.829 |
| Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 42.923 | 45.163 |
| Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | 91 |
| Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | -/- 106 |
| Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling | - | -/- 15 |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 4.766 | 4.913 |
| Toegerekende organisatiekosten | -/- 325 | -/- 269 |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | -/- 4.050 | -/- 3.631 |
| Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 391 | 1.013 |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | -/- 25.008 | -/- 34.893 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 361.406 | 202.140 |
| Waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 336.398 | 167.247 |
| Opbrengsten overige activiteiten | 3.267 | 1.161 |
| Netto resultaat overige activiteiten | 3.267 | 1.161 |
| Overige organisatiekosten | -/- 12.247 | -/- 4.213 |
| Leefbaarheid | -/- 2.169 | -/- 2.008 |
| Waardeveranderingen van financiële vaste activa en effecten | 6.731 | -/- 7.836 |
| Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten | 34 | 30 |
| Rentebaten interne lening | 510 | 666 |
| Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten | - | - |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | -/- 19.698 | -/- 20.112 |
| Saldo financiële baten en lasten | -/- 12.423 | -/- 27.252 |
| Resultaat voor belastingen | 356.140 | 181.096 |
| Belastingen | -/- 3.941 | 12.608 |
| Aandeel in het resultaat van niet-geconsolideerde ondernemingen waarin wordt deelgenomen | 40.402 | 21.138 |
| Resultaat na belastingen | 392.601 | 214.842 |
10.3 Enkelvoudig gescheiden kasstroomoverzicht DAEB
(directe methode) (bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| (A) Operationele activiteiten | ||
| Ontvangsten: | ||
| Huren | 113.970 | 111.231 |
| Vergoedingen | 4.902 | 5.125 |
| Overige bedrijfsontvangsten | 3.317 | 1.221 |
| Renteontvangsten | 510 | 669 |
| Saldo ingaande kasstromen | 122.699 | 118.246 |
| Uitgaven: | ||
| Erfpacht | 14 | 7 |
| Lonen en salarissen | 8.704 | 8.854 |
| Sociale lasten | 1.375 | 1.439 |
| Pensioenlasten | 1.349 | 1.739 |
| Onderhoudsuitgaven | 37.829 | 33.623 |
| Overige bedrijfsuitgaven | 22.205 | 20.274 |
| Renteuitgaven | 18.803 | 18.840 |
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 122 | 126 |
| Verhuurderheffing | 8.412 | 10.898 |
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden | 890 | 919 |
| Saldo uitgaande kasstromen | 99.703 | 96.719 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 22.996 | 21.527 |
| (B) (Des)investeringsactiviteiten | ||
| Verkoopontvangsten bestaande huur | 5.866 | 4.910 |
| Verkoopontvangsten grond | 322 | 285 |
| Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen | 6.188 | 5.195 |
| Nieuwbouw huur | 20.298 | 34.634 |
| Verbeteruitgaven | 33.250 | 27.943 |
| Aankoop | - | - |
| Sloopuitgaven | 1.133 | 2.051 |
| Investeringen overig | 1.352 | 715 |
| Externe kosten bij verkoop | 168 | 191 |
| Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom | 56.201 | 65.534 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen | -/- 50.013 | -/- 60.339 |
| FVA | ||
| Ontvangen aflossing interne lening | 9.376 | 8.524 |
| Ontvangsten overig | 10.215 | - |
| Uitgaven overig | - | -/- 11.150 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA | 19.591 | -/- 2.626 |
| Kasstroom uit (des)investeringen | -/- 30.422 | -/- 62.965 |
| (C) Financieringsactiviteiten | ||
| Ingaand | ||
| Nieuwe geborgde leningen | 76.475 | 91.160 |
| Uitgaand | ||
| Aflossing geborgde leningen | -/- 88.304 | -/- 42.360 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | -/- 11.829 | 48.800 |
| Mutatie liquide middelen | -/- 19.255 | 7.362 |
| Liquide middelen per 1-1 | 30.822 | 23.460 |
| Liquide middelen per 31-12 | 11.567 | 30.822 |
10.4 Enkelvoudige gescheiden balans niet-DAEB
(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)
| 31-12-21 | 31-12-20 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | |||||
| Vastgoedbeleggingen | |||||
| Niet-DAEB vastgoed in exploitatie | 202.480 | 168.278 | |||
| 202.480 | 168.278 | ||||
| Financiële vaste activa | |||||
| Deelnemingen | 18 | 18 | |||
| Latente belastingvordering(en) | 1.377 | 1.470 | |||
| 1.395 | 1.488 | ||||
| Vlottende activa | |||||
| Voorraden | |||||
| Vastgoed bestemd voor de verkoop | 348 | 382 | |||
| 348 | 382 | ||||
| Vorderingen | |||||
| Huurdebiteuren | 24 | 26 | |||
| Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen | 1.093 | 1.058 | |||
| Overige vorderingen | 108 | 55 | |||
| Overlopende activa | 73 | 63 | |||
| 1.298 | 1.202 | ||||
| Liquide middelen | -1.384 | 2.000 | |||
| 204.137 | 173.350 |
(vóór resultaatbestemming) (bedragen x € 1.000)
| 31-12-21 | 31-12-20 | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| Eigen vermogen | |||||
| Herwaarderingsreserve | 68.247 | 35.573 | |||
| Overige reserves | 75.718 | 87.255 | |||
| Resultaat boekjaar | 40.402 | 21.138 | |||
| 184.367 | 143.966 | ||||
| Langlopende schulden | |||||
| Interne lening DAEB | 18.504 | 27.880 | |||
| 18.504 | 27.880 | ||||
| Kortlopende schulden | |||||
| Schulden aan leveranciers | 504 | 560 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 258 | 288 | |||
| Overige schulden | 76 | 168 | |||
| Overlopende passiva | 428 | 488 | |||
| 1.266 | 1.504 | ||||
| 204.137 | 173.350 |
10.5 Enkelvoudige gescheiden winst- en verliesrekening niet-DAEB
(bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| Huuropbrengsten | 7.947 | 8.134 |
| Opbrengsten servicecontracten | 287 | 284 |
| Lasten servicecontracten | ‑/‑ 327 | ‑/‑ 328 |
| Lasten verhuur en beheeractiviteiten | ‑/‑ 575 | ‑/‑ 424 |
| Lasten onderhoudsactiviteiten | ‑/‑ 1.282 | ‑/‑ 2.711 |
| Overige directe operationele lasten exploitatie bezit | ‑/‑ 725 | ‑/‑ 1.767 |
| Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 5.325 | 3.188 |
| Omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling | ‑ | 303 |
| Lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling | ‑ | ‑/‑ 240 |
| Netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling | ‑ | 63 |
| Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille | 3.148 | 6.531 |
| Toegerekende organisatiekosten | ‑/‑ 18 | ‑/‑ 15 |
| Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille | ‑/‑ 3.271 | ‑/‑ 5.268 |
| Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille | ‑/‑ 141 | 1.248 |
| Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille | ‑/‑ 61 | ‑/‑ 159 |
| Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 36.577 | 17.086 |
| Waardeveranderingen vastgoedportefeuille | 36.516 | 16.927 |
| Opbrengsten overige activiteiten | 142 | 13 |
| Netto resultaat overige activiteiten | 142 | 13 |
| Overige organisatiekosten | ‑/‑ 595 | ‑/‑ 236 |
| Leefbaarheid | ‑/‑ 92 | ‑/‑ 101 |
| Opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten | ‑ | ‑ |
| Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten | ‑ | ‑ |
| Rentelasten en soortgelijke kosten | ‑/‑ 510 | ‑/‑ 666 |
| Saldo financiële baten en lasten | ‑/‑ 510 | ‑/‑ 666 |
| Resultaat voor belastingen | 40.645 | 20.436 |
| Belastingen | 126 | 702 |
| Resultaat na belastingen | 40.771 | 21.138 |
10.6 Enkelvoudig gescheiden kasstroomoverzicht niet-DAEB
(directe methode) (bedragen x € 1.000)
| 2021 | 2020 | |
|---|---|---|
| (A) Operationele activiteiten | ||
| Ontvangsten: | ||
| Huren | 7.968 | 8.138 |
| Vergoedingen | 289 | 266 |
| Overige bedrijfsontvangsten | 145 | 18 |
| Saldo ingaande kasstromen | 8.402 | 8.422 |
| Uitgaven: | ||
| Erfpacht | ‑ | 7 |
| Lonen en salarissen | 527 | 493 |
| Sociale lasten | 83 | 80 |
| Pensioenlasten | 82 | 97 |
| Onderhoudsuitgaven | 971 | 2.277 |
| Overige bedrijfsuitgaven | 1.318 | 2.184 |
| Rente-uitgaven interne lening | 510 | 666 |
| Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat | 9 | 9 |
| Verhuurderheffing | 549 | 558 |
| Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden | 23 | 40 |
| Saldo uitgaande kasstromen | 4.072 | 6.411 |
| Kasstroom uit operationele activiteiten | 4.330 | 2.011 |
| (B) (Des)investeringsactiviteiten | ||
| Verkoopontvangsten bestaande huur | 2.704 | 4.433 |
| Verkoopontvangsten grond | 721 | 2.755 |
| (Des)Investeringsontvangsten overige | ‑ | ‑ |
| Tussentelling ingaande kasstroom vastgoedbeleggingen | 3.425 | 7.188 |
| Verbeteruitgaven | 61 | 131 |
| Investeringen overig | 1.434 | ‑ |
| Externe kosten bij verkoop | 267 | 354 |
| Tussentelling vastgoedbeleggingen uitgaande kasstroom | 1.762 | 485 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom vastgoedbeleggingen | 1.663 | 6.703 |
| FVA | ||
| Uitgaven overig | ‑ | ‑/‑ 190 |
| Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA | ‑ | ‑/‑ 190 |
| Kasstroom uit (des)investeringen | 1.663 | 6.513 |
| (C) Financieringsactiviteiten | ||
| Uitgaand | ||
| Aflossing interne lening | ‑/‑ 9.376 | ‑/‑ 8.524 |
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | ‑/‑ 9.376 | ‑/‑ 8.524 |
| Mutatie liquide middelen | ‑/‑ 3.383 | ‑ |
| Liquide middelen per 1-1 | 2.000 | 2.000 |
| Liquide middelen per 31-12 | ‑/‑ 1.383 | 2.000 |
11. Overige informatie
11.1 Bestuurders en commissarissen
Per ultimo 2021 wordt het bestuur gevormd door twee directeuren-bestuurders die benoemd zijn voor bepaalde tijd. Voor het inkomensbeleid voor het bestuur volgt Elkien de aanbevelingen van de Beloningscode VTW (Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties). Voor de honorering van commissarissen volgt de raad de code voor honorering van commissarissen in woningcorporaties, welke geldt vanaf 1 juli 2010 en onderdeel is van de vernieuwde Governance Code Woningcorporaties.
11.2 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semi-publieke sector (WNT)
Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Elkien van toepassing zijnde regelgeving: Het WNT-maximum voor de woningbouwcorporaties, klasse G.
Het bezoldigingsmaximum in 2021 voor Stichting Elkien is € 197.000. Het weergegeven toepasselijke WNT-maximum per persoon of functie is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij voor de berekening de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. Uitzondering hierop is het WNT-maximum voor de leden van de Raad van Commissarissen; dit bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum van de bestuurder.
11.2.1 Bezoldiging topfunctionarissen
Leidinggevende topfunctionarissen
(bedragen x € 1)
| Gegevens 2021 | drs. P.W. van de Weg RA | ir. C. Droste |
|---|---|---|
| Functiegegevens | Directeur-bestuurder | Directeur-bestuurder |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01-01/31-12 | 01-06/31-12 |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 | 1 |
| Dienstbetrekking? | Ja | Ja |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 166.453 | 94.476 |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 22.091 | 12.894 |
| Subtotaal | 188.544 | 107.370 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 197.000 | 115.501 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | 188.544 | 107.370 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. |
(bedragen x € 1)
| Gegevens 2020 | drs. P.W. van de Weg RA | |
|---|---|---|
| Functiegegevens | Directeur-bestuurder | Directeur | |
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 16-10/31-12 | 01-01/15-10 | |
| Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) | 1 | |
| Dienstbetrekking? | Ja | |
| Bezoldiging | ||
| Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen | 142.970 | |
| Beloningen betaalbaar op termijn | 25.957 | |
| Subtotaal | 168.927 | |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 189.000 | |
| Bezoldiging | 168.927 |
Toezichthoudende topfunctionarissen
(bedragen x € 1)
| Gegevens 2021 | A. Vlaskamp | drs. J.R.M.F. Cooijmans RA | mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra |
|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter | Vice-voorzitter | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01-01/31-12 | 01-01/31-12 | 01-01/31-12 |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 22.750 | 15.200 | 15.200 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 29.550 | 19.700 | 19.700 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | 22.750 | 15.200 | 15.200 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. |
(bedragen x € 1)
| Gegevens 2020 | A. Vlaskamp | drs. J.R.M.F. Cooijmans RA | mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra |
|---|---|---|---|
| Functiegegevens | Voorzitter | Vice-voorzitter | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 01-01/31-12 | 01-01/31-12 | 01-01/31-12 |
| Bezoldiging | |||
| Bezoldiging | 21.800 | 14.550 | 14.550 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 28.350 | 18.900 | 18.900 |
(bedragen x € 1)
| Gegevens 2021 | J.N.M. Haerkens | E. Hepping |
|---|---|---|
| Functiegegevens | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2021 | 01-01/31-12 | 01-01/31-12 |
| Bezoldiging | ||
| Bezoldiging | 15.200 | 15.200 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 19.700 | 19.700 |
| -/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag | N.v.t. | N.v.t. |
| Bezoldiging | 15.200 | 15.200 |
| Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan. | N.v.t. | N.v.t. |
| Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling | N.v.t. | N.v.t. |
(bedragen x € 1)
| Gegevens 2020 | J.N.M. Haerkens | E. Hepping |
|---|---|---|
| Functiegegevens | Lid | Lid |
| Aanvang en einde functievervulling in 2020 | 01-01/31-12 | 10-04/31-12 |
| Bezoldiging | ||
| Bezoldiging | 14.550 | 10.549 |
| Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum | 18.900 | 13.736 |
12. Ondertekening
Heerenveen, 20 juni 2022
Stichting Elkien
| Bestuur, | Raad van Commissarissen, | |
| drs. P.W. van de Weg RA | A. Vlaskamp | drs. J.R.M.F. Cooijmans RA |
| Directeur-bestuurder | Voorzitter | Vice-voorzitter |
| ir. C. Droste | E. Hepping | J.N.M. Haerkens |
| Directeur-bestuurder | Lid | Lid |
| mr. drs. M.P. Sulter-Zeinstra | ||
| Lid |